De beste strips van het jaar zijn ...
Lijstjes met de naar onze mening beste strips en graphic novels van het jaar, zijn al jarenlang een traditie.
Op het einde van het jaar zitten de verhalen van de laatste maanden nog vers in het geheugen, maar over eerder verschenen albums hangt reeds een sluier van de tijd en raken ze vaak niet op de plaats waar ze horen te staan. We lijsten hier enkel de strips op, die ons echt raken. Zo krijgen we een accurate lijst. We voegen er meteen ook onze mening aan toe, m.a.w. onze eigen recensie. Het resultaat hieronder op de pagina. Terzijde toch even vermelden dat we geen lees- of recensie-exemplaren ter onze beschikking hebben. We doen uit liefde voor de 9de kunst!
Klik op de titels om de recensies te lezen.
– Soldaat-Hovenier Een liefde tussen hemel en hel
– Tarare Het ongelofelijke verhaal van een veelvraat
– De Beestenburcht 4. Het bloed van de koning
– Airborne 44 11 M.I.A.: Missing in Action
– 1629 … of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia 2. Het rode eiland
– 1629 … of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia 1. De apotheker van de duivel
– Goya Licht en schaduw
– Het Spook van de Opera
– Mario en de Magiër
– De ruiterlijke confessies van Dragon Dragon 3. Italië, 1796
– Het leven en de dood in de ast
– De idioot die de Koude Oorlog won
– Het bloedspoor in de sneeuw
– Heden verse vis 3 Goddelijke stripgoden
– In het spoor van Blueberry
– Undertaker 8 De wereld volgens Oz
– Catamount 4 De verlossing van Catamount
– Makkelijke prooien 1 Hyena’s
– Legio Patria Nostra 3. Tierras Calientes
– De veerman van de lagune
– Madeleine, verzetsstrijdster 2. Het rode dekbed
– Getekend door de Holocaust
– Delta Blues café
– de magnifieke Monet 2 Giverny
– Keizerin Charlotte IV Zestig jaar eenzaamheid
– Gone with the wind 2
– In het hart van de woestijn
– Tramp 12 Valstrik op zee
– Berlijnse trilogie II Het handwerk van de beul
– Alexander De Grote 6 Het paard van Troje
– Suske en Wiske – De helden van Amoras 1 Doodvonnis
– Brigantus 2 De Pict
– Op zoek naar glorie 2 Huis Lagriote
– Buonaparte 3. Het laatste oordeel
– Samoerai 17 Bloedschuld
– Charley’s Oorlog 10 Het einde
– Nero en Co De Babbelkousen
– Marshal Bass 11 Klotegeld
– De Grote Zeeslagen 23 Çesme
Een graphic novel met fond, een uniek album
Goya Licht en schaduw
Bart Proost / Bie Flameng
Saga Uitgaven
56 pagina’s
Verschenen op 04/02/2025
“Goya Licht en schaduw” is een graphic novel over het leven en werk van de wereldberoemde kunstenaar Goya. Bart Proost is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. In 2023 bracht hij met veel succes het levensverhaal van Caspar David Friedrich uit. Nu is het de beurt aan Francisco de Goya y Lucientes.
“Licht en schaduw” is een ode aan één van de bekendste Spaanse schilders, een kunstenaar die toonde dat op genialiteit geen leeftijd staat, dat een kunstenaar alleen zijn weg moet volgen, en niet wat de maatschappij van hem verlangt. Dit laatste geldt misschien ook wel een beetje voor Bart Proost die met Goya kiest voor kwaliteit en diepgang, minder voor de commercie.
De auteur laat de 76-jarige Goya in vijf hoofdstukken zelf zijn verhaal vertellen. Elk hoofdstuk begint telkens met een kaderend tekstje en een citaat van Goya.
Hoofdstuk één “Een geheimzinnig vakman” vertelt over Goya’s opgang als hofschilder tot wanneer een onbekende ziekte hem blijvend doof maakt.
Hoofdstuk twee draait om “Los Caprichos”. Terwijl Goya overdag portretten schildert waagt hij zich ’s nachts aan etsen. In deze grafische reeks geeft hij zijn eigen kijk op zijn oeuvre en de grillen van de wereld rondom hem. We voelen ook de impact van zijn doofheid op zijn werk.
In hoofdstuk drie staat de serie “Los Desastres de la Guerra” centraal. Als in 1808 het Spaanse volk een guerrillaoorlog uitvecht tegen het leger van Napoleon wordt Goya observator / verslaggever. Hij legt zonder satire of leedvermaak vast wat hij ziet.
In hoofdstuk vier “Een rationele romanticus” zien we de bevrijde kunstenaar Goya. Op zijn 73ste koopt hij de “Quinta del Sorde” “Het huis van de dove”. Een toeval van de voorzienigheid? Op de muren van zijn huis schildert hij 14 fascinerende taferelen : “Los Pinturas Negra”. Hij gaat helemaal op in de donkere schilderijen en speelt met licht en schaduw.
Wanneer hij klaar is met zijn obsessies, zijn demonen en zijn zorgen, vindt hij dat het op 75 jaar tijd is om zijn horizon te verruimen. In hoofdstuk vijf “De Epiloog” verlaat hij Spanje en verhuist naar Bordeaux waar hij van zichzelf zegt dat hij nog alle dagen bijleert.
“Nada es blanco o negra. No todo es tan senallo come parece”, is de slotzin van het album waar we ons helemaal kunnen in vinden. Als meester van het licht – donkereffect is voor Goya toch niet alles zwart of wit. Niets is kant en klaar, niets is evident, alles is nuance. Mensen zijn niet goed of kwaad, ze zijn al die dingen. Is dat niet zo?
Bart Proost slaagt er in om in 45 pagina’s een pakkend beeld van Goya te scheppen. Zijn typische zwartwit tekenstijl past als gegoten bij het kleurenpalet en thematiek van licht en schaduw. Dit bleek ook op de voorstelling van het boek in museum De Reede in Antwerpen. De grote tekenplaten pasten perfect bij de werken van Goya en zouden niet misstaan als permanente aanvulling. Zwart en wit voeren de hoofdtoon, maar toch heeft de auteur kleuren toegevoegd aan zijn werk. Voor de inkleuring deed hij beroep op zijn moeder-kunstenares Bie Flameng. Wat zich in het heden afspeelt geeft ze een blauwe schijn. Flash-backs krijgen een goudbruine tint. Flash-forwards en emoties krijgen een rode ondertoon.
Heel knap aan deze graphic novel is dat bijna elke pagina een reproductie / hommage van het werk van Goya bevat. De makers laten deze werken monochroom (zwartwit).
Wie nog meer Goya wilt, kan zich achteraan verdiepen in een compact historisch dossier opgemaakt door vader-historicus Luc Proost. Naast dit dossier is er ook nog een verhelderend interview met de auteur.
“Goya Licht en schaduw” is een uniek album. De samenwerking tussen Bart, zijn moeder en zijn vader geeft dit boek een extra pigment.
Het is een boek dat men meerdere keren moet lezen, een boek waarvoor men moet gaan zitten. Elke nieuwe leesbeurt bracht ons dichter bij de melancholie van Goya. De cover dekt de lading volledig: “de slaap van het verstand produceert monsters”!
Besluit: Bart Proost levert een graphic novel met fond af! Een pareltje! In onze verzameling geven we hem een plaatsje bij andere grote kunstenaars. (HV)
Ontspannend avonturenalbum
Samoerai 17 Bloedschuld
Jean-François Di Giorgio / Cristina Mormile
Daedalus
48 pagina’s
Verschenen op 27/01/2025
Dit jaar vieren we de twintigste verjaardag van de reeks “Samoerai”, een heroïsch fantasy-verhaal. Het eerste album verscheen op 24 augustus 2005 in het Frans bij uitgeverij Soleil. Ondertussen zitten we al aan album 17 en blijft het een steengoede serie, die niet altijd de aandacht krijgt die ze verdient.
In deel 17 “Bloedschuld” volgen we nog steeds de queeste van hoofdrolspeler Takeo, een jonge samoerai. Samen met zijn verloofde Sayuri bereikt hij eindelijk de nederzetting van de Japanse keizer, waar hij een hartelijk weerzien beleeft met zijn jeugdvriend Tamoe, lijfwacht van de keizerlijke familie. Terwijl we getuige zijn van een ruzie tussen de keizer en de vijftienjarige kroonprins Uraku, wordt het rijk bedreigd door vijandige clans, die er op uit zijn het land te destabiliseren. De opstandelingen worden geleid door een duistere macht die in een soort voodoo séance de keizer om het leven brengt. Als de troon in gevaar komt, wordt Takeo gevraagd om de prins te beschermen en in veiligheid te brengen. Hij aarzelt niet en vindt dit het uitgelezen moment om zijn schuld bij de keizer in te lossen. Bij een poging van de clans om de prins te ontvoeren, zien we Takeo op zijn best. Bijna eigenhandig schakelt hij de hele troep uit. Er volgt een klopjacht op de leider van de indringers. De roekeloosheid en blinde woede van de prins jaagt hen echter in de handen van de vijand, wat andermaal leidt tot een mega knokpartij. Het verhaal eindigt zoals het een goede serie betaamt met een reeks cliffhangers. Wie wint de strijd? Blijven Takeo en zijn medestrijders uit de handen van de clans? Blijft het keizerrijk overeind? Ziet Takeo Sayuri terug? Dus meer dan stof genoeg om nu al uit te kijken naar het vervolg.
Di Giorgio heeft opnieuw voor een knap scenario gezorgd. De spanning wordt gestaag opgebouwd om met een uitsmijter te eindigen. Hij laat Takeo off-screen het verhaal becommentariëren. De samoerai geeft zijn visie op de precaire toestand van het rijk. Goed gevonden!
De pagina opbouw is om van te smullen. Geen enkele pagina heeft dezelfde indeling. Grote kaders, kleine kaders en paginagrote prenten wisselen elkaar in een rotvaart af, wat het tempo van het verhaal ten goede komt.
Het tekenwerk van Mormile blijft top met oog voor detail, flitsende actiescènes, gekletter van samoerai-zwaarden en een sublieme cover.
In een vorige recensie gaven we “Samoerai” de eer van “Japanse Rode Ridder”. Wel, we blijven bij deze beoordeling. Alle nodige ingrediënten zijn aanwezig: een hoog verhaaltempo, een beetje bloot, een scheutje fantasy en knap tekenwerk! Kortom: de auteurs leveren terug een lekker ontspannend avonturenalbum af. Houden zo! (HV)
Een blues-story
Delta Blues Café
Philippe Charlot / Miras
Saga uitgaven
Collectie Bamboe
72 pagina’s
Verschenen op 21/02/2025
Blueslegende Robert Johnson blijft de stripwereld beroeren. Vorig jaar nog verscheen de knappe graphic novel “De laatste dagen van Robert Johnson” van Franz Duchazeau. Nu brengt Saga uitgaven “Delta Blues Café” uit.
“Delta Blues Café” is niet echt een verhaal over de geschiedenis van de Blues of een biografisch album, maar gewoon een menselijk verhaal doorspekt met de karakteristieken van de bluesmuziek: een story over de ongrijpbare liefde, de verloren liefde, over onrecht dat je wordt aangedaan, over de teleurstellingen van het leven, de strepen op onze ziel. Dit alles opgehangen aan de figuur van Robert Johnson.
Het boek verwijst ook naar de pioniers van de Blues, naar de echte mensen wier talent tussen de plooien van de geschiedenis verdween, een eerbetoon aan de bluesmannen en -vrouwen uit de Mississippi-delta.
Het verhaal begint als hoofdrolspeler Luap Grangé bij de release van zijn film “Robert Johnson, de blues in zijn ziel” een promotietour maakt in het zuiden van de VS. Hij ontmoet er de ‘grumpy’ professor Gordon Moore, expert op het gebied van de geschiedenis van de Blues, zijn extravagante vriendin Jezie, de eigenares van het “Delta Blues Café” en Willie Mae, een ongehuwde moeder en serveerster in het café. Luap vergezelt de professor en Jezie op een doktersbezoek in Memphis. Door autopech stranden ze in het “Delta Blues Café”. Beetje bij beetje groeit het drietal naar elkaar toe. Hier verneemt Luap dat de professor al zijn hele leven op zoek is naar oude blues 78-toeren platen. In het bijzonder obsessief naar een plaat van Tunia Grace, een zwarte zangeres waarmee de professor een relatie had, de verloren liefde van zijn leven.
De professor aast al jaren op de platencollectie van zijn oude verzuurde buurman. Hij beeldt zich in dat die zeldzame opname van Tunia er tussen zit. De buurman wil echter zijn verzameling niet verkopen. Luap komt met het idee om ter gelegenheid van het verjaardagsfeest van de professor de platencollectie van de buurman te stelen in de hoop dat de gezochte plaat er bij zit. Op het feest zal blijken of dat zo is.
Ondanks dat Jezie overlijdt, kent het verhaal toch een atypisch blues happy-end. Luap erft het café, vindt de liefde bij Willie May en samen bezorgen ze de professor een fijne oude dag.
Zijdelings komen er enkele aspecten uit Robert Johnsons leven aan bod. Zo rijdt de professor met een Terraplane, een verwijzing naar Johnsons grootste hit “Terraplane Blues”
Miras tekent de personages vaak karikaturaal wat voor ons wennen was. Zijn kleurenpalet en inkleuring is om van te snoepen. Ook de cover is een juweeltje. De professor vindt dat de Blues meer zijn dan zwart en wit, en dat ze de kleuren van het landschap van de delta verdienen. Daar zijn de auteurs prima in geslaagd. Jammer dat de tekenaar de tekst van de blues-song in het Frans noteert. Met het oog op de vertaling en in de geest van de Blues had dit in het Engels gemogen.
Achteraan in het album is er nog een verhelderend dossier voorzien, een meerwaarde. Zo vernemen we o.a. dat de fictieve professor Moore geënt is op Alan Lomax, een academicus die zijn carrière lang opnamen van anonieme “bluesmen” verzamelde.
“Delta Blues Café” is een knappe mengeling van een blues story, een liefdesverhaal en menselijke warmte. Deze verzorgde uitgave zal zowel door blues fans als niet -fans gesmaakt worden.
Als extraatje hebben we nog een Spotify-lijstje samengesteld met titels die verwijzen naar het “Delta Blues Café”. Veel lees- en luisterplezier! (HV)
Met de vitesse van een TGV, pure slapstick
De ruiterlijke confessies van Dragon Dragon
3. Italië, 1796
Nicolas Juncker / Simon Spruyt
Le Lombard
78 pagina’s
Verschenen op 13/02/2025
Na zijn expedities in Valmy (deel 1) en België (deel 2) vinden we Dragon Dragon terug in het Italië-leger van de jonge Napoleon Bonaparte. Hij is nog steeds de schlemielige, oversekste antiheld die zich al te vaak in de nesten werkt, maar er toch telkens in slaagt de situatie in zijn voordeel te doen kantelen.
Juncker en Spruyt leveren opnieuw een knotsgek album af dat danig op onze lachspieren werkte. De geschiedenis wordt zo nu en dan flink in haar hemd gezet. De humor van de auteurs is om van te smullen.
Het verhaal begint in 1796 in Lodi met de eerste veldslag van Napoleons Italiaanse campagne. De strijd wordt ingeleid met een lofdicht dat de dapperheid van het Franse leger bewierookt. Dragon loopt er echter de kantjes af en probeert zo het strijdgewoel te ontlopen. Zijn vriend Anselme, eigenlijk het geweten van Dragon, probeert hem op het rechte pad te houden, maar zal daar tot zijn eigen ergernis in dit verhaal andermaal niet in slagen.
Onbeholpen helpt hij let leger aan de overwinning en komt zo in de gunst van Napoleon. Hij maakt kennis met de schilder Antoine-Jean Gros, aangeworven om de Franse krijgsdaden te illustreren. Hier zien we Dragon als exhibitionist, als hij naakt poseert voor schilderijen bestemt voor Joséphine, toen nog de prille bruid van Napoleon. Later in het album zal hij dit kunstje nog eens herhalen als hij gevangen genomen wordt door Italiaanse vrijheidsstrijders. Een zeer leuke gimmick vinden we op pagina 16 wanneer Gros de grootte van Dragons geslacht schat.
Van bij de eerste ontmoeting is hij in de ban van de “Generalin” en haalt alles uit de trukendoos om ze in zijn armen te krijgen. Dit is niet naar de zin van Hippolyte Charles, haar geheime minnaar. Voor de rest van het avontuur krijgen de twee het aardig met elkaar aan de stok.
Met de “vitesse” van een TGV snelt het verhaal er vandoor, bij momenten pure slapstick. We vallen van de ene “stunt” in de andere.
Door zijn grootspraak overtuigt Dragon Napoleon om met zijn campagne door te gaan tot in Wenen, tot wanhoop van Anselme. Hij schopt het zelfs tot persoonlijke lijfwacht van Joséphine. Een poging om te deserteren loopt bijna faliekant af, maar hij weet de situatie toch in zijn voordeel te keren en redt daarenboven ook nog Napoleons leven.
Op een geheel originele manier breien de auteurs een einde aan de reeks. In een epiloog maken we een sprong naar het Parijs van 1830, de Julirevolutie, waar Dragon in ware “Misérables-stijl” zelf de barricades beklimt, maar ook geconfronteerd wordt met een oude vijand, Louis Philippe van Orléans, die op punt staat koning van Frankrijk te worden. Deze laatste heeft na de slag van Valmy (deel 1) nog een eitje te pellen met Dragon en maakt een einde aan de confessies van Dragon Dragon.
Naast het dolkomische scenario is het ook genieten van de historische figuren en – gebeurtenissen die in dit fictieve verhaal verweven zijn. De zwierige, soms wat karikaturale tekenstijl van Simon Spruyt past bij het geheel. De “reproducties” van een reeks bekende schilderijen zijn de kers op de taart. Zo zijn er knipogen naar de “Kindermoord te Betlehem” van Rubens (pag. 17), “Napoleon op de brug bij Arcole” van Antoine-Jean Gros (pag. 64), “Slag bij de brug van Arcole” van Horace Vernet (pag. 59) en als uitsmijter “De Vrijheid leidt het volk” van Eugène Delacroix (pag. 74)
Bij het lezen goed gelachen en vaak gedacht aan strips met dezelfde humor zoals: “Het goud van de Zwendelaar” en “Kaamelott”, zelfs aan “Blackadder”. Toch doodzonde dat zo’n kolderieke reeks hier stopt! Hallo, Le Lombard misschien nog even overdenken! (HV)
Galjoenen en slagschepen à volonté
De reeks “De Grote Zeeslagen” heeft sinds 2017 al 23 albums lang een plaatsje in onze stripbib, maar tot op heden heeft er nog geen enkele aflevering onze “recensie-plank” gehaald. Met bijna gemiddeld drie albums per jaar is dit één van de productiefste series van de laatste jaren, de Rode Ridder even buiten beschouwing gelaten ;).
Jean-Yves Delitte, bedenker van de reeks, verzorgt de scenario’s en de tekeningen. Voor een aantal albums werd beroep gedaan op een andere tekenaar.
De titel verklapt het al. In deze stripreeks worden de belangrijkste zeeslagen uit de loop van de geschiedenis gereconstrueerd. De albums zijn stuk voor stuk gebaseerd op nauwkeurig onderzoek. Naast het verslag van de zeeslag is er telkens nog een tweede verhaallijn gezien door de ogen van de historische figuren die er aan deelnamen. Voor zijn research gaat Delitte altijd te rade bij het Franse “Musée de la Marine”. Met zijn tekenkunst heeft hij zijn plaats onder de bekende tekenaars en schilders van maritieme taferelen verdiend. Hij is op zijn best als hij galjoenen en slagschepen uit de 16de, 17de en 18de eeuw mag tekenen.
In deel 23 belicht Delitte een voor ons onbekende zeeslag in de Egeïsche zee uit de Russisch Turkse oorlog van 1768. Misschien vond hij inspiratie in de huidige oorlog in Oekraïne, want aan het einde van het Russisch Ottomaans conflict lijfde Catharina De Grote, de toenmalige tsarina, Oekraïne in bij haar rijk.
Na een kat en muisspel en enkele schermutselingen treffen beide vloten zich in de baai voor de Turkse havenstad Çesme. Dankzij informatie van de Griekse rebellen schakelen de Russen onder leiding van Graaf Orlov het hele Ottomaanse eskader uit. De oorlog zal echter nog vier jaar woeden. Pas in 1774 wordt een vredesverdrag ondertekend.
In het randverhaal maken we kennis met een aantal bijfiguren. Luitenant Gortsjakov, een artillerie officier, wordt bij gebrek aan kanonniers overgeplaatst naar de marine als batterijcommandant. Aan boord van zijn schip maakt hij kennis met Pjotr, een lichtgeraakte matroos, die moeilijk om kan met kritiek. De samenwerking tussen die twee loopt voor de luitenant faliekant af.
Het scenario is niet echt spannend spannend, maar geeft stap voor stap de opbouw naar de definitieve slag weer. De verteltrant is wat aan de trage kant. Delitte geeft de plot van het randverhaal al vroeg in het album prijs (pag. 5). Het verhaal is dus één lange flashback.
We zijn onder de indruk van de paginagrote prenten van de slagschepen en de gruwelijke strijd op zee. De tekenaar schetst het ruwe leven aan boord en brengt de werking van een kanonnen-batterij prima in beeld.
De knappe cover bevestigt nogmaals Delitte als begenadigd scheepstekenaar. Zijn personages daarentegen lijken te vaak op elkaar en geven een eentonige indruk.
Wij appreciëren zijn albums omdat ze onze blik op dat deel van de gescheidens, waar we niet zo in thuis zijn, verruimen en ons laten genieten van de prachtige driemasters.
Blijkbaar kan Deliite niet genoeg krijgen van de Russisch Ottomaanse oorlog want in april verschijnt de volgende episode van “De Grote zeeslagen, de slag bij Sinop”.
Nog een weetje : eind dit jaar komt Delitte bij Glénat met een gloednieuwe serie “De Grote Scheepsrampen”. De eerste titel zal “De Lusitania” zijn. We kijken uit naar de vertaling. (HV)
Aangrijpend realistisch
Charley’s Oorlog 10 Het einde
Pat Mills / Joe Colquhoun
Uitgeverij Hum
Verschenen op 18/92/2025
“Charley’s Oorlog” is een graphic novel over een jonge soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Een klassieker uit de Britse stripgeschiedenis met in de hoofdrol Charley Bourne, een doorsnee “Tommy”, niet bijzonder intelligent en sterk, maar een held uit de arbeidersklasse.
Deel 10 is het afsluitende deel van de reeks. Op pag. 10 vinden we de korte inhoud van de negen vorige albums.
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Grote Oorlog verscheen in 2014 de eerste bundeling.
Charley liegt over zijn leeftijd om dienst te kunnen nemen. Nog maar 16, belandt hij op de slagvelden van Frankrijk en zal er blijven tot de wapenstilstand in 1918. Charley overleeft er “De slag aan de Somme” (1916), “De mijnenslag bij Mesen” (1917)”, “De derde slag bij Ieper” (1917), “De muiterij van Étaples” (1917), “De tankslag bij Cambrai” (1917) en een gevangenname door de Duitsers. In de loopgraven ervaart hij dat de werkelijkheid een stuk grimmiger is dan gedacht. Het is niet alleen het gevecht tegen de vijand, maar ook het opboksen tegen het weer, de modder, het ongedierte, de dodelijke nieuwe wapens, de stugge legertradities en de ouderwetse bevelvoering. In dit laatste deel breken de geallieerden eindelijk door de Duitse linies, terwijl de “Spaanse griep” vernietigend huishoudt in Europa en ver daar buiten. Als de wapens in november 1918 eindelijk zwijgen, kan Charley nog niet naar huis, maar belandt hij met het Britse leger in de Russische burgeroorlog tegen de “Bolsjewieken”. Na een uitzichtloze strijd vol ontberingen en de ijzige Siberische koude blazen de Britten de aftocht. Het album eindigt wat abrupt met een sprong naar de jaren 1930, naar het Verenigd Koninkrijk in een diepe economische crisis en een werkloze Charley die verstrooiing vindt in de bioscoop waar “King Kong” volle zalen trekt. “King Kong” zien we in het begin van dit verhaal op een recruteringsposter van het Amerikaanse leger en op het einde op een filmaffiche.
Origineel verscheen “Charley’s War” in wekelijkse afleveringen in het stripweekblad “Battle Picture Weekly”, vandaar dat elk album uit verschillende hoofdstukken bestaat. Elke episode start met een samenvatting van de vorige. De reeks verscheen voor het eerst in de 200ste editie van “Battle” in 1979 en liep tot 1993. Bijzonder dat een anti-oorlogsverhaal verschijnt in een pro-oorlogsblad.
Album 10 telt 33 afleveringen en begint met een historische duiding rond het einde van WO I. De auteurs gaan prat op de historische accuraatheid van het verhaal. Zo was het ons onbekend dat Britse soldaten meevochten in de Russische contrarevolutie in 1919. Net zoals in de vorige delen geeft de scenarist achteraan het album commentaar op elke episode. Hiermee plaatst hij het verhaal in het juiste perspectief. Pat Mills richt zijn pijlen op het establishment, het beleid, de regering en de legerleiding. Voor hem zijn de enige winnaars van deze oorlog de oorlogsindustrie en de grootindustriëlen.
Charley’s oorlog is een verhaal met verschillende lagen. Het is een aanklacht tegen de zinloosheid en de gruwel van de oorlog, tragisch, maar toch bij momenten humoristisch. De hoofdpersonages zijn sterke karakters, zonder heldenwaarden uit te dragen. Er is ook aandacht voor de klassenstrijd binnen het leger en daarbuiten, voor de oorlog gevoerd door arme piotten, over de kling gejaagd door de hogere officieren. Deze laatsten worden door de tekenaar karikaturaal op papier gezet.
Joe Colquhoun schept een zeer realistisch beeld dat binnenkomt. Hij weet de gruwelen en ontberingen van de oorlog pakkend weer te geven. De gevechtstaferelen zijn subliem. Elke episode staat bol van de actie. Het zwart-wit geeft de oorlogsellende een extra dimensie.
“Charley’s Oorlog” is een aangrijpende realistische strip. We vonden het meer dan de moeite om de serie te lezen. (HV)
Een “slow love story” in tijden van oorlog
Soldaat-Hovenier
Een liefde tussen hemel en hel
Joris Vermassen
Beeldroman
480 pagina’s
Borgerhoff & Lamberigts
Verschenen op 12/03/2025
Ruim vijf jaar werkte Joris Vermassen aan zijn beeldroman “Soldaat-Hovenier, een liefde tussen hemel en hel”. Het resultaat is een joekel van bijna 500 pagina’s. De auteur had die vijf jaar nodig om vanuit het dagboek van zijn grootvader, Alois Vermassen, een beeldroman te destilleren. Zijn grootvader evolueert in het verhaal tot een fictief personage. Het verhaal overstijgt het dagboek van de grootvader.
Op 9e kunst.nl staat er een blog over the making of. In een achttal blogspots kan je de totstandkoming van het boek nalezen.
“Soldaat-Hovenier” vertelt in één lange flashback het verhaal van Alois van bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 tot op het einde in 1918. Alois, een Vlaamse hovenier, neemt in 1914 afscheid van zijn geliefde Clothilde, om te gaan vechten tegen de Duitse troepen. Al gauw ervaart hij de verschrikkingen van de oorlog. In het strijdgewoel ontmoet hij zijn vriend Raymond Samyn, met wie hij de ganse oorlog bevriend zal blijven. Ondanks de onhebbelijkheden van Raymond blijkt hun vriendschap hecht. Als het aan het front niet echt lukt, worden ze werksoldaten. Ze worden overgeplaatst naar Vernon sur Seine om er te helpen aan de opbouw van de Belgische militaire vakschool ter heropleiding van de zwaargekwetsten van de oorlog. Hier wordt Alois verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de moestuin en de boomgaard. Op één van zijn vele wandelingen in de natuur ontmoet hij Marie, toevallig de meid van Claude Monet, de bekende kunstschilder. Alois is op slag verliefd, een coup de foudre, maar de gedachte aan het thuisfront zorgt er voor dat de liefde eerder platonisch blijft. Ondanks zijn seksuele verlangens blijft hij trouw aan zijn Clothilde die in Vlaanderen op hem wacht. Zo wel voor Marie als Alois blijft het verlangen naar elkaar mentaal zwaar om dragen. Tussendoor introduceert ze hem bij Claude Monet. Ze kunnen meteen goed met elkaar opschieten. Alois is onder de indruk van de pracht van Monet’s tuin en wordt zelfs een tijdje zijn tuinman. Toch wel briljant van de auteur om hier het dagboek te verlaten en het liefdesverhaal te situeren in Monet’s Giverny.
Als Marie later sterft aan de Spaanse griep, praat Alois zichzelf een schuld aan, een straf voor het niet toelaten van Maries liefde.
Aan het einde van de oorlog keert Alois met een zwaar gemoed terug naar Clothilde om er het gewone leven weer op te pikken. Hij draagt er de gedachte aan Marie als een zware rugzak mee.
Het boek begint en eindigt in1970 waar Alois in het Monet-museum mijmert naar zijn gelukkige tijd in Giverny.
Naast het getekende verhaal volgen we ook de briefwisseling tussen Alois en zijn verloofde Clothilde. Uit die brieven blijkt het wederzijds respect voor elkaar, maar ontbreekt toch de passie.
De verschillende hoofdstukken worden ingeleid door literaire verzen van Reiner Maria Rilke. Als lezer sta je toch even stil om over deze citaten te reflecteren. Ook Alois vindt troost in het werk van de Duitse dichter.
“Soldaat-Hovenier” is een zeer gelaagd verhaal, maar niet echt een oorlog-oorlog verhaal. Het liefdesverhaal speelt zich af tegenover de historische achtergrond van de Eerste Wereldoorlog. Het decor evolueert van de ruwe oorlog naar de pracht van Monet’s tuin en schilderijen. De personages zijn fysiek en mentaal gehavend. Deze beeldroman gaat vooral over liefde, eenzaamheid, heimwee, trouw en ware vriendschap. De protagonisten vinden troost en steun in de helende kracht van de natuur en de kunst. Zo verandert de “mindsetting“ van Alois volledig bij elke natuurwandeling. De schoonheid van het landschap verlicht zijn hart en geest.
Het beperkte kleurenpalet dat Joris Vermassen gebruikt past perfect bij de sfeer van het verhaal. De tekeningen zijn sober, maar toch voldoende gedetailleerd.
Voor “Soldaat-Hovenier” moet je als lezer eens goed gaan zitten en de tijd nemen om deze “slow love story” te laten binnenkomen. Niet alleen in volume en gewicht is deze beeldroman een klepper. Het is vooral een artistiek pareltje, een diep menselijk verhaal. Een echte aanrader!! (HV)
Joris Vermassen op het net:
– Joris Vermassen in Culture Club
– Website Joris Vermassen
Een voltreffer
Tramp 12 Valstrik op zee
Jean-Charles Kraehn / Roberto Zaghi
Uitgeverij Hum
56 pagina’s
Verschenen op 25/03/2025
Acht jaar na het overlijden van tekenaar Patrick Jusseaume komt uitgeverij Hum met de vertaling van deel 12 van de maritieme saga Tramp, het eerste deel van een tweeluik. Het scenario is nog steeds van de hand van Jean-Charles Kraehn. Roberto Zaghi vervangt op schitterende wijze Jusseaume.
“Valstrik op zee” is een avonturenverhaal van de bovenste plank, met alles er op en er aan: knap uitgewerkte personages, intriges, actie, suspense, liefdesperikelen. Vanaf de eerste pagina slaat de vlam in de pan en het blijft spannend tot de laatste. Het verhaal situeert zich in de jaren 1950 tussen de havenstad Rouen en de Franse koloniën.
In “Tramp” draait alles rond Yann Calec, kapitein van het “liberty-ship” de “Pierrick”. Nadat hij midden in een storm een zinkend schip aantreft, ontdekt Calec dat niemand van de bemanning, op een papegaai na, het heeft overleefd. De meesten zijn op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Wat is hier aan de hand?
Het zit Calec niet mee, want terug aan land stuurt zijn vrouw Rosanne op een scheiding aan en vindt hij maar geen nieuwe vracht voor zijn schip. De louche reder van het vergane schip biedt hem een vracht aan. Argwanend gaat hij er op in. Wanneer er door die reder verdachte bemanningsleden aan boord komen, vergroot het wantrouwen en gaan de poppen aan het dansen. De consternatie vergroot nog wanneer de autoriteiten alle contact met de “Pierrick” verliezen.
Het album eindigt met een karrevracht cliffhangers.
Wat is er gebeurd met de “Pierrick”? Vinden ze hem nog terug? Wie zit er achter de moordpartij op het gezonken schip? Hoe loopt het af met Calecs vrouw nadat ze aangerand werd door de reder? Kan de papegaai helpen om alle mysteries te ontsluieren?
Stof genoeg om nu al uit te kijken naar het vervolg “De gevangenen van St Paul” dat in het Nederlands verschijnt op 30 mei 2025.
Naast de meeslepende verhaallijn zorgt de vlotte grafische stijl van Zaghi voor de nodige vaart in het verhaal. De actiescènes staan knap op papier.
Wie graag een uurtje geniet van een pittig avontuur moet niet twijfelen, de nieuwste Tramp is een voltreffer.
Voor de fans: deel 14 is ook al getekend en komt dit jaar nog uit in het Frans. (HV)
Geen woorden, maar beelden!
de magnifieke Monet 2 Giverny
Luc Cromheecke
Oogachtend
56 pagina’s
Verschenen op 12/03/2025
In deel twee van het drieluik laat Luc Cromheecke ons in zijn eigen cartooneske stijl binnenkijken in het leven van Claude Monet, “de grootste impressionist aller tijden”.
Het blijft niet alledaags om een tekstloze strip uit te brengen. De auteur echter volhardt en gaat door op het elan van het eerste album en ook het tweede deel is een “stomme” strip. Hij heeft er voor gekozen om in zijn biografie de grootmeester te tonen in de laatste veertig gelukkige jaren van diens leven. In deel één volgden we de schilder naar Étretat, deel twee brengt ons naar zijn huis “Le Pressoir” in Giverny, vlakbij de plek waar de rivier de Epte uitmondt in de Seine. Wij zien Monet in zijn dagelijkse doen en laten. Hij geniet van zijn prachtige tuin.
Een groot deel van het album gaat over wat hij doet bij slecht weer in de herfst en in de donkere winterdagen. Monet leeft op het tempo van de natuur en als een bezetene probeert hij de steeds veranderende natuurfenomenen vast te leggen. Hij is streng voor zichzelf, als het resultaat hem niet bevalt, breekt hij de doeken in stukken en stookt ze op.
Het blijft een prima vondst om het leven van Monet alleen visueel weer te geven, net als je een schilderij aanschouwt. Cromheecke laat de prent voor zichzelf spreken. Geen woorden, maar beelden. De lichtvoetige, schalkse tekenstijl geeft alles nog een extra dimensie. Het album heeft iets slapstickachtig, een buitenbeentje in stripland. Als animatie zou deze reeks vast leuke filmpjes opleveren.
Wie vindt dat de beelden toch te weinig vertellen is er achteraan in het album een vlot leesbaar dossier.
Dit is een reeks die je meerdere keren ter hand neemt en “leest”. Het dossier zet ons bij de tweede / derde leesbeurt aan om de prenten nog aandachtiger te bekijken.
Als het de bedoeling was om op een “ludieke” manier (jonge) lezers te laten kennismaken met Monet dan is dat zeker geslaagd. Je leest dit boek met een “smile” op je gezicht, je wordt er zowaar vrolijk van. Net zoals Monet genoot van zijn leven en werk, zo ook voel je dat de tekenaar met plezier dit boek heeft gemaakt.
Benieuwd welke Monet Luc Cromheecke ons in het laatste album van het drieluik serveert.(HV)
Romeinse hulk op zoek naar het licht
Brigantus 2 De Pict
Hermann / Yves H.
56 pagina’s
Uitgeverij Le Lombard
Verschenen op:13/03/2025
Ondanks zijn toch al hoge leeftijd blijft grootmeester Hermann aan een aardig tempo albums afleveren.
Het slotdeel van het tweeluik Brigantus is weer zo’n echt Hermann album. In een donkere vijandige sfeer volgen we de Romeinse legioensoldaat, Melonius Brigantus, met zijn centurie op weg naar een geïsoleerd fort in het hart van het land van de Picten (Schotland). Brigantus is een door de Romeinen opgeleide vechtmachine, een afgewezen persoon in een monsterlijk lichaam. Een Romeinse “Hulk” op zoek naar een plek waar hij geaccepteerd zal worden, een plek waar hij het licht zal zien. Wanneer Brigantus door de Romeinen van verraad wordt beschuldigt, moet hij het fort verlaten. Hij ontwaakt bij de Picten die hem nauwelijks beter gezind zijn dan de Romeinen. Hij is een Romein voor de Picten en een Pict voor de Romeinen. Hij wil zich wreken op de legioensoldaten die hem als een bastaard beschouwen en kiest voluit de kant van de Picten. Dit alles leidt tot een portie bloedvergieten en een onwaarschijnlijke plot. Wie beslist over het lot van Brigantus? Zal hij het licht zien?
Yves H. zorgt voor een vrij klassiek scenario. De enscenering zit nog steeds goed in mekaar. Het verhaal van Brigantus is een bloedige tragedie, een tweestrijd tussen trouw aan het legioen en de haat tegen de vuilbekkende collega soldaten. De afgehakte hoofden vliegen ons om de oren, niemand wordt gespaard.
De tekeningen stralen nog steeds kracht uit, maar hebben aan precisie ingeboet. De mistige decors, nochtans een kolfje naar de hand van de meester, lijken iets te veel op elkaar. Hetzelfde kan je zeggen van de personages. Zo zijn de Romeinse soldaten moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Dat dit niet meer de beste Hermann is moeten we aanvaarden. Toch is het voor een 86-jarige een huzarenstukje om nog zo’n kwaliteit af te leveren. Hij blijft een begenadigd striptekenaar en kan nog steeds als de beste een beklemmende sfeer creëren. Diehard fans zullen dit tweeluik zeer waarderen. Kritische lezers zullen zeggen dat vader en zoon teren op hun naam. Aan u de keuze. Wij hebben alvast van het verhaal genoten. (HV)
Een klassieker, ook in de 9de kunst
Het blijft een gewaagde onderneming om een klassieker uit de film- en literatuurwereld te verstrippen, maar Pierre Alary is er toch aardig in geslaagd om het verhaal van Margaret Mitchell, die met het boek in 1937 de Pulitzerprijs won, boeiend in beeld te brengen.
Deel twee van deze Amerikaanse saga start op de ruïnes van de successieoorlog. Atlanta ligt in puin en Scarlett O’Hara is wanhopig op zoek naar geld om het familielandgoed Tara te redden. Het behoud van Tara is voor haar een obsessie voor de rest van haar dagen. Wanneer Rhett Butler haar niet wil/kan helpen, gaat ze geobsedeerd door het geld, in overlevingsmodus en trouwt ze met Frank Kennedy. Rhett blijft echter de rode draad in haar leven en met tussenpozen vechten ze verbaal hun haat-liefde verhouding uit. Na de dood van haar tweede man vraagt hij Scarlett ten huwelijk en breekt er voor het koppel een zorgeloze periode aan, maar de schaduw van haar liefde voor Ashley Wilks hangt over hun relatie, een relatie met ups en downs. Na de dood van hun dochter Bonnie vergaat Rhett van verdriet en verlaat hij Scarlett. Op haar wanhopige vraag: “Wat moet ik nu doen?” antwoordt hij met één van de meest iconische zinnen uit de filmgeschiedenis: “Frankly my dear. I don’t give a damn!”. Het verhaal heeft eigenlijk een open einde. Scarlett beseft te laat dat Rhett haar enige liefde is en verlangt er naar om zich met hem maar ook met haar familie te verzoenen.
Het werk van Alary is een huzarenstukje, al te samen bij 300 pagina’s knap tekenwerk. Hij weet het maatschappelijk tijdsbeeld goed te vangen en dompelt ons onder in één van de woeligste periodes uit de Amerikaanse geschiedenis.
Hij heeft Margaret Mitchells tijdloze meesterwerk alle eer aan gedaan en omgezet naar een prachtige beeldroman, een pageturner! Scenario, tekenstijl en kleurenpalet vloeien hier perfect in elkaar.
Net zoals de film en het boek pakt ook dit tweeluik je meteen vast en laat je zelfs na de laatste pagina niet los. De eigenzinnige Scarlett blijft nog een tijdje door je hoofd spoken.
Gone with the wind is en blijft een klassieker, ook in de 9de kunst. (HV)
Een sociaal geëngageerde thriller
Makkelijke prooien 1 Hyena’s
Miguelanxo Prado
Uitgeverij Lauwert
96 pagina’s
Verschenen op 31/03/2025
Uitgeverij Lauwert heeft stilaan een patent om ons op regelmatige basis nieuwe pareltjes van graphic novels voor te schotelen. Het is niet de eerste maal dat ze een ons onbekende auteur leert kennen. Deze keer gaat het om de Spanjaard Miguelanxo Prado. Voor de diehard stripfanaat waarschijnlijk geen onbekende, voor ons een ontdekking. Prado is bij ons bekend van Ardalén, Krijtlijn en Kronieken van de onlogica.
Het op waargebeurde feiten gebaseerde “Makkelijke prooien. Hyena’s” is het eerste deel van een hedendaagse misdaadthriller die zich afspeelt in het Galicische A Coruña. Dit terwijl Spanje zwaar gebukt gaat onder een moordende financiële crisis en vooral de modale spaarder de dupe is.
Recherche-inspectrice Olga Tabares en haar assistent Carlos Sotillo worden geconfronteerd met een zevental moorden in evenveel dagen. Een direct aanknopingspunt vinden ze niet, maar toch lijkt het hen verdacht dat alle slachtoffers werkzaam zijn in de banksector. Later blijkt dat zes van de zeven vergiftigd zijn met cyanide. Hebben ze hier te maken met een seriemoordenaar? Uiteindelijk leidt een spoor hen naar een woonzorgcentrum. Een aantal bewoners zijn het grootste deel van hun vermogen kwijt gespeeld aan dubieuze beleggingen hen aangepraat door arglistige bankmedewerkers. Hun haat tegenover de bankwereld is enorm. Wanneer de speurders wat druk zetten op de”oudjes”, komen de bekentenissen als vanzelf. In enkele flashbacks zien we hoe een aantal gedupeerden hun wraak plannen. Alleen de zevende moord verloopt niet zoals gepland, maar komt ook op hun conto.
Als blijkt dat de verdachten over elk slachtoffer een dossier hebben, worden ze doorverwezen naar een volksjury. Inspectrice Tabares, die innerlijk aan de kant van de opgelichte bejaarden staat, uit openlijk haar twijfels of de daders wel schuldig zullen worden bevonden. Wordt vervolgd!
Voor wie mocht twijfelen wie de makkelijke prooien zijn en wie de hyena’s, maakt de prent op de achtercover veel duidelijk.
“Makkelijke prooien. Hyena’s” is niet zomaar een doorsnee misdaadverhaal, maar een sociaal geëngageerde thriller. Prado doet hier een aanklacht tegen de straffeloosheid van de financiële wereld die zonder scrupules met twijfelachtige contracten weerloze mensen offert op het altaar van het blinde winstbejag en speculaties. Een aanklacht tegen de onbeschaamde witte boord criminelen.
Het is niet dat dit album overloopt van de ondraaglijke spanning, maar Prado doet stapsgewijs het relaas van het moordonderzoek en maakt de lezer pagina na pagina nieuwsgieriger om de waarheid te ontdekken. Prima opbouw van het scenario. De auteur toont ons hoe degelijk politiespeurwerk in zijn werk gaat. De rechercheurs zijn gewone mensen met begrip voor de daders.
Het realistische tekenwerk is subliem, knappe nauwkeurige prenten, mooie aquarellen! De tekenaar is voor ons een revelatie. We gaan beslist op zoek naar eerder werk van hem.
Nog dit: tijdens het lezen gingen onze gedachten vaak naar de reeks “Krasse Knarren”, waar ook een stelletje balorige bejaarden hun eigen strijd tegen het establishment voeren, weliswaar in een andere context.
Benieuwd naar het verdict in deel twee. (HV)
Pittige western
Catamount 4 De verlossing van Catamount
Benjamin Blasco-Martinez / Gaet’s / Albert Bonneau
Uitgeverij Microbe
64 pagina’s
Verschenen op 05/04/2025
Voor we aan het vierde album van Catamount begonnen, hebben we eerst nog eens ten volle genoten van de drie vorige delen. Voor ons blijft Catamount één van de beste westerns van de laatste jaren. Zonde dat uitgeverij Microbe ons vier jaar liet wachten op dit deel.
Gaet’s puurde een spetterend scenario uit het werk van Albert Bonneau “La Rédemption de Catamount”, “De verlossing van Catamount”. Nadat deel drie op een ware climax eindigde, gaat deze aflevering op hetzelfde elan door.
Catamount is uitgegroeid tot een vechtmachine, een revolverheld zonder weerga, wel belust om het onrecht dat zijn familie is aangedaan te wreken. We vinden hem terug aan de oever van de Big Blue rivier ergens op de grens tussen Kansas en Texas, opgejaagd door Pinkerton detectives en de plaatselijke sheriff en zijn posse. Op een verlaten ranch vindt hij onderdak bij een oude vrouw, die hem uit de handen van zijn achtervolgers weet te houden. Als wederdienst belooft Catamount haar aan lager wal geraakte zoon te zoeken en hem thuis te brengen. Vanaf hier slaat de vlam in de pan en krijgen we een rollercoaster van actie en geweld. Het verhaal breidt nog uit wanneer de zoon verwikkeld is in een conflict met een opdringerige rancher. Ook dit varkentje weet onze held wel te wassen. En all’s well that ends well als de zoon met zijn verloofde en een veestapel terugkeert naar zijn moeder. Catamount speelt nog een kat-en-muisspelletje met de corrupte sheriff, maar trekt dan zoals het een “ridder” betaamt nieuwe horizonten tegemoet. Komt er toch nog een vervolg?
“De verlossing van Catamount” is qua scenario wellicht niet het sterkste deel van de serie. Misschien iets te makkelijk gewonnen om nog eens een gedwongen verkoop van een ranch te gebruiken. We zagen dit al passeren in deel twee en drie. Maar desondanks blijven alle ingrediënten voor een pittige western aanwezig: spanning en actie van begin tot einde, bloederige gevechtsscènes en schietgrage bad guys.
Naast het schrijfwerk van Gaet’s zijn het toch bovenal de tekeningen van Blasco-Martinez die ons bekoren. Wat heeft die man het “western-tekenen“ in de vingers, om van te smullen. In zijn categorie is hij toch echt wel een topper!
Meegesleept door het verhaal lazen wij dit album aan een razend tempo. Eénmaal er aan begonnen is de spanning zo opgebouwd dat je pagina na pagina verslindt.
Voor wie deze reeks nog niet kent, niet twijfelen, dit is een top western!
Ondanks het open einde en de nog beschikbare “Catamount-verhalen” in de reeks van Bonneau heeft de uitgeverij aangekondigd dat dit het laatste deel in de reeks is. Jammer of misschien toch maar beter eindigen in schoonheid. (HV)
Warrig verhaal, virtuoos getekend
Marshal Bass 11 Klotegeld
Darco Macan / Igor Kordey
Silvesterstrips
56 pagina’s
Verschenen op 02/04/2024
Het avontuur van Marshal River Bass blijft een buitenbeentje in de western-strips. River Bass, gebaseerd op de eerste Amerikaanse zwarte marshal Bass Reeves is het atypische hoofdpersonage van deze reeks. Bass, vader van een kroostrijk gezin dat moeite heeft om de touwtjes aan elkaar te knopen, heeft een chronisch gebrek aan geld en laat zich lijmen als de eerste de beste. Bovendien heeft hij ook zijn huidskleur niet mee.
In het voorlaatste deel van de serie draait alles om geld, “klotegeld”.
Na de dood van zijn baas kolonel Helena (zie deel 10) vinden we Bass als vlijtige huisvader terug in zijn thuishaven Dryheave Arizona. Al gauw roept het avontuur. Hij kan niet weerstaan aan het aanbod van een malafide premiejager. Dik tegen de zin van zijn vrouw trekt Bass er op uit om een smak geld binnen te rijven. Bij zijn afwezigheid probeert de familie op haar manier te overleven. De grootvader vormt met zijn kleinzonen een stelletje kruimeldieven. In dienst van de plaatselijke pastoor ondernemen de vrouwen een delicate klus. Ze moeten 5000 dollar losgeld bezorgen, om een meisje van goede huize vrij te krijgen. Zo wat alles wat de familie heeft aanvaard loopt in het honderd. De opdracht van Bass loopt af met een sisser. Opa en zijn gang overvallen de vrouwen en gaan er met het losgeld vandoor. Ondanks deze tegenslag slagen de vrouwen er toch in om met het nodige geweld het gegijzelde meisje te bevrijden. Wanneer Bass zich berooid thuis meldt, wordt hij door zijn vrouw aan de deur gezet. Het verhaal eindigt met een anticlimax. Twee jaar later zien we de aan lager wal geraakte Bass liggen in een goot in een achterbuurt van San Francisco. Wat is er in die tussentijd met de marshal gebeurd? Stof voor het laatste album.
De verschillende verhaallijnen lopen dit maal wat verwarrend door elkaar. Het verhaal springt bij momenten van de hak op de tak. Het gedoe om het losgeld is nu ook weer niet de origineelste vondst.
De aparte tekenstijl van Kordey maakt echter veel goed. Het begint al bij de knappe cover. Zijn werk getuigt van veel virtuositeit. Het is één van die strips waarbij je de prenten meerdere keren moet bekijken. Telkens komen er nieuwe facetten in beeld. Typisch voor Kordey’s Marshal Bass is de dubbelpagina in elk album. Deze keer kiest hij voor een herfsttafereel, een knap getekende “droneview” van de villa van zijn erfvijanden, de familie Defoe. Met als pittig detail, Bass in een compromitterende houding.
“Klotegeld” is zeker niet het beste album uit de reeks, maar biedt toch meer dan voldoende lees- en kijkplezier. (HV)
Fascinerend verhaal met een boodschap
Getekend door de Holocaust
Annick Cojean / Tamia Baudouin / Théa Rojzman
Dupuis Vrije Vlucht
128 pagina’s
Verschenen op 13/03/2025
Het aantal stripverhalen over de Holocaust in onze collectie is op twee handen niet te tellen. “Getekend door de Holocaust” is echter niet het zoveelste in de rij. Door de aparte invalshoek, men vertrekt vanuit het verhaal van de “survivors”, biedt het een ander perspectief.
Dit album is de verstripping van een diepgravende reportage, die de Franse journaliste Annick Cojean in 1995 maakte voor het gerenommeerde dagblad “Le Monde”. Haar werk “Les mémoires de la Shoah” werd in 1996 bekroond met de “Prix Albert Londres”.
Het boek onderscheidt zich van de meeste andere Holocaust-verhalen omdat het in hoofdzaak niet de tragedie van de Shoah beschrijft, maar een beeld schetst van de impact ervan op het leven van de overlevenden en hun nazaten. Het verhaal begint dan ook met de vraag “Hoe gaan de overlevenden en hun kinderen, de “mirakelkinderen”, om met die zware last? “Mirakelkinderen” waren niet verondersteld geboren te worden, net zoals hun ouders niet verondersteld waren te overleven.
Opmerkelijk is dat Cojean niet alleen de Joodse slachtoffers aan het woord laat, maar ook de erfgenamen van de Nazi’s, die op hun manier ook de Holocaust met zich meedragen.
In haar voorwoord vertelt ze hoe haar reportagereeks gegroeid is en stelt ze vast dat 30 jaar later de schaduwen van de Holocaust zich blijven opstapelen en het antisemitisme nog steeds “sluimert”. Onder het motto “Dit nooit meer” pleit ze om de Holocaust een meer centrale plaats te geven in het geschiedenisonderricht. Ze betreurt dat de genocide op de Joden geen andere heeft kunnen voorkomen. De gebeurtenissen in Gaza maken dit des te schrijnend. We vragen ons af, leren we niets uit het jammerlijke verleden.
Rojzman giet de teksten van Cojean in een pakkend scenario en Baudoin zorgt voor de aangrijpende beelden. De auteurs brengen een bundeling van ooggetuigenverslagen van de naziterreur in de concentratiekampen, van de getto’s in Polen tot Auschwitz.
Naar kleur en opbouw geven de tekeningen prima weer hoe de verschillende slachtoffers met hun gevoelens worstelen. Men toont hoe elk individu met zijn/haar trauma omgaat en er probeert mee te leven. Dat er nazi-kinderen zijn die hun ouders veroordelen, lijkt ons logisch, maar confronterend is dat er ook zijn die achter de keuze van hun ouders staan en nu nog steeds met de Nazi-gedachte dwepen. Rudiger Hess, zoon van Rudolf, is daar het toonbeeld van.
Het voorlaatste deel van het album brengt de Joodse nakomelingen en de Nazi-kinderen samen. Wat volgt is een verwarmende dialoog die leidt tot wederzijds begrip en de deelnemers aanzet om de boodschap van Annick Cojean, “Dit nooit meer”, uit te dragen.
In het laatste artikel zien we hoe de verschillende nakomelingen, elk op hun manier de Shoah bespreekbaar maken in het onderwijs en daarbuiten.
We zijn onder de indruk van de ontroerende getuigenissen, maar ook van de zeer expressieve prenten.
“Getekend door de Holocaust” is een fascinerend verhaal met een boodschap die na 30 jaar nog steeds binnenkomt. Dit album verdient zijn plaats in elke school/klasbibliotheek. Een ideaal boek om als didactisch materiaal te gebruiken in de geschiedenisles. (HV)
When Nero meets Urbanus
De avonturen van Nero en Co
De Babbelkousen
Willy Linthout / Ann Smet
Stichting Marc Sleen
Uitgeverij Bonte
32 pagina’s
zwartwit
Verschenen op 29/04/2025
Sinds 1 januari 2025 zijn de rechten op de Nero-figuren van Marc Sleen beschikbaar voor het publiek. Willy Linthout, tekenaar van 201 Urbanus-afleveringen, laat deze kans niet voorbij gaan en brengt samen met scenariste Ann Smet een nieuwe Nero-reeks uit, een eigen interpretatie van de avonturen van Nero en Co. Linthout is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. In 1982 tekende hij met toestemming van de meester Marc Sleen zelf “De zeven van Zeveneken”.
In “De Babbelkousen” krijgt Nero te maken met een knorrige belastinginspecteur. Na bedwelmd te zijn met een waarheidsserum verklappen Nero’s kousen dat hij jarenlang geen belastingen betaalde op zijn 218 avonturen. Om zijn schulden aan de fiscus af te lossen wordt Nero op pad gestuurd om achterstallige taksen te innen. Dit loopt niet echt van een leien dakje. Na heel wat capriolen belandt Nero in Lokeren, Oost-Vlaanderen, op het volksfeest “Koveken” in de Heirbrugwijk waar het verhaal een hilarische afloop kent. Zoals het hoort, eindigt ook dit album met de traditionele wafelenbak, waarmee elk Nero-verhaal eindigde.
“De Babbelkousen” is een oer-Vlaams old school Nero-verhaal. De tekeningen van Linthout bezorgen ons een nostalgisch gevoel naar de tijd waar we de klassieke zwartwit Nero’s verslonden.
Al waart de geest van Marc Sleen door het verhaal, toch hebben we vaak het gevoel een Urbanus-album te lezen. Misschien vindt de allergrootste in de Nero-hemel de mix van de twee verhaalstijlen opperbest. Wie zal het zeggen?
Dat Linthout en Smet fervente Sleen adepten zijn, tonen ze door een hele rist figuren uit het Nero-universum de revue te laten passeren. Naast de vaste hoofdrolspelers zien we de Kapoentjes, Jan Spier, Piet Fluwijn en Bolleke, Ricardo en de cast uit album 17 “De ring van Patatje”.
Het is lovenswaardig dat Linthout zijn verhaal ent op gebeurtenissen in zijn eigen heimat en ons op een Vlaams reuzenfeest vergast. Een beetje reclame voor de eigen streek kan geen kwaad.
“De Babbelkousen” is een meer dan verdienstelijke poging om Nero te doen herleven. We hopen dat de volgende aflevering toch nog iets meer Nero wordt. (HV)
Knappe historische strip
Legio Patria Nostra
3. Tierras Calientes
Jean-André Yerlès / Marie-Antoine Boidin
Daedalus
64 pagina’s
Verschenen op 21/03/2025
In Legio Patria Nostra draait alles om het Franse Vreemdelingenlegioen en de historische veldslag die het op 30 april 1863 leverde in Camarón, Mexico. De eerste twee delen, ons getipt in de plaatselijke bib, waren veel belovend en konden ons meteen bekoren. In deel drie gaan de auteurs op hetzelfde elan door. Met deze historische actiereeks leveren ze een geslaagde mix van waargebeurde feiten en verzonnen nevenfiguren. Aan de basis van deze reeks ligt een medaillon van een voorvader, kapitein van het legioen, van de scenarist Jean-Antoine Yerlès.
Centraal in het verhaal staan een aantal imponerende goed uitgewerkte personages. De hoofdrollen zijn weggelegd voor Casimir Laï, de tamboer van de compagnie, zijn vrienden Zedie, kapitein “houten hand” Danjou en enkele kameraad soldaten.
Na een slopende overtocht meren de protagonisten aan in Vera Cruz, waar de gele koorts “vomito negro” lelijk huishoudt. Casimir is op zijn hoede voor de Moor, de moordenaar van zijn vriend Dino (zie deel 1), die zich onder een valse identiteit bij het legioen heeft aangemeld. Wanneer er een konvooi georganiseerd wordt om wapens en goud naar de stad Puebla te brengen, krijgen kapitein Danjou en zijn mannen de opdracht om de route te verkennen. De tocht is bepaald geen pretje. De wegen door de “Tierras Calientes” (letterlijk hete aarde) zijn een echte beproeving. Bovendien is er een verrader in de gelederen. Wanneer ze door Mexicaanse guerrillero’s aangevallen worden, verschansen ze zich in een haciënda in het dorpje Camarón. Hier kan het gevecht beginnen, maar dit zal voor deel vier en vijf zijn.
Opnieuw weet Yerlès de spanning prima op te bouwen. Naast de historisch correcte feiten leert hij ons de mannen van het legioen, met hun kleine en grote beslommeringen, kennen en begrijpen. Legio Patria Nostra is niet alleen het motto van het Vreemdelingenlegioen, maar ook het verhaal van een van het pad afgeweken jongen die rust vindt in het legioen, het verhaal van een onhandige leidersfiguur die een legende zal worden, het verhaal van een nederlaag die zal uitgroeien tot een voorbeeld, het verhaal van een uniek legerkorps.
Net als in de vorige albums begint “Tierras Calientes” met een scène uit de beroemde veldslag. Hier lichten de auteurs al een tipje van de sluier van hoe deze historie zal eindigen.
Via een flashback komen we meer te weten over de houten hand van kapitein Danjou. Achteraan in het album vinden we nog een verklarend dossier over de gele koorts.
De tekeningen, de paginaopbouw en de koppen van de personages spreken ons geweldig aan. Knap werk van Boidin, ons bekend van “De oorlog van de Sambers”!
Dit verhaal heeft alles wat een goede historische strip moet hebben: goed onderbouwd scenario, de nodige actiescènes, een vleugje melancholie en knappe tekeningen. Misschien toch wel een pareltje in de schaduw van meer gekende reeksen. We kijken uit naar het vervolg en einde van deze beklemmende serie.(HV)
Prachtige uitgave
1629 … of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia
1. De apotheker van de duivel
Xavier Dorison / Thimothée Montaigne
Standaard uitgeverij
136 pagina’s
Verschenen op 15/05/2025
Alleen al door naar de omslag van een boek te kijken, kan je instant een “coup de foudre” krijgen. Wel “1629” is er zo één: knappe cover, prachtige uitgave!
“1629” is het waargebeurd verhaal dat begint in de gouden eeuw in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het begin draait alles om het VOC spiegelretourschip “De Batavia”, een vrachtschip voor het vervoer van goederen en personen van en naar Nederlands Indië. Later staat de bemanning centraal.
Op 29 oktober 1628 vaart de Batavia onder leiding van opperkoopman François Pelsaert van Amsterdam naar Java, het hoofdkwartier van de “Vereenigde Oost-Indische Compagnie” met aan boord een aanzienlijke voorraad goud. Op 4 juni 1629 lijdt het schip schipbreuk op het Morning Reef voor de Australische kust, het begin van de bloedigste pagina uit de maritieme geschiedenis. Hoewel grotendeels gebaseerd op waargebeurde feiten, blijft het verhaal fictief. De auteurs hebben feiten en fictie met elkaar verweven om hun waarheid te vertellen.
Dorison en Montaigne zorgen voor een schitterend album maar zijn niet de eersten die de ramp met de Batavia beschrijven. In de stripwereld zijn ze in 2009 voorafgegaan door de reeks Jeronimus, uitgegeven bij Daedalus. De oudste uitgave dateert van 377 jaren geleden. In 1648 schreef ene Joost Hartgers “De ongeluckige voyagie van ’t schip Batavia nae Oost-Indien”. De auteurs hebben zich op dit werk gebaseerd en gebruiken enkele prenten als schutbladen tussen de vijf hoofdstukken.
Scenarist Dorison, ons bekend van o.a. “Beestenburcht” en “Undertaker”, geeft de eer aan onderkoopman Jeronimus Cornelisz, een intrigant hors categorie, om het verhaal te becommentariëren. Als uitgewezen apotheker is hij van meet af aan uit op wraak op het VOC. Zijn gekonkel verziekt de sfeer aan boord en leidt tot een poging tot muiterij, die mislukt. Hij overtuigt de kapitein schipper Adriaen Jakobsz om van de gewone route af te wijken om later een nieuwe poging te ondernemen. Zijn plan gaat echter opnieuw niet door, want de Batavia loopt onverwacht op een rif in de buurt van een eiland. Schipper Jakobsz en opperkoopman Pelsaert laten de gestrande bemanning achter en proberen hulp te halen in Java. Kan het nog erger worden? De titel van deel twee: “Het rode eiland” voorspelt alvast weinig goeds.
Naast de intriges onder de mannen, is er de knappe Lucretia Jans, die op weg is naar haar man, een VOC koopman, in Java. Haar aanwezigheid zorgt voor de nodige commotie aan boord. Ze vindt een bondgenoot in de jonge marsgast Wiebe Hayes.
“1629” is een verhaal over menselijke relaties, over strikte hiërarchie, over de gebeurtenissen aan boord, een aanklacht tegen de slechte behandeling en de beestige levensomstandigheden van de doorsnee bemanning. Van bij de afvaart is er een zwaar beladen stemming aan boord. Alleen wie wanhopig is vaart mee met een schip van de VOC, luidt het.
In dit knap getekende eerste deel worden de verschillende karakters scherp neergezet en wordt de sfeer steeds onheilspellender. Snedige dialogen geven extra pit aan dit drama. Krijgen we een geweldsexplosie in het vervolg?
Dorison verwijst in zijn voorwoord naar “De teloorgang van de ziel”, het complete ontbreken van elke vorm van empathie bij een bepaalde groep mensen met als gevolg sadisme en slachtpartijen.
De tekeningen en de pagina-opbouw zijn op niveau van het album. Het kleurenpalet past prima bij de dreigende sfeer aan boord. Duidelijk dat Montaigne kan putten uit zijn ervaringen met de serie “Prins van de nacht”.
Wat geldt voor het verstrippen van een roman, geldt ook voor het verstrippen van historische feiten: het is een moeilijk evenwicht tussen het origineel en de bewerking. De auteurs leveren een titanenwerk af. Zowel scenario en tekeningen van vaartuigen en kledij zijn accuraat. Wat een berg voorbereiding en opzoekwerk hebben ze hier verzet! Er zit veel creatieve diepgang in dit album. Voor ons wordt dit een van de toppers van 2025! Laat de prijs geen belet zijn. Het boek is het waard.(HV)
Plezant, leerrijk leesvoer, een reeks met een eigen gezicht
Alexander De Grote
6 Het paard van Troje
Bart Proost / Barcas
Strips2Go2
48 pagina’s
Verschenen op 20/06/2025
De strip Alexander De Grote hebben we samen met onze kleinzoon ontdekt. Op het einde van de lagere school was hij volledig gefascineerd door de Griekse mythologie. De verhalen over de goden, halfgoden en hun relatie tot de mensen interesseerden hem uitermate. Hij maakte er zelfs een website over. Bij de plaatselijke stripspeciaalzaak werd zijn aandacht getrokken door het derde album uit de reeks “De sandalen van Hermes”. Zo kwamen we in de wereld van Alexander De Grote terecht. Ondertussen zijn er al gesigneerde albums in the house.
De auteurs brengen een parodie op de Macedonische veldheer, een mix van historische feiten en – personages met verzonnen dolkomische toestanden.
In deel zes gaat Alexander op zoek naar een geheim wapen om de Perzen van koning Darius III te verslaan. Hij krijgt het lumineuze idee om het duizend jaar oude Paard van Troje weer van stal te halen. Alexander en zijn vaste kompanen trekken naar Troje op zoek naar het Paard. Ze worden vanuit de lucht geschaduwd door zijn vader, de oppergod Zeus, in de gedaante van een zeearend, en diens vrouw Athena als een uil. Deze twee gevederde geven een beetje à la “Statler en Waldorf” commentaar op wat er beneden gebeurt. Darius III is ook niet van gisteren en stuurt er een stel ninja-achtige huurmoordenaars op af. Na heel wat capriolen vinden ze het Paard van Troje, maar dit blijkt in slechte staat te zijn. Als de huurmoordenaars in actie komen, voelt Zeus zich verplicht om zijn vermomming af te werpen en Alexander en co uit de hachelijke situatie te redden. All’s well that ends well en met wat goede raad van Athena kan Alexander terug naar zijn leger.
Bart Proost, die ons eerder al bekoorde met de diepgaande graphic novels “Caspar David Friedrich” en “Goya”, wil zich duidelijk niet vastpinnen op één genre en gaat hier met zijn scenarist Barcas een heel andere weg op. Ze slagen er in om een humoristische strip te brengen die zowel een tiener van 15 als een opa van 66 kan smaken.
Ondanks dat ze op pagina acht een steekje onder water uitdelen aan de zogezegde recensenten, hebben we toch een poging gedaan om onze mening over het album te geven. Frisse humor brengen is niet makkelijk, maar de auteurs brengen ons toch aan het lachen. Naast een goeie portie humor, bij momenten slapstick, heeft dit verhaal nog meer te bieden. Er zijn vanzelfsprekend de verwijzingen naar de geschiedenis en de mythologie, maar ook actuele thema’s passeren de revue. Er is een knipoog naar de flexijobbers en de teloorgang van de winkelstraten in de steden ten voordele van de shoppingcentra in de rand. Het switchen tussen de vele personages geeft het verhaal de nodige vaart. Onze favoriet is de aan aanrakingsfobie lijdende “haptofoob” Diomedes. Hij zorgt vaak voor onverwachte actie. Aan dit laatste ontbreekt het in dit album niet. Het gaat er bij momenten heet aan toe.
De link van het Paard van Troje naar André Van Duyns “paard in de gang” is een leuke gimmick. Zoek maar uit op welke pagina dat staat?
De “sfeerwoordjes” die in de prenten buiten de tekstballonnen opduiken, zorgen voor het accentueren van de stemming van het moment.
De heel herkenbare eigen originele tekenstijl van Bart Proost associëren we al volledig met deze reeks. Een reeks met een eigen gezicht, zo hoort het!
We weten niet of de auteurs het in hun achterhoofd hebben om dit album voor educatieve doeleinden te gebruiken, maar we vermoeden het wel. Als gewezen onderwijzer zouden we dit verhaal toch wel graag in onze klas zien opduiken.
Het Paard van Troje is aangenaam, plezant, leerrijk leesvoer!
Voor wie er niet genoeg van kan krijgen is er nog de website https://alexanderdegrote.com/ . Hier ontdek je een interactieve wereld die de auteurs hebben opgebouwd rond de stripreeks. (HV)
Beklijvend kunstwerk
Mario en de Magiër
Koenraad Tinel / Els Snick / Thomas Mann
Arbeiderspers / Oogachtend
304 pagina’s
Verschenen op 11/06/2025
We waren flink onder de indruk van Koenraad Tinels autobiografische “Scheisseimer” uit 2023 dat we niet geaarzeld hebben om zijn nieuwste werk “Mario en de Magiër” aan te schaffen. Met deze graphic novel haalt beeldend kunstenaar Tinel samen met vertaalster Els Snick de novelle “Mario und der Zauberer” van de Duitse schrijver Thomas Mann uit 1930 van onder het stof, een tijdsdocument van het Italië uit de vroege jaren 1930.
Wat een pakkend werk levert de 91-jarige hier af!
In dit boek drukt Mann een gevoel van onbehagen uit, een voorvoelen van hoe de wereld door het oprukkende fascisme enkele jaren later in een verwoestende oorlog zal belanden. Op de flap van de kaft vermeld Tinel dat hij getroffen werd door de hedendaagse echo’s van Manns reisverhaal en hij er samen met Els Snick een kunstig verbeelde waarschuwing uit puurde.
Het boek is van bij het begin onheilspellend en baadt in een beklemmende sfeer tot de laatste pagina.
In “Mario en de Magiër” brengt Thomas Mann met zijn gezin een vakantie door in Torre di Venere, een populaire badplaats aan de Tyrreense Zee. Al gauw wordt de familie Mann er met de nek aangekeken. Vreemdelingen zijn er duidelijk niet welkom. Wanneer een van de kinderen ongegrond verweten wordt een ziekte te verspreiden, moeten ze verplicht van kamer verhuizen en zelfs het hotel verlaten. Het wordt nog erger wanneer het achtjarige dochtertje naakt haar badpak uitspoelt in de branding. De Italianen hebben het meteen over een schending van de openbare zeden. Een belediging voor hun gastvrijheid die uitmondt in een boete. De Manns zijn hier getuige van het opkomend nationalisme dat zal leiden naar “Il Duce”. Op een avond wonen ze een optreden bij van de demonische gebochelde hypnotiseur “cavalier Cipolla”. Hij toont zich volstrekt superieur aan zijn publiek. Hij beveelt en manipuleert zelfs de meest kritische toeschouwers tot makke volgelingen en dwingt iedereen onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Op het hoogtepunt van de show brengt de illusionist de bescheiden kelner Mario in een trance en gooit zo diens liefdesleven voor jan en alleman te grabbel, de ultieme vernedering. Bij het ontwaken voelt Mario zich gekleineerd, een gekrenkte ziel. Met een onverwachte climax neemt hij wraak. Het verhaal eindigt in een onbeschrijfelijk tumult.
Gebruikte Mann de magiër als metafoor voor de demagogen van zijn tijd? Ziet Tinel er de “Trumps” van onze tijd in? Het is duidelijk een waarschuwing om niet achter manipulatoren aan te lopen.
De rudimentaire tekeningen en het sombere kleurenpalet maken deze graphic novel tot een bijzonder boek. In zijn typische stijl illustreert Tinel de adaptatie van Els Snick. Vaak zijn de tekeningen holle silhouetten of schaduwachtige donkere schetsen, maar soms ook fijn gedetailleerd. De lezers krijgen de ruimte om in hun verbeelding het ontbrekende in de platen op te vullen. Eenmaal je het verhaal gelezen hebt, is het boek vooral een kijkboek dat je meerdere keren ter hand neemt en telkens zetten andere prenten je aan het mijmeren.
Het zwart, wit en de ganse scala grijstinten accentueren de naargeestige sfeer in het verhaal. Het begint al bij de in het oog springende cover. Met priemende witte, bijna fluorescerende ogen dwingt de magiër ons het boek in te duiken.
De vet en groter gedrukte steekwoorden in de tekst vallen ons op, ze drukken vaak de essentie van een paragraaf uit. Aan de hand van deze sleutelwoorden kan men makkelijk het verhaal navertellen.
Toch wel bijzonder dat een 91-jarige kunstenaar zo bezorgd is om de evolutie van onze maatschappij en deze antifascistische novelle verheft tot een kunstwerk. Hoedje af!
Naast “Soldaat-Hovenier” en “Goya Licht en Schaduw” is “Mario en de Magiër” de derde echt bijzondere graphic novel die we dit jaar lazen. (HV)
Een opera met een scala aan grijstinten!
Het Spook van de Opera
Paul & Gaëtan Brizzi / Gaston Laroux
Silvesterstrips
160 pagina’s
Verschenen op 17/06/2025
Met het verstrippen van “Het spook van de opera” leveren de tweelingbroers Paul en Gaëtan Brizzi een echte parel af. Ze beperken zich niet tot de musicalversie, maar gaan voor de full option, de integrale adaptatie van het boek van Gaston Leroux uit 1906. Een klepper van 160 pagina’s.
Het is algemeen bekend dat “Het spook van de opera” aka “The phantom of the opera” één van de meest succesvolle musicals ter wereld is. Miljoenen mensen over gans de wereld woonden dit spektakel reeds bij. Nu is er dus deze knappe gothic novel.
We zijn onder de indruk van de prachtige potloodtekeningen van de gebroeders Brizzi. Wat die allemaal met een potlood op papier kunnen toveren, een opera met een scala aan grijstinten! Vooral op de paginagrote prenten raken we niet uitgekeken! Echte kunstwerken.
In het voorwoord wordt Gaston Laroux, auteur van het origineel, aan het woord gelaten. Hij vertelt de lezer hoe hij tot de zekerheid kwam dat het spook van de opera echt bestond.
Het verhaal speelt zich af op het einde van de 19de eeuw in het Parijs van Napoleon III. Plaats van het gebeuren is de statige “Opéra Garnier”, waarvan we op pagina 5 een prachtige tekening krijgen.
Onder personeel en acteurs gaan de geruchten over een spook dat rondwaart in het operahuis en ongelukken veroorzaakt. Wanneer Armand Moncharmin en Firmin Richard de leiding over de opera overnemen, worden ze door het spook gechanteerd. Zij moeten maandelijks 20000 fr. betalen en een privé-balkon voor het spook reserveren. De nieuwe bazen gaan niet op deze eisen in en meteen gaan de poppen aan het dansen. Naast chantage en bedreiging draait het verhaal eigenlijk rond de jonge zangeres Christine Daaé, haar zangleraar, de mysterieuze verminkte Erik alias het spook en haar vriend Raoul, burggraaf van Chagny. Erik wordt verliefd op Christine en ontvoert ze naar de catacomben van de opera. In zijn ondergrondse schuilplaats ontdekt ze Eriks misvorming. Raoul gaat met behulp van de “Perziër”, een gewezen vriend van Erik, op zoek naar Christine. Uiteindelijk komt het tot een tragische confrontatie tussen Raoul, de “Perziër”, Christine en het spook.
“Het spook van de opera” is een mysterieus verhaal met een vleugje horror over vereenzaming door verminking, over obsessieve liefde waarbij de spanning steeds maar crescendo gaat.
Ook al kenden we het verhaal, toch werden we opnieuw meegesleept in deze fascinerende graphic novel. Het werk van Leroux heeft door de jaren niets aan originaliteit en geheimzinnigheid ingeboet. Het blijft niet alleen een “must read”, maar vooral een “must look”, genieten van de knappe potloodtekeningen. Paul en Gaëtan Brizzi hadden al hun visitekaartje afgegeven met hun bewerking van “Dante’s hel” en “Don Quichot van la Mancha”. Ze tonen nu nog maar eens dat het klasbakken zijn. “Het spook van de opera” is een aanrader!
Toch nog even vermelden dat de Brizzi Brothers niet de eersten waren met een strip over het spook. In 1976 bracht Willy Vandersteen in de serie Pats al een versie van het spook uit. In 1989 starten A.P. Duchateau en B.C. Swysen een collectie detectiveverhalen naar het werk van Leroux met speurder Joseph Rouletabille, een Leroux-personage, in de hoofdrol. Verschillende van die titels vinden we terug in de bibliografie van Gaston Leroux, achteraan in het album. (HV)
Een getormenteerde Belgische keizerin
Keizerin Charlotte – IV Zestig jaar eenzaamheid
Fabien Nury / Matthieu Bonhomme
Standaard uitgeverij
88 pagina’s
Verschenen op 19/06/2025
Met de serie “Keizerin Charlotte” brengen Fabien Nury en Matthieu Bonhomme een stukje minder gekende geschiedenis van het Belgisch koningshuis voor het voetlicht. Het levensverhaal van de getormenteerde Belgische prinses, dochter van Leopold I, keizerin van Mexico leest als de beste historische roman. Het verhaal is geïnspireerd op waargebeurde feiten, maar blijft volgens de auteurs toch grotendeels fictie. Het is een uitgebreide mix van authentieke gebeurtenissen, veronderstellingen en fantasie, maar vooral de story van een gekwelde vrouw die haar levensdoel en dat van haar man Maximiliaan, keizer van Mexico, door de vingers voelt glippen. Het willen redden van het keizerrijk en het in stand houden van haar relatie wordt een obsessie en drijft haar tot waanzin.
Zoals de titel verklapt covert deel IV de laatste 60 jaren van Keizerin Charlottes leven. Om ten volle van dit slotdeel te genieten, is het misschien toch wel aangewezen om de eerste drie delen van deze dramatischte biografie te lezen.
Wanneer de situatie in Mexico précair wordt, reist Charlotte af naar Frankrijk om Napoleon III te overtuigen om haar man en het keizerrijk in het zadel te houden, maar ze komt van een kale reis thuis, zelfs paus Pius IX wil haar niet helpen.
Rode draad door het album is een in scène gezet tribunaal waarbij drie dokter specialisten in opdracht van Leopold II de mentale toestand van Charlotte onderzoeken. Aan de hand van getuigenissen van o.a. haar hofdame, gravin Zichy, de Mexicaanse ambassadeursvrouw mevrouw Almonte, het kamermeisje Mathilde en haar secretaris Félix Éloin wordt in een reeks flashbacks de neergang van Charlottes gemoedstoestand geschetst. Als haar zwangerschap ter sprake komt is het tribunaal zijn hypocriete zelve en wordt dit onder de mat geveegd. Het kind, een jongen, Maxime, uit een relatie met haar chaperon in Mexico kolonel Van Der Smissen, wordt haar bij de geboorte in 1867 onmiddellijk ontnomen. Charlotte, door iedereen in de steek gelaten, wordt door de dokters ontoerekeningsvatbaar verklaard en tot internering in het paviljoen van Tervuren en later het kasteel Bouchout te Meise veroordeeld. Dit alles onder het goedkeurend oog van haar broer Filips, graaf van Vlaanderen.
In een epiloog van een tiental pagina’s krijgen we een beeld van Charlottes leven in isolatie tot aan haar dood. De lezer is getuige van hoe ze zich verloor in de verheerlijking van haar overleden man Maximiliaan en hoe het een aantal figuren uit haar entourage op het einde van hun leven vergaat.
De auteurs leveren hier toch een hele knappe historische strip af, een tragisch verhaal over een vrouw vol van haar idealen, slachtoffer van intriges in de toenmalige wereldpolitiek en door onbegrip tot krankzinnigheid gedreven. Deze geschiedenis geeft ook aan hoe men in die periode in hogere kringen familiale buitenbeentjes buiten spel zette.
Bonhomme weet dit keizersdrama meeslepend en filmisch in beeld te brengen. Het kleurenpalet, de expressieve gezichten en het oog voor de decors zorgen voor knap vakwerk. Er is nog een knipoog naar het bekende schilderij “De executie van Maximiliaan” (1868) van Edouard Manet.
“Keizerin Charlotte” is een aanrader, ook voor lezers die niet zo into history zijn, een pakkende reeks! (HV)
Realistische western met diepgang
In het hart van de woestijn
Maryse Charles / Jean-François Charles
Dark Dragon Books
104 pagina’s
Verschenen op 09/07/2025
Al jarenlang zijn we fan van het werk van het kunstenaarskoppel Maryse en Jean-François Charles. Vooral de reeksen “De pioniers van de nieuwe wereld” en “India Dreams” liggen in de bovenste schuif. Onze pret kon niet op bij het vernemen dat het nieuwste werk van het koppel een klassieke western is. We kregen immers de stripmicrobe te pakken door kleppers à la “Blueberry” en “Comanche”. Op tijd en stond een portie western gaat er bij ons wel in.
Reeds lang was het de droom van de Charles’ om een western te maken en na het beëindigen van de serie “China Li” was de tijd rijp.
“In het hart van de woestijn” is geënt op het boek “Heart of Darkness” (1902) van Joseph Conrad. Charles verplaatst het verhaal van het broeierige Congo naar de woestijn van Monument Valley Arizona. Daarnaast brengt het koppel een ode aan de oude westernfilms van John Ford, “Stagecoach” (1939) en “Gunpowder Valley” (1958) van George Marshall. Ze vermengen deze ingrediënten tot een zeer gelaagd verhaal, een trip door het Wilde Westen met alles er op en er aan, maar bovenal een psychologisch familiedrama. De rode draad doorheen het verhaal is de zoektocht, in opdracht van het Amerikaanse leger, van een jonge luitenant, Norman Pyle, naar zijn oudere broer Adam Pyle, gelauwerde veteraan uit de burgeroorlog. Deze laatste blijft gevangen in de naweeën van de wreedheden van de oorlog. Hij doorziet de plannen van de blanke generaals om de Indianen uit te roeien en kiest er voor om deze genocide met geweld te stoppen.
Via flashbacks zien we hoe het in hun jeugd misliep tussen de vader en de oudste zoon en hoe die meer en meer verandert in een koelbloedige killer zonder remmingen. Bij de uiteindelijke ontmoeting tussen de twee broers, “de goede en de kwade”, zorgen de Charles’ toch nog voor een onverwachte plotwending.
Tussendoor krijgen we een beetje geschiedenis over de ontginning van het Wilde Westen. Zo wordt er aandacht besteed aan de Buffalo Soldiers, de confrontatie tussen cowboys en schaapherders en de slopende rush van de pioniers naar het uitverkoren Californië. De tocht van luitenant Pyle loopt van Fort Leavenworth tot de Navajo Monument Valley in Arizona, de heilige vallei van de rotsen, een reis die de Charles’ ook zelf ondernamen.
Naast de gewone stripdialogen wordt het verhaal verteld door de hoofdrolspeler met een off-screen stem.
In bepaalde prenten is de techniek die François Charles gebruikt duidelijk te zien. De textuur van het papier is vaak zichtbaar. De pagina’s zijn getekend op canvas-papier en met potlood en aquarel ingekleurd. Soms gedetailleerd, soms grof getekend, maar in zijn geheel top, zoals we de auteurs kennen!
Achteraan in het album is een uitgebreid dossier opgenomen waarin we meer vernemen over de oorsprong van dit werk, de gebruikte technieken en waar de inspiratie vandaan komt. De grote prenten zijn concepttekeningen voor de kaft, die het niet gehaald hebben als cover.
“In het hart van de woestijn” is wellicht niet de spannendste western, maar een realistische western met diepgang, eentje waar je niet op één, twee, drie door bent, krijgt zijn plaats in onze western-collectie! Bedankt Dark Dragoon Books voor de vertaling.(HV)
Een ode aan een bijzondere vrouw
Madeleine, verzetsstrijdster 2. Het rode dekbed
Dominique Bertail / Jean-David Morvan / Madeleine Riffaud
Daedalus
136 pagina’s
Verschenen op 18/07/2025
Het levensverhaal van Madeleine Riffaud is vrij uniek. Ze is één van die uitzonderlijke personen die in het geval van tegenspoed boven zichzelf uitstijgen. Zo heeft elk land er wel een aantal gekend in de Tweede Wereldoorlog.
In volle covid-tijd liet ze zich door Jean-David Morvan na veel vijven en zessen overtuigen om haar leven als verzetsstrijdster te verstrippen. Een verhaal dat net als dat van zovele andere verzetshelden niet tussen de plooien van de geschiedenis mocht verdwijnen maar verteld diende te worden. Ondanks haar hoge leeftijd hield Madeleine er aan om nauwgezet toe te zien op het scenario, dat door Bertail aangrijpend in beeld wordt gebracht. Het resultaat is een pakkend tijdsbeeld. Een ode aan een bijzondere vrouw die vorig jaar op de gezegende leeftijd van 100 jaar overleed.
Waar we in deel 1 “De vonkende roos” vooral zagen hoe ze haar weg naar de verzetsbeweging zocht, krijgen we in deel twee een beeld van hoe ze zich opwerkte in de “Résistance” tot ze werd opgepakt.
Onder de schuilnaam Rainer, naar de Oostenrijks Duitse dichter Rainer Maria Rilke, waarvoor ze een grote liefde toonde, ontpopt Madeleine zich van koerier tot leidinggevende van haar verzetscel. Ze doorloopt alle geledingen binnen het verzet, van anti Duitse pamfletten verspreiden, oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid over het stelen van rantsoenering bonnen en het rekruteren van nieuwe leden tot het plegen van aanslagen op de vijand.
Het beklemmend gevoel van angst om verraden en opgepakt te worden is op elke pagina aanwezig. Als lezer vraag je je af of ze de volgende bladzijde wel haalt. En wat iedereen verwacht, gebeurt uiteindelijk.
Na de dood van een trouwe medewerker en de gruwelijke berichten uit Oradour-sur-Glane, waar de Duitse SS troepen lelijk huis hielden, knalt ze verblind door woede en op wraak belust een Duitse officier neer. Een Franse collaborateur, getuige van het gebeuren, slaagt er in haar te arresteren.
Of ze naar de wetten van het verzet er zal in slagen om drie dagen aan de folteringen te weerstaan en niets te bekennen zodat haar cel de kans heeft om te vluchten is een cliffhanger van formaat. Of het haar lukt is voer voor deel drie. Ondertussen spreidt de ellende van de oorlog zich als een rood dekbed over de Franse hoofdstad.
Naast de escapades van Madeleine besteden de auteurs ook aandacht aan hoe de gewone Parijzenaar in oorlogstijd probeert te overleven. Men laat ons heel even in haar ziel kijken. Het waanbeeld van haar verkrachting (zie deel 1) laat haar geen intimiteit met haar vriend toe.
De gedetailleerde realistische tekeningen van Bertail zijn subliem. Het palet van blauw grijze tinten past perfect bij de sfeer van het verhaal.
Een aantal gebeurtenissen worden door Morvan extra geïllustreerd door gedichten van Madeleine, die ze schreef naar aanleiding van de feiten van de dag, in het album op te nemen. Je vindt de gedichten in de originele versie, maar ook in een Nederlandse vertaling.
Deze uitgave past beslist in het rijtje van boeken over helden van het verzet die de laatste tijd aan een redelijk tempo verschijnen. (HV)
Een kus als blikvanger
Suske en Wiske – De helden van Amoras
1 Doodvonnis
Willy Vandersteen / Marc Legendre / Charel Cambré
Standaard uitgeverij
58 pagina’s
Verschenen op 04/09/2025
Dit jaar vieren we het 80-jarige bestaan van de Suske en Wiske-reeks. Nog steeds één van de beste lopende reeksen in Vlaanderen en Nederland. Ter gelegenheid van dit jubileum komt de Standaard uitgeverij met een hele reeks nieuwe uitgaven. Zo verschijnen er vier nieuwe albums in de rode reeks. De laatste was nr. 380 “De correcte Krimson”. Naast deze uitgaven verrast de uitgeverij met een “nieuwe” reeks: “De helden van Amoras”, Suske en Wiske de sequel III. Deze spin-off zal de stripgeschiedenis ingaan als die met de “choquerende” cover van de kussende Suske en Wiske. Een kneep van de marketing om de nieuwe reeks als blikvanger in de markt te zetten? En “by the way’, had aartsvader Willy niet verboden dat Suske en Wiske mochten kussen?
De eerste leesbeurt van “Doodvonnis” geeft niet het gevoel een nieuwe serie te lezen. Het verschil met “De kronieken van Amoras”-serie is gering. De sticker op de cover “een nieuw begin voor Suske en Wiske” dekt volgens ons niet echt de lading. Het scenario volgt de lijn van “De kronieken”, dit wordt trouwens bevestigd door Marc Legendre in het woordje achteraf in het album. Net als in “De kronieken” veranderen Legendre en Cambré niets aan de persoonlijkheid of de karaktertrekken van de sleutelfiguren. Sidonia, Lambik, Jerom, Suske en Wiske zijn nog steeds zeer herkenbaar. Bij de volgende albums zou het nadrukkelijk om de avonturen van Suske en Wiske draaien en krijgen de nevenpersonages een aanvullende rol.
Het verhaal situeert zich rond 2040, maar voelt aan alsof we in het heden zijn. Het begint met een niet al te positieve boodschap: “de wereld is om zeep”. De verdorven dr. Krimson zet Suske en Wiske-klonen in om de echte uit te schakelen. In echte Bonnie en Clyde-stijl stelen ze zeer opvallend een container coke en tekenen hiermee het doodvonnis van Suske en Wiske. Het avontuur loopt van het Antwerps havenkwartier over een typisch Vlaams festival naar een vakantiepark op Sint-Anneke. Het duurt niet lang of de drugscriminelen gaan achter Suske en Wiske aan. Wanneer die beseffen in welk wespennest ze beland zijn, krijgen ze hulp van hun vrienden. Lambik besluit met behulp van Jerom zijn eigen war on drugs ala Lambik te voeren. Uiteindelijk komt het tot een confrontatie tussen de drugsdealers, de echte en de nep Suske en Wiske. Al bij al loopt dit avontuur goed af. Alleen Krimson houdt er een kater aan over.
Misschien is dit niet het meest spitsvondige scenario, maar toch goed voor een uurtje amusement. De swingende tekenstijl van Cambré tilt dit album op. Hij geeft de humor van Legendre een extra laagje.
“Doodvonnis” bevat alles wat een Suske en Wiske moet hebben: eenvoud, een lach, een traan, actie en spanning. De auteurs brengen een hedendaags avonturenstrip.
In een dossier wordt de geschiedenis van de reeksen “Amoras” en “De kronieken van Amoras” toegelicht. Er is ook een portie extra info over de geboorte van “De helden van Amoras”. Zo is er een kort interview met Kristof Berte, die vanaf deel 3 de nieuwe scenarist wordt. (HV)
Napoleons Grande Armée in overlevingsmodus
Op zoek naar glorie 2 Huis Lagriote
Pascal Davoz / Philippe Eudeline
Arboris
48 pagina’s
Verschenen op 08/07/2025
De Russische campagne van Napoleons Grande Armée is al vele malen belicht, maar toch heeft Pascal Davos een originele invalshoek gevonden om de rampzalige terugtocht vanuit Moskou te vertellen.
De avonturen van Hazenpad, een jonge tamboer die op het slagveld een steek van de keizer vindt en die kost wat kost aan de eigenaar wilt terug bezorgen, is de rode draad doorheen het verhaal. Naast de queeste van de trommelaar en zijn trawanten is het verhaal doorspekt met historische personages, feiten en weetjes. O.a. de “Slag bij Leipzig, de Volkerenslag” en maarschalk Berthier passeren de revue.
Nadat ze in deel 1 veilig de Berezina zijn over geraakt vinden we Hazenpad en zijn stiefmoeder, de marketentster Fanfan Lagriote terug in Vilnius, Litouwen. Samen zoeken ze bescherming tegen de aanvallen van de Kozakken. Na dat Fanfan maar ternauwernood ontsnapt aan een verkrachting door sergeant Bonneuil en soldaat Pijpenkop valt Hazenpad bij een schermutseling in de handen van de Russen. Fanfan is er het hart van in en of dit nog niet genoeg is, verneemt ze wie er verantwoordelijk is voor de dood van haar man, de vader van Hazenpad.
Eindelijk bereiken ze de Niemen en trekt de Grande Armée zich terug op Franse bodem. En all’s well that ends well : Fanfan vindt Hazenpad terug en beiden sluiten zich aan bij de Keizerlijke Garde waar ze opnieuw Bonneuil en Pijpenkop tegen het lijf lopen. Met een bang hart wacht Fanfan af wat het jaar 1814, het jaar voor Waterloo, zal brengen?
Davos zorgt voor een pittig scenario met steeds andere plotwendingen. De actiescènes volgen elkaar in een aardig tempo op. Er wordt ruim aandacht besteed aan de ontberingen die de terugtrekkende troepen moeten ondergaan. We zien tot wat een mens in staat is als die in overlevingsmodus gaat.
De tekeningen van Eudeline zijn van een prima niveau. Hij slaagt er in om het verhaal de nodige elan te geven. Zijn stijl doet ons denken aan de reeks “De zoon van de Arend” van Michel Faure.
Als Napoleon-adept vinden we de avonturen van Hazenpad best te pruimen, deze historische reeks is meer dan de moeite.
We verheugen er ons op dat er nog twee afleveringen zitten aan te komen. In het Frans is de reeks “La Gloire des Aigles” al volledig uit. We kunnen alvast verklappen dat deel drie zich afspeelt in de Aube. Maar waarschijnlijk duurt het nog tot deel vier eer Hazenpad de steek kan terugbezorgen aan de Keizer. (HV)
Warrig kat- en muisspel
Buonaparte 3. Het laatste oordeel
Rudi Miel / Fabienne Pigière / Iván Gil
Daedalus
56 pagina’s
Verschenen op 22/08/2025
Het gaat goed met de Napoleon-strip. We hebben nog maar net deel twee van de serie “Op zoek naar glorie” achter de kiezen of daar is al deel drie van “Buonaparte”. Als Napoleon-adept kunnen we dit alleen toejuichen.
Het laatste deel van het drieluik over het ballingschap van Napoleon Bonaparte op het eiland Sint-Helena is een logisch vervolg op de vorige afleveringen. Miel en Pigière houden vast aan het stramien van hun scenario, een mix van feiten en fictie, soms niet altijd even makkelijk om te volgen.
De hoofdbrok van het verhaal blijft het kat- en muisspel tussen Napoleon en zijn bewaker, gouverneur Hudson Lowe. Deze laatste maakt er een erezaak van om het leven van de Keizer en zijn entourage zo lastig mogelijk te maken. Beetje bij beetje trekt hij de strop rond Napoleon en zijn gezellen aan. Als op korte tijd de gezelschapsdames madame De Montholon en Betsy Balcombe het eiland verlaten, vereenzaamt l’Empereur en gaat zijn toestand er fysiek en psychisch snel op achteruit en op 5 mei 1821 om 17u48 is de Keizer er niet meer. Op de eigenlijke doodsoorzaak wordt er in het album verder niet ingegaan. Misschien zat hier wel stof in voor nog een vervolg.
Een tweede verhaallijn draait rond de obsessie van Hudson Lowe voor de fictieve schat van Alexander De Grote, die Napoleon op een van zijn veldtochten ergens in Egypte zou verborgen hebben. Niet alleen de Britten, maar ook de coalitiepartners van Waterloo zijn uit op de schat. Een kluwen van intriges brengt niettemin nooit een oplossing.
Een derde verhaallijn besteedt veel aandacht aan de ontspanningspogingen, waarvan er historisch bewijs is dat ze gepland waren, maar echter nooit uitgevoerd. De auteurs leggen er een extra laagje op door Napoleon te laten ontsnappen in een luchtballon.
De filmische, realistische tekenstijl van Gil bevalt ons. De goed uitgewerkte hoofdpersonages blijven overeind in dit gekonkel. Gebouwen en kostuums worden nauwkeurig op papier gezet. Voor de duidelijkheid gebruikt hij een ander lettertype bij de flashbacks.
Dit laatste oordeel zal ons bijblijven als een mengelmoes van waargebeurde – en gefantaseerde daden. Voor wie extra duiding wilt, is er achteraan een historische katern voorzien, waarin de schrijvers laten zien dat er aan zo’n historisch stripalbum knap wat opzoekwerk vooraf gaat. Waarvoor onze waardering! (HV)
Een kunstzinnig huzarenstukje
Het leven en de dood in de ast
Ivan Petrus Adriaenssens / Stijn Streuvels
Lannoo
208 pagina’s
Verschenen op 11/09/2025
“Het leven en de dood in de ast” behoort tot het beste wat er ooit in het Nederlands werd geschreven en is Europese literatuur op zijn best. (David Van Reybrouck, voorjaar 2021).
Het is niet alledaags om zo’n literaire klassieker te verstrippen. IP Adriaenssens waagde er zich aan en levert met de graphic novel “Het leven en de dood in de ast” een kunstzinnig huzarenstukje af. Heel bijzonder is dat de tekenaar er voor kiest om geen tekstballonnen te gebruiken. Het “kijkboek” dompelt de “kijker” onder in de wereld van Streuvels anno 1926 en zet aan om te genieten van Streuvels werk. De auteur rekent er op dat zijn tekeningen ons zullen aansteken om de novelle te lezen. Dat is bij ons zeker gelukt. De volledige tekst, in moderne spelling, met een uitgebreide lijst noten om het “Streuveliaans” volledig te begrijpen, vormt het tweede deel van deze knappe uitgave. De tekst is geïllustreerd met tekeningen uit de strip, dit helpt om te schakelen tussen novelle en graphic novel.
IP Adriaenssens slaagt er in om zijn eigen stijl te vermengen met de gedetailleerde beeldende taal van Streuvels. Net als de levendige beschrijvingen spreken de tekeningen voor zich. Een paar keer maakt hij een uitzondering en komt er toch tekst op papier. Als Streuvels een veelvoud aan woorden gebruikt om het spel van de muizen (pag. 72) te beschrijven, lezen we “kachaaien, ginnegabben, buitelen, dansen, piokken, tinsen, titsen, tjokken, hossebrokken, zeerden, pierlen, dertelen en kokeren” Zalig toch! We krijgen zowaar tekstballonnen wanneer landloper Knorre in Fliepoo’s visioen een sermoen afsteekt over het leven van het leven.
Het decor van dit verhaal is een ast, een stenen droogoven voor cichoreiwortels, afgezonderd tussen de velden. Eén nacht volgen we de sisyfusarbeid van drie knechten: Hutsebolle de opperdroger, Blomme de knecht en de wat simpele sukkelachtige Fliepo. Ook een dakloze zwerver Knorre brengt er de nacht door en zal tegen de ochtend sterven. De komst van Knorre zet de werkers aan het denken over de zin van het leven en hun bestaan. In de stormachtige nacht zweven de arbeiders tussen droom en werkelijkheid op de rand van hallucinatie. Ze dromen over hun leven, hun tegenslagen en hun verlangens. Het ontbeert de mannen aan innerlijke rust en confronteert hen met de vergankelijkheid van de wereld rondom. Naast de innerlijk roersels van het drietal gunt deze novelle ons ook een blik op het dorpsleven rond 1926.
We hadden het al eerder over de kunstvaardigheid van deze adaptatie. Deze graphic novel is niet alleen een eerbetoon aan Stijn Streuvels, maar de auteur brengt en passant in zijn prenten ook een ode aan de blauwe reeks van Suske en Wiske van Willy Vandersteen, de “Tuin des overvloeds” van Pieter Breughel de oude, Léon Spilliaert, Félicien Rops en Frans Masereel. Achteraan in het boek staat nog een extraatje over deze kunstenaars. Ook nog vermelden dat geanimeerde beelden uit dit boek gebruikt worden in de theatervoorstelling “Het leven en de dood in de ast” met Kurt Defrancq op muziek van Innerwoud, een aanrader!
Met deze bewerking blaast IP Adriaenssens honderd jaar na data het stof van Streuvels werk. Mensen met strepen op hun ziel zijn immers tijdloos en universeel.
Uitgeverij Lannoo bezorgt ons een fraaie uitgave: een pakkende graphic novel en volledige novelle in één boek! Dus eigenlijk twee voor de prijs van één. (HV)
Hier nog meer over Hutsebolle en co.
Waargebeurd, niet voor gevoelige magen
Tarare Het ongelofelijke verhaal van een veelvraat
Ken Broeders
Uitgeverij L
72 pagina’s
Verschenen op 24/09/2025
Na de topper “De adem van de duivel” uit 2023 heeft Ken Broeders voor zijn nieuwste album “Tarare” opnieuw de inspiratie gevonden in de Napoleontische tijd. Deze keer gaat het niet om de gevolgen van een natuurfenomeen, maar vertelt hij ons het ongelofelijke verhaal van een menselijke veelvraat. Ken serveert ons het op ware feiten en -personen gebaseerde intrieste verhaal van “Tarare”, een jongeman die lijdt aan polyphagie, een onverzadigbare honger. Het gebeuren situeert zich op het einde van de 18de eeuw. De aanleiding tot deze historie is een studie over polyphagie uit 1804 waarin de Franse legerarts Pierre-François Percy het fenomeen Tarare uitvoerig beschrijft.
De auteur geeft ons een vrij chronologisch overzicht van de veelvraats curieuze leven. Van meet af aan worden we ondergedompeld in een onheilspellend sfeertje. In de proloog is “Tarare” de hoofdact in een freakshow, waar hij iets zo walgelijks verorbert dat de magen van het publiek binnenste buiten keren. Als hij uit dit rariteitenkabinet weet te ontsnappen, belandt hij van de regen in de drop. Bij het verdwijnen van een baby wordt in zijn richting gekeken. Het zal toch niet? Zou honger iemand kunnen dwingen tot kannibalisme? Van dan af is hij opgejaagd wild. Later zien we hem terug op de Parijse pleinen en boulevards waar hij als curiosum zo wat alles opsoupeert wat hem voor de kiezen wordt gezet. Wanneer hij dienst neemt in het Franse Rijn-leger wordt hij door generaal Alexandre de Beauharnais gebruikt als koerier om geheime documenten door de vijandelijke linies te smokkelen. Hij slikt ze in en “poept” ze aan de veilige kant weer uit. Al bij zijn eerste missie loopt het mis en belandt hij in een Frans veldhospitaal waar hij de dienstdoende dokter Percy opvalt, die hem meteen als een studieobject ziet. Hier steekt ook het kannibalisme weer de kop op en begint de definitieve aftakeling van “Tarare”.
Tussendoor vertelt de auteur dat zijn naam verwijst naar de opera “Tarare” van Antonio Salieri, die eind 18de eeuw een hit was in Parijs.
Wij zouden dit weerzinwekkende verhaal niet catalogeren als horror- of griezel, maar eerder als een biografische historische thriller. Na de laatste bladzijde hadden we toch wel een onbehaaglijk gevoel in onze maagstreek. Toen we het album dicht klapten kwam spontaan: “Amai, heavy, fel boekske!” Zin in een snoepje was er niet. We waarschuwen, dit is niet voor gevoelige magen.
Al valt het verhaal wat zwaar op de spijsvertering toch hebben we het inhoudelijk best kunnen pruimen. Het komt binnen, da’s zeker, maar het heeft ook iets tragikomisch, denken we maar aan de baardvrouw in de beginscènes.
De tekeningen geven je werkelijke een stomp in je maag. De expressie in de aangezichten is om van te smullen. Ken is sterk in smoelwerk! Hij weet ook de miserabele tijd van de sansculotten pakkend weer te geven. Je krijgt zowaar compassie met “Tarare”.
Naast het lugubere heeft het album ook iets mystiek en een vleugje humor is niet ver weg.
Dit album plakt aan de ribben en is voor ons één van de merkwaardigste van het jaar. Goed gedaan KB!
Tip! Voor wie nog meer Napoleontische sfeer wil opsnuiven uit de tekeningen van Ken Broeders, raden we aan een kijkje te nemen in het prachtige naslagwerk “Brugge voor Napoleon”. Haast je, rep je naar de bib. (HV)
Ronald Reagan: president, entertainer, vredesduif
De idioot die de Koude Oorlog won
Jean-Yves Le Naour / Cédrick Le BihanSaga uitgaven / Collectie Bamboe
64 pagina’s
Verschenen op 19/09/2025
Met “De idioot die de Koude Oorlog won” komt Saga uitgaven met een qua onderwerp verrassend album op de proppen. Weer een pareltje die ze aan hun Collectie Bamboe kunnen toevoegen. Het voor ons onbekende duo Le Naour / Le Bihan vertelt met lichte ironie het verhaal van het presidentschap van Ronald Reagan. Ronald wie? Ja, Ronald Reagan, bij velen onbekend of bij anderen uit het geheugen gewist, maar toch de moeite om er een album aan te wijden.
Naast de politieke carrière wordt er graag ingezoomd op zijn onkunde, maar ook op zijn uitgesproken communicatie-skills. Reagan kon ondanks zijn beperkte dossierkennis iemand inpakken met zijn charmes, zijn vlotte babbel en een batterij aan “jokes”. Zoals de titel laat vermoeden, schildert men de veertigste president van Amerika af als een eigengereide, ietwat naïeve idioot die er toch in geslaagd is om op zijn manier de wereld een beetje te veranderen. Als een ongeleid projectiel, dat zijn ambt als een spelletje beschouwt en liever op zijn ranch in Santa Barbara vertoeft, bezorgt hij zijn adviseurs de nodige kopzorgen. Maar hoe warrig het soms loopt, op het einde is hij de ster. Waar hebben we dit laatst nog gezien?
De belangrijkste politiek historische feiten uit zijn regeerperiode komen chronologisch aan bod. Het begint in 1980 met de verpletterende overwinning op Jimmy Carter. Vervolgens heeft men het over zijn economisch beleid de “Reaganomics”, het defensieve ruimteschild SDJ, de inval op het Caribisch eiland Grenada, de Iran Contra-affaire en zijn herverkiezing in 1984. Het laatste deel van het album gaat over de onderhandelingen met de Sovjet Russische secretaris-generaal Michail Gorbatsjov over het beëindigen van de wapenwedloop tussen de twee grootmachten. Ondanks Gorbatsjovs mateloze ergernis aan het ongefilterde gedrag van Reagan, weet de laatste hem toch te overtuigen en een akkoord te tekenen. Was Reagan nu echt een idioot of speelde hij het? Aan de lezer om het uit te maken.
Ook een aantal tijdsgenoten zoals Thatcher, Mitterand, G. Bush en Osama Bin Laden maken hun opwachting.
Het boek eindigt met een opvallende laatste pagina waarop we dezelfde affiche als op de cover zien, alleen is Reagan vervangen door Trump. Of dit verhaal ons doet denken aan de huidige president? Als we Ronald bokkensprongen zagen maken, was Donald nooit veraf. Er zijn alvast een aantal parallellen te trekken. Beiden nemen het niet al te nauw met de te volgen protocollen en dromen van “America is back” of “Great again”. Op pagina 38 doet Trump in het Oval Office de gevleugelde uitspraak: “We moeten politici niet vertrouwen, niemand kan ons zo goed beschermen tegen de gevaren van de democratie als wijzelf.” Een voorsmaakje op wat komen zal?
Deze strip geeft ons een beetje inzicht in een decennia naoorlogse Amerikaanse- en wereldgeschiedenis dat uiteindelijk leidde tot de val van de Muur in 1989. Wat ons vooral bijblijft is dat internationale politiek niet altijd even ernstig verloopt.
Van de realistische tekenstijl van Le Bihan zijn we niet echt onderste boven. Het is vast niet makkelijk om bekende koppen te tekenen. De ene is beter gelukt dan de andere.
Al bij al vinden we dit een prima album. We hebben genoten van de ironische kijk in de coulissen van de macht. Een glimlach was nooit veraf. Een onverwacht historisch topalbum! (HV)
Historische thriller van formaat
Berlijnse trilogie II Het handwerk van de beul
Philip Kerr / Pierre Boisserie / François Warzala
Scratch Books
144 pagina’s
Verschenen op 03/09/2025
Een bestseller verstrippen is altijd een risico, zeker wanneer het gaat om de legendarische Berlijnse trilogie van Philip Kerr, waarin de eigenzinnige privédetective Bernie Gunther zijn weg zoekt door het duistere Berlijn van de jaren ’30. Maar scenarist Pierre Boisserie en tekenaar François Warzala bewijzen met Het handwerk van de beul dat het wél kan. Ze brengen een meeslepende graphic novel vol spanning, morele ambiguïteit en historische gelaagdheid.
Boisserie vermengt het fictieve verhaal met historisch accurate info, waargebeurde feiten en bestaande personages tot een pakkend stripscenario. Het verhaal opent met een rijke uitgeefster die wordt gechanteerd met de liefdesbrieven van haar homofiele zoon. Gunther neemt de zaak op zich, maar raakt al snel verstrikt in een tweede onderzoek: een seriemoordenaar – bijgenaamd De Beul – maakt de Berlijnse straten onveilig. De eigenwijze speurder ontdekt een onheilspellend verband tussen beide zaken dat hem recht naar de top van het nazi-apparaat leidt. Figuren als Reinhard Heydrich, Heinrich Himmler, Arthur Nebe en Julius Streicher kruisen zijn pad. Boisserie laat feit en fictie naadloos in elkaar overvloeien.
De kracht van dit album zit niet enkel in de plot, maar ook in de sfeer. Warzala’s tekeningen ademen het Berlijn van de late jaren dertig: somber, strak en dreigend. Zijn stijl sluit aan bij de traditie van de klare lijn, maar met een donkerder toon die doet denken aan een Blake en Mortimer zonder nostalgie of een Kuifje zonder onschuld. Het kleurenpalet is sober, het perspectief filmisch. Soms lijken de gezichten van Duitse officieren wat op elkaar, maar dat doet weinig af aan de kracht van de beelden.
De vertaling van Dieter Van Tilburgh verdient een aparte vermelding. Hij behoudt het cynisme en de humor van Kerrs dialogen en voegt er af en toe een voor ons onbekende Hollandse uitdrukking aan toe. Wat denk je van “zo heet als onder de oksel van een bakker”.
Is deze strip beter dan het boek? Dat blijft een onmogelijke vraag. Maar wie zich laat meevoeren door Boisserie en Warzala, krijgt een volwassen, duistere en meeslepende thriller die moeiteloos overeind blijft naast het origineel.
Een graphic novel die zowel liefhebbers van historische fictie als van noir zal bekoren.
Op het laatste deel van de trilogie, “Een Duits requiem”, wordt het nog even wachten.
Maar wie niet kan wachten. Er zijn in totaal 14 boeken van Philip Kerr rond Bernie Gunther. Het laatste “Metropolis”dateert uit 2019 en is een prequel op de Berlijnse trilogie. (HV)
IJzersterke western
Undertaker 8 De wereld volgens Oz
Ralph Meyer / Xavier Dorison / Caroline Delabie
Dargaud
64 pagina’s
Verschenen op 23/10/2025
Als doorgewinterde Blueberry-fan hebben we op tijd en stond nood aan een stevige portie western. Wanneer die dan de kwaliteit heeft van Undertaker, is dat mooi meegenomen.
Met De wereld van Oz scoren Ralph Meyer en Xavier Dorison opnieuw een topalbum. Dit slot van het tweeluik dat begon met Mister Prairie bevat alles wat een goede western-strip nodig heeft: een strak scenario, gespannen ritme, expressieve personages en weergaloze actiescènes — een perfecte manier om het tienjarig bestaan van de reeks te vieren.
Het verhaal verweeft twee lijnen: de complexe relatie tussen Rose Prairie en Jonas Crow, en de religieuze kruistocht van de fanatieke zuster Oz tegen abortus. In het Texaanse stadje Eaden, nog getekend door de burgeroorlog, ontketent de op hol geslagen moraalridder een hysterie die doet nadenken over de gevaren van demagogie en religieus fanatisme.
De confrontatie mondt uit in een explosief drama waarin Jonas Crow zijn ware identiteit moet onthullen om de situatie te redden. Na het bloedbad blijft vooral de tragiek tussen hem en Rose hangen — een emotionele cliffhanger die mooi naar het volgende deel leidt: Undertaker 9 Gasten van de laatste dagen.
Omdat de auteurs met nevenprojecten bezig zijn, wordt het nog even wachten op deze episode.
Ralph Meyer verdient een pluim voor zijn magistrale tekenwerk: de lichaamstaal, gelaatsuitdrukkingen en dynamische composities zijn van topniveau. Caroline Delabie’s inkleuring — gedomineerd door warme oker-tinten — versterkt de broeierige sfeer op meesterlijke wijze.
Wie dit avontuur ten volle wil beleven, leest best Mister Prairie en De wereld van Oz na elkaar: een pittig voorgerecht en een verrukkelijke hoofdschotel. Undertaker blijft de absolute top in het western genre. (HV)
Genadeloze historische thriller
1629 … of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia
2 Het rode eiland
Xavier Dorison / Thimothée Montaigne
Standaard uitgeverij
144 pagina’s
Verschenen op 23/10/2025
Het gebeurt niet vaak dat een uitgeverij in zo’n kort tijdsbestek een volledig en sterk afgerond tweeluik presenteert. Standaard Uitgeverij deed het, en hoe. Het tweede deel van 1629 of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia, overtreft zelfs het al bijzonder indrukwekkende eerste album. Dit slotstuk heeft ons compleet omvergeblazen: dit is historische fictie van de bovenste plank, een meesterwerk waarin feiten en fictie naadloos in elkaar vloeien. Een verhaal dat je niet loslaat. De spanningsboog blijft 140 pagina’s lang strak gespannen.
Deel twee opent wanneer kapitein Adriaen Jakobsz en VOC-opperkoopman Pelsaert, na de schipbreuk van de Batavia, de gestrande bemanning noodgedwongen op een onherbergzaam eiland achterlaten om in Java hulp te zoeken. In hun afwezigheid grijpt onderkoopman Jeronimus Cornelisz, een manipulatieve intrigant pur sang, de macht. Zijn terreurbewind sleurt de eilanders mee in een spiraal van geweld en paranoia.
Tegenover hem staat Lucretia Jans, die in dit deel de rol van verteller op zich neemt. Haar psychologische strijd met Jeronimus vormt het hart van het album. Haar hoop is gevestigd op Wiebe Hayes, de jonge marsgast die met enkele medestanders op een naburig eiland weet te overleven. Wanneer uiteindelijk de confrontatie losbarst, duikt Pelsaert opnieuw op en wordt het lot van de muiters bezegeld. Maar van een echte bevrijding is geen sprake: de VOC neemt de macht onmiddellijk weer over. Wie rekende op een happy end tussen Lucretia en Hayes, komt bedrogen uit.
Thimothée Montaigne overtreft zichzelf opnieuw. Het realistische tekenwerk, de indrukwekkende illustraties, de uitgekiende découpage en de paginagrote prenten tillen het verhaal naar een hoger niveau.Visueel verbluffend! De beelden ademen sfeer, brutaliteit en emotionele intensiteit, een perfecte match met Dorisons script. Misschien zullen gevoelige lezers hier en daar hun adem inhouden.
1629, Het Rode Eiland, is een overweldigende, meeslepende en genadeloze historische thriller die je van begin tot eind in zijn greep houdt. Een absolute aanrader, en zonder twijfel een van de meest memorabele stripervaringen van het jaar. (HV)
Moderne maatschappelijke graphic novel
De veerman van de lagune
Christophe Dabitch / Piero Macola
Concerto books
222 pagina’s
Verschenen op 25/03/2025
De veerman van de lagune is een moderne graphic novel die actuele thema’s niet schuwt: hangjongeren, mensensmokkel, drugshandel en de macht van een meedogenloze criminele organisatie, simpelweg “De Organisatie” genoemd. Het album balanceert knap tussen thriller en sociaal drama, en vertelt tegelijk een coming-of-ageverhaal over opgroeien in een wereld waar gevaar en verleiding overal op de loer liggen.
Een donkere tocht door de lagune
Het verhaal speelt zich af in de lagune van Venetië, een labyrint van kanalen en eilandjes, het perfecte terrein voor activiteiten die het daglicht niet mogen zien. In deze schimmige omgeving volgen we Paolo, die met zijn vrienden, onder wie zijn beste vriend Ahmad, betrokken raakt bij de handel in synthetische drugs. Wanneer Paolo’s vader plots spoorloos verdwijnt, start hij een eenzame zoektocht die hem naar de duisterste plekken van de lagune voert.
Tijdens die tocht ontdekt hij niet alleen de aanwezigheid van de maffia, maar ook de harde realiteit van mensensmokkel en moderne slavernij. In de lagune staan de mensensmokkelaars bekend als “veermannen”: zij brengen illegalen binnen, enkel om hen daarna in uitbuiting te laten verdwijnen. Paolo komt langzaam achter de waarheid over zijn vader en zijn rol binnen dit geheime netwerk. Een ontdekking die zijn leven voorgoed verandert.
Wanneer “De Organisatie” hem probeert in te lijven en zijn omgeving begint te bedreigen, moet Paolo keuzes maken die hem sneller volwassen maken dan hij wil. De spanning stijgt, de gevaren worden persoonlijk, en ontsnappen lijkt steeds moeilijker.
Naast het sterke scenario is vooral het beeldwerk een absolute troef, visueel schitterend. Macola’s aquareltekeningen zijn subliem: zachte tinten, sfeervolle composities en adembenemende landschappen die de lagune tegelijk mysterieus, betoverend en dreigend laten aanvoelen. Het kleurenpalet versterkt perfect de melancholie en onderhuidse spanning van het verhaal.
De veerman van de lagune is een schitterende maatschappelijke graphic novel die actuele problematiek verweeft met een meeslepend, persoonlijk verhaal. Een verborgen parel en zonder twijfel meer dan de moeite waard om te lezen. (HV)
56 pagina’s humor van niveau maken is niet aan iedereen gegeven, maar voor Legendre en Cambré is het kinderspel. Deel 3 van Heden Verse Vis blijft moeiteloos op het hoge niveau van de twee vorige delen. Goddelijke stripgoden brengt humor en ironie van de bovenste plank: een hilarische voltreffer.
Het duo steekt de draak met een reeks maatschappelijke thema’s waarbij de slinger duidelijk te ver is doorgeslagen, maar bovenal lachen ze ook heerlijk met zichzelf. Gelachen hebben we zeker!
Ze nemen tomeloos toerisme en de gevolgen ervan op de korrel: pseudo-pelgrims op weg naar Santiago de Compostela, wilde stakingen, louche bouwpromotoren, vegetariërs, de woke-beweging, overdreven sensitieve zorg, bootvluchtelingen en nog veel meer. Niets ontsnapt aan de satirische pen van Cambré.
Zoals steeds houden ze ook de negende kunst een spiegel voor.
Nog steeds verblijven ze in hun schrijfoord Verilego, in Spanje, waar ze werken aan het ultieme scenario voor de ultieme strip. Er gebeurt van alles, maar geen letter belandt op papier. Wanneer Cambré laureaat wordt op het stripfestival van Keutelaere, reizen ze er met hun Spaanse huisbewaarder Isidore naartoe. Daar wordt de stripwereld heerlijk in zijn hemd gezet en proberen ze zichzelf te profileren als “de goddelijke stripgoden”, met wisselend succes. Het amateurisme van sommige festivals krijgt lik op stuk.
Ontgoocheld over de geringe prijs keren ze terug naar Spanje. Wanneer daar een groep bootvluchtelingen aanspoelt, worden de auteurs ongewild de helden van het dorp.
Het knotsgekke scenario van Legendre en de cartooneske stijl van Cambré geven dit album een rotvaart. De wervelende tekeningen zorgen ervoor dat het tempo nooit stokt. Een reeks spitsvondigheden verrijkt het verhaal: zo is het schateren met het steenkolenengels van de hoofdpersonages. Er is een duidelijke knipoog naar Paling & Ko, Mortadelo y Filemón van de Spaanse tekenaar Francisco Ibañez, en we zien stripjournalist Patrick Van Gompel in een cameo.
De goddelijke stripgoden hebben onze lachspieren meer dan geprikkeld. Jammer dat er voorlopig geen vierde deel komt van Heden Verse Vis. Deze reeks heeft nochtans voldoende potentieel om ons te blijven laten lachen. Er zijn al zo weinig goede humoristische strips.
(HV)
Een pur sang Jarbinet-topalbum
Airborne 44 11 M.I.A.: Missing in Action
Philippe Jarbinet
Casterman
64 pagina’s
Verschenen op 13/11/2025
Met “M.I.A. Missing in Action”, het eerste deel van een veelbelovend tweeluik, levert Philippe Jarbinet opnieuw een album af dat alles heeft wat een sterke strip moet hebben: een meeslepend scenario, prachtige tekeningen, een passend kleurenpalet en een spanningsboog die van begin tot eind aanspant.
Voor het elfde album uit Airborne 44 kiest Jarbinet voor een thriller die start in de besneeuwde Ardense wouden tijdens de Slag om de Ardennen en zeventig jaar later zijn uitloper vindt in Pennsylvania. De auteur wisselt heden en flashbacks naadloos af, waardoor de lezer het mysterie stukje bij beetje ontcijfert.
Centraal staat sergeant Cilian Campbell, commandant van een verkenningseenheid, die nooit uit de oorlog is teruggekeerd. Voor zijn familie is zijn lot een taboe: volgens zijn vrouw is hij gesneuveld, “M.I.A.”, Missing in Action. Wanneer kleinzoon Cillian Jr. een telefoontje uit België krijgt van een souvenirjager die beweert de helm van zijn grootvader te hebben gevonden, komt een lang verzwegen verleden ineens tot leven.Zijn zoektocht brengt onverwachte vragen aan het licht. Wat staat er werkelijk in het militair dossier? Hoe kan het dat iemand met dezelfde naam wél levend in de VS is teruggekeerd? En waarom is niemand in de familie daarvan op de hoogte?
Aangetrokken door het raadsel reist de kleinzoon naar België om de waarheid te achterhalen. Maar hij beseft niet dat hij daarbij gevolgd wordt… en dat zijn onderzoek oude wonden openrijt — ook bij mensen die liever zwijgen.
Jarbinet verstaat als geen ander de kunst om oorlog in beeld te brengen met respect en emotionele intensiteit, realisme met een ziel . Zijn tekeningen zijn realistisch en zorgvuldig gedetailleerd — modder, sneeuw, uniformen, de angst in de ogen van soldaten — alles ademt authenticiteit. Het sobere, winterse kleurenpalet versterkt de grimmige sfeer van de Ardennen, terwijl warmere tinten in de hedendaagse scènes het contrast tussen verleden en heden subtiel benadrukken.
Het minutieus opgebouwde scenario verdient alle lof. De wisselwerking tussen de generaties zorgt voor extra betekenis en menselijkheid, waardoor de historische gebeurtenissen nog harder binnenkomen, een verhaal dat blijft nazinderen. Jarbinet laat ons op pagina 64 achter met een batterij aan cliffhangers en een reeks vragen die om antwoorden smeken.
Wij kijken dan ook reikhalzend uit naar deel 12, “Silent Witness”.
We waren al lang overtuigd van het vakmanschap van Philippe Jarbinet. Met dit nieuwste Airborne 44 bevestigt hij ontegensprekelijk zijn status als stripmaker pur sang.
Wij hebben genoten — dit topalbum komt ongetwijfeld hoog op onze lijst van 2025! (HV)
Leuk detail: Jarbinet verzorgde ook de tekeningen voor het Bastogne War Museum.
Een juweeltje van Yslaire en Fromental
Het bloedspoor in de sneeuw
Jean-Luc Fromental / Bernard Yslaire / Georges Simenon
Standaard uitgeverij
104 pagina’s
Verschenen op 13/11/2025
Het bloedspoor in de sneeuw is opnieuw een juweeltje van Bernard Yslaire. Samen met scenarist Jean-Luc Fromental herwerkte hij de “roman dur La neige était sale” uit 1948 van de Luikse misdaadauteur Georges Simenon — bekend van de avonturen van de Parijse commissaris Maigret — tot een donker beeldverhaal dat zich afspeelt aan de zelfkant van de maatschappij. Het is een verhaal dat genadeloos toont hoe slecht de mens kan zijn.
Simenon noemde deze psychologische romans “durs” omdat ze moeilijk en veeleisend waren om te schrijven en veel van zijn creatieve geest vergden. We vermoeden dat het voor Fromental en Yslaire niet anders zal zijn geweest.
Het verhaal speelt zich af in een fictieve stad, ten prooi aan de bezetting door een vreemde mogendheid, zonder expliciete verwijzing naar een bestaand regime. Alles draait rond de 17-jarige Frank Friedelmayer, die koste wat het kost iemand wil zijn in de onderwereld en daarbij geen enkele scrupule kent. Hij wentelt zich in een poel van verderf en vindt zijn kicks in afgrijselijke misdaden. Ook zijn onschuldige buurmeisje, dat hopeloos verliefd op hem is, ontsnapt niet aan zijn verziekte geest. Wanneer hij zijn hand overspeelt, wordt hij opgepakt. Na een lange lijdensweg komt hij met zichzelf in het reine en bekent hij zijn wandaden.
De psyche van het hoofdpersonage is een explosieve cocktail van onverwerkte trauma’s, verwendheid, wereldvreemdheid en machtswellust. Het is de liefde voor zijn buurmeisje en de hunkering naar menselijke warmte die hem beetje bij beetje tot inkeer brengen. Gelouterd neemt hij afscheid van het leven.
De tekeningen van Yslaire zijn weergaloos: knap uitgewerkte personages, fenomenale interieurs en indrukwekkende stadsgezichten, gecombineerd met het signatuur van de meester — een palet van grijstinten met rode schijn en accenten. Naast de dialogen wordt het verhaal gedragen door een off-screen stem die het hoofdpersonage rechtstreeks aanspreekt.
De aandachtige lezer ontdekt hier en daar subtiele handigheidjes van de auteurs. Zo spotten we op pagina 8 een cameo van Georges Simenon lui-même. De helmen van de soldaten doen denken aan die van de Oost-Duitse Vopo, terwijl sporadisch Hongaarse en Franse woorden opduiken, samen met verwijzingen naar nazi-elementen.
We lazen dit jaar al heel wat verstripte romans, maar deze adaptatie is er één die aan de ribben blijft plakken. Deze roman dur is een opvallend album dat we met plezier aan onze lijst toppers toevoegen. (HV)
Hommage aan de moeder van alle western-strips
In het spoor van Blueberry
Naar het oeuvre van Jean-Michel Charlier & Jean Giraud
29 auteurs
Dargaud
128 pagina’s
Verschenen op 04/12/2025
Wat is onze all time favoriete stripreeks? Over die vraag hoeven we niet lang na te denken. Volmondig scanderen we: Blueberry. Het is dan ook geen verrassing dat we het initiatief van uitgeverij Dargaud met open armen ontvingen. Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Fort Navajo, het allereerste album, verscheen een hommage-album: In het spoor van Blueberry.
Dit album is een eerbetoon aan de moeder van alle westernstrips én aan haar geestelijke vaders Jean-Michel Charlier en Jean Giraud. Maar liefst 29 auteurs, elk met een eigen stijl en invalshoek, brengen hun persoonlijke interpretatie van de avonturen van Mike S. Donovan, beter bekend als Blueberry. Dat resulteert in een bundel met veertien korte verhalen en elf extra illustraties. Zoals te verwachten bij een dergelijk collectief project ligt het niveau niet overal even hoog.
De bundel opent logisch met de kindertijd van Blueberry. Michel Blanc-Dumont, tekenaar van De jonge jaren van Blueberry, laat de jonge held kennismaken met een ander van zijn geesteskinderen: Jonathan Cartland.
Onze persoonlijke favoriet is zonder twijfel de bijdrage van Enrico Marini (Schorpioen). Wie kan Chihuahua Pearl beter tot leven wekken dan deze Italiaanse tekenvirtuoos.
Ook de berenjacht van Blueberry en zijn vriend Jimmy McClure, getekend door Dominique Bertail, verraste ons aangenaam. Vooral grafisch behoort dit verhaal tot de sterkste van het album. Terloops herkennen we hier Prosit Luckner, Blueberry’s meedogenloze vijand uit De mijn van Prosit.
Verder passeren meerdere bekende figuren uit het Blueberry-universum de revue. Metz en Xavier brengen de Mexicaanse aartsvijand commandant Vigo terug, terwijl Olivier Taduc zorgt voor een geslaagde humoristische episode met McClure en Redneck in topvorm. Ook Paul Gastine laat dit duo schitteren.
Minder overtuigend is het verhaal van Thierry Martin, dat inhoudelijk wat mager blijft en stilistisch minder aansluit bij het vertrouwde Blueberry-gevoel. De tekeningen van Vincent Perroit daarentegen komen bijzonder dicht in de buurt van het originele werk.
Voor de afsluiter maakten de samenstellers een sterke keuze. Corentin Rouge vertelt het verhaal van een oudere, gesettelde Blueberry die pijnlijk geconfronteerd wordt met zijn verleden.
In het slotkatern Aan het einde van de lange rit vinden we alternatieve coverillustraties van Blutch en Milo Manara. Het is aan de lezer om te ontdekken naar welke albums ze verwijzen. Op de voorlaatste pagina volgt nog een ultieme uitsmijter: een prachtige ode aan grootmeester Giraud door Ralph Meyer (Undertaker).
Na het lezen bleven we enigszins op onze honger zitten. Veel verhalen zijn simpelweg te kort om echt diepgang te bereiken. Maar wellicht was dat ook niet de opzet. Belangrijker is dat Blueberry met deze uitgave opnieuw volop in de schijnwerpers staat en een nieuwe generatie lezers zijn weg kan vinden naar deze legendarische reeks.
Als kompas voor nieuwe lezers hadden we het wel gewaardeerd als alle Blueberry-albums nog eens overzichtelijk waren opgelijst.
Voor ons was het in elk geval heerlijk om opnieuw in het spoor van Blueberry te stappen. Zo heerlijk zelfs dat we meteen ons favoriete album, Het spook van de goudmijn, uit de kast haalden. Zalig. (HV)
When Gandhi meets Orwell
De Beestenburcht 4. Het bloed van de koning
Xavier Dorison / Felix Delep
Casterman
96 pagina’s
Verschenen op 04/12/2025
De laatste episode van het dierenepos Beestenburcht overtreft onze stoutste verwachtingen. Het bloed van de koning is een prachtig slot van deze vierdelige fabel. Xavier Dorison schreef dit verhaal als hulde aan George Orwells Animal Farm (1945), met één wezenlijk verschil: de revolutie in de Beestenburcht kent wél een goede afloop voor alle dieren.
Dorison vermengt Orwells dierenboerderij met de leer van Mahatma Gandhi. Het resultaat is een ode aan het geweldloos verzet. Door actieve burgerlijke ongehoorzaamheid en innerlijke zuivering ontdoen de dieren zich van de dictatuur.
In deel vier woedt de strijd tussen de neerhofdieren en president Silvio, de stier, en zijn hondenmilitie onverminderd verder. Onder leiding van de kattin Miss Bengalore, het gigolo-konijn Cesar en de oude rat meneer Azelar, de “verdierlijking” van Gandhi, blijven de dieren zich vreedzaam verzetten. De zogenoemde “Margriet-revolutie”, genoemd naar het eerste slachtoffer, de gans Margriet, keert zich geweldloos tegen de tirannie van Silvio. Een subtiele politieke knipoog?
Silvio stelt alles in het werk om de verkiezingen te winnen. Met brood en spelen, slinkse trucs en valse beloften probeert hij de macht te behouden. Hij gaat daarbij letterlijk over lijken: zelfs zijn vrouw wordt geslachtofferd. Wanneer blijkt dat de verkiezingen vervalst zijn, ontdekken de dieren, dankzij het speurtalent van Azelar, Silvio’s grote geheim. De maskers vallen af. Als Cesar de hondenmilitie redt uit een brandende schuur, kiezen zij de kant van de rebellen. De dagen van de president zijn geteld. Het totalitaire regime stort in en de Margriet-vlag wappert fier op de Beestenburcht.
Via een sobere maar doeltreffende flashback krijgen we terloops inzicht in Silvio’s machtsgreep. Dorison slaagt erin de spanning in deze slotepisode zorgvuldig op te bouwen tot een verlossende climax. Hij toont hoe een volgehouden geweldloze strijd niet alleen moed, maar ook discipline en morele standvastigheid vereist.
Bijzonder aan deze reeks is het gebruik van de seizoenen als metafoor. Elk deel speelt zich af in een ander seizoen en weerspiegelt de evolutie van het verzet: deel I, de herfst — verval en ontluistering; deel II, de winter — ontbering en loutering; deel III, de lente — hernieuwde hoop;
deel IV, de zomer — verlossing en feest. De zon schijnt eindelijk in de harten van de dieren.
Alle lof ook voor tekenaar Félix Delep, ontdekt door Lewis Trondheim, die als debutant indrukwekkend werk aflevert. Van een binnenkomer gesproken. Subliem hoe hij emoties weet te vangen in de gezichten van zijn personages. De tronies van de dieren spreken boekdelen. Het tekenwerk mag moeiteloos naast dierenstrips à la Blacksad worden geplaatst.
Met deze lofdicht aan de geweldloosheid leveren Dorison en Delep een instant klassieker af: een Animal Farm die niet eindigt in desillusie, maar perspectief biedt op een vreedzame samenleving. Beestenburcht is een reeks die meerdere leesbeurten verdient. Een diepe buiging voor het werk van de auteurs. (HV)
Voor wie nog meer Animal Farm wilt, tippen we Dierenboerderij van Max L’Hermenier en Thomas Labourot.