De beste strips van het jaar zijn ...
Lijstjes met de naar onze mening beste strips en graphic novels van het jaar, zijn al jarenlang een traditie.
Op het einde van het jaar zitten de verhalen van de laatste maanden nog vers in het geheugen, maar over eerder verschenen albums hangt reeds een sluier van de tijd en raken ze vaak niet op de plaats waar ze horen te staan. We lijsten hier enkel de strips op, die ons echt raken. Zo krijgen we een accurate lijst. We voegen er meteen ook onze mening aan toe, m.a.w. onze eigen recensie. Het resultaat hieronder op de pagina.
Terzijde toch even vermelden dat we geen lees- of recensie-exemplaren ter onze beschikking hebben. We doen uit liefde voor de 9de kunst!
Klik op de titels om de recensies te lezen.
– Ada
– De Maanwandelaar
– Het laatste huis net voor het bos
– De veteraan
– De lijnen die mijn lichaam tekenen
– Ballade voor Sophie
– Skinwalker
– Saudade
– Come Prima
– Berenvel
– Na de storm
– Colt Bingers de rebel
– De Pilaren van de Aarde 1. De droom van de bouwmeester
– De gorilla’s van de Generaal 1 September’59
– Marcie Het kantelpunt
– Bergbloempje
– Voor Ginevra
– Meneer Apothéoz
– De helden van Amoras 3 Cross Road Blues
– Engelse trilogie 1 Iron lady
– Ann Bonny De wolvin van de Caraïben Boek 2
– Saboteuses V Bokser
– Remington 1885
– De gebroeders Rubinstein 6 Duitse Gründlichkeit
– De naam van de roos 2
– Apache Junction Boek 6 Dead end
– Durango 19 Oro Maldito
– IRL In real life
– De grote scheepsrampen 1 Lusitania
– Samoerai 18 De tederheid van hyena’s
Degelijk Japans ridderverhaal
Samoerai 18 De tederheid van hyena’s
Jean-François Di Grigorio / Cristina Mormile
Daedalus
54 pagina’s
Verschenen op 20/02/2026
De nieuwste episode in de Samoerai-saga bevat alles wat je van sterke samoerai-fictie mag verwachten: kletterende zwaarden, bloedige gevechten, een portie fantasy en zelfs een vleugje erotiek. Wie houdt van een Japans ridderverhaal, komt hier moeiteloos aan zijn trekken.
Jean-François Di Giorgio schetst opnieuw een overtuigend beeld van het feodale Japan en legt daar een mystieke laag van bovennatuurlijke invloeden overheen. Na achttien delen is zijn enthousiasme duidelijk nog niet getaand. Deze reeks blijft overeind en viert volgend jaar zelfs haar twintigste verjaardag.
Hoofdpersonage ronin Takeo Tabashi wordt neergezet als een ruwe vechtmachine met een “koekenhart”: loyaal tot in het diepst van zijn ziel aan de keizer. Hij vertelt bovendien zelf het verhaal, wat zorgt voor een directe en persoonlijke invalshoek.
In dit deel treffen we Takeo aan als behoeder van het keizerlijke hof. Na de dood van de keizer neemt hij prins Uraku onder zijn hoede. Samen met diens gevolg weet hij ternauwernood te ontsnappen aan de demonisch gedreven Yoshitaka en zijn leger. Hun vlucht brengt hen langs bevriende forten, maar die blijken stuk voor stuk verwoest. Wanneer de vijand hen opnieuw inhaalt, volgt een zoveelste bloedige confrontatie.
De tussenkomst van keizersgezinde clans keert uiteindelijk het tij, maar ondanks de overwinning blijft Takeo achter met een wrang gevoel. De strijd tegen de demonen die het rijk bedreigen is verre van gestreden. Gelukkig vindt hij nog enige troost bij zijn vriendin Sayuri.
Wie het verhaal ten volle wil beleven, leest best eerst deel 17, Bloedschuld.
Het scenario wordt met veel schwung uitgewerkt door Cristina Mormille, die inmiddels al haar negende album binnen deze reeks aflevert. Ze heeft de wereld van de Samoerai steeds beter in haar potlood. De paginaopbouw blijft verrassen: geen enkele bladzijde oogt hetzelfde. Van paginagrote veldslagen tot ingezoomde details en dynamische actiescènes—het is visueel genieten.
De inkleuring van Lorenzo Pieri maakt het geheel helemaal af en versterkt de sfeer van het verhaal.
Achteraan biedt de uitgever bovendien een handig overzicht van het Samoerai-universum, met aandacht voor de spin-offs Samoerai-legenden, Samoerai-origine en een bloemlezing rond scenarist Di Giorgio.
Samoerai 18 De tederheid van hyena’s is een solide en meeslepende episode die de reeks moeiteloos verder draagt. Wij kijken alvast uit naar het vervolg. (HV)
Dingen verdwijnen, maar hun naam blijft bestaan
In 2023 verraste Milo Manara ons met een indrukwekkend eerste deel van de verstripping van Umberto Eco’s meesterwerk De naam van de roos. De verwachtingen voor dit tweede deel lagen dan ook hoog, maar worden ruimschoots ingelost.
Manara levert opnieuw een waar juweel af. Hij slaagt erin dit literaire monument toegankelijk te maken voor een breder publiek, zonder de intellectuele rijkdom ervan te verliezen. Al blijft het soms nodig om Latijnse termen op te zoeken—een verklarende woordenlijst had hier zeker een meerwaarde kunnen zijn.
Het verhaal combineert een detectiveplot met filosofische reflecties over kennis, macht en geloof, gesitueerd in een intrigerend middeleeuws decor. Verteller van dienst is de jonge novice Adson van Melk, die samen met zijn leermeester, de Franciscaanse monnik William van Baskerville, naar een benedictijner-abdij in Noord-Italië reist om daar een congres tussen gezanten van de Paus en Franciscaanse minderbroeders bij te wonen. Ter plaatse worden ze belast met de opheldering van een aantal moorden.
Dit tweede deel vangt aan op de derde dag, wanneer Adson bezwijkt voor de verleiding van een boerenmeisje. In deze subtiel erotische scène toont Manara zich op zijn best. Zijn zonde wordt hem vergeven, waarna William zich opnieuw op het onderzoek stort. Met scherpe logica, observatie en interpretatie van tekens probeert hij de waarheid te achterhalen.
De zoektocht leidt hen naar de imposante bibliotheek, hét symbool van kennis binnen de abdij. Daar komen ze oog in oog te staan met de ware antagonist: de blinde monnik Jorge van Burgos, hoeder van verboden kennis. Zijn fanatieke drang om humor en vrije gedachte te onderdrukken, mondt uit in een dramatische ontknoping.
Visueel is dit album ronduit indrukwekkend. Het tekenwerk van Manara en het subtiele kleurenpalet van zijn dochter Simone tillen het geheel naar een hoger niveau. De sacrale sfeer van de abdij wordt haast tastbaar. De gedetailleerde decors en vooral de expressieve gezichten van de personages springen in het oog. De discussies tussen geestelijken krijgen extra kracht door de levendige mimiek.
Opvallend is ook dat William van Baskerville qua uiterlijk doet denken aan Marlon Brando—een knipoog die het personage nog meer karakter geeft.
In een epiloog keert Adson jaren later terug naar de ruïnes van de abdij. De graphic novel eindigt met dezelfde beklijvende zin als Eco: “Stat rosa pristina nomine, nomina nuda tenemus.” Vrij vertaald: “De roos van weleer bestaat alleen nog in haar naam; wij bezitten slechts naakte namen.” Of eenvoudiger: dingen verdwijnen, maar hun naam of herinnering blijft bestaan.
Deze stripadaptatie is meer dan een eerbetoon aan Eco’s werk. Het is een zelfstandig kunstwerk dat zowel inhoudelijk als visueel weet te imponeren. (HV)
Historisch drama vol intriges en manipulaties
De Veteraan
Frank Giroud / Gilles Mezzomo
Lauwert uitgeverij
152 pagina’s
Verschenen op 27/02/2026
Met de regelmaat van de klok weet Lauwert Uitgeverij te verrassen met sterke graphic novels. Ook met De Veteraan is dat opnieuw het geval. Dit tweeluik van Frank Giroud, bekend van onder meer Quintett, verscheen oorspronkelijk in 2017 als Le Vétéran bij Éditions Glénat en wordt hier in een verzorgde integrale uitgave aangeboden.
Voor liefhebbers van Napoleon Bonaparte is dit album een extra aantrekkelijke titel. Het resultaat is een meeslepend historisch drama, rijk aan intriges en manipulaties.
De Veteraan combineert een spannend detectiveverhaal met de psychologische diepgang van een thriller, gesitueerd in het Frankrijk van na Napoleon, tijdens de Restauratie. De spanningen tussen Bonapartisten en royalisten vormen daarbij een boeiende historische achtergrond.
Centraal staat huzaren-kapitein Maxime Danjou, veteraan van talrijke veldslagen. Sinds een hoofdwonde, een souvenir van de Slag bij Waterloo, kampt hij met migraine, geheugenverlies en oncontroleerbare woede-uitbarstingen. Na een conflict met royalisten wordt hij uit de gevangenis gehaald door Mathilde, een mysterieuze jonge vrouw die beweert zijn echtgenote te zijn en hem aanspreekt als kolonel Théodore Brunoy.
Alles wijst erop dat Danjou een andere identiteit heeft aangenomen, maar zelf herinnert hij zich niets. De verwarring en onzekerheid maken hem steeds achterdochtiger. Met hulp van een speurder probeert hij te achterhalen of hij het slachtoffer is van een complot, of daadwerkelijk iemand anders is. Wanneer Mathilde vermoord wordt en alle verdenkingen in zijn richting wijzen, raakt hij nog dieper verstrikt in een web van leugens.
Giroud houdt de spanning knap vast tot de voorlaatste pagina. Eens in het verhaal gezogen, wordt de lezer voortdurend geprikkeld: zal Danjou zijn naam kunnen zuiveren? Je leeft al snel mee met deze gekwelde antiheld.
In het tweede deel zet Danjou, samen met twee kompanen, zijn zoektocht naar de waarheid verder. Via flashbacks vallen de puzzelstukken langzaam op hun plaats en wordt zijn ware identiteit stukje bij beetje onthuld. Het verhaal eindigt met een open einde, wat vragen oproept: krijgen Maxime en zijn metgezellen een vervolg? Of blijft het hierbij?
De dynamische tekenstijl van Gilles Mezzomo geeft het verhaal de nodige vaart en roept associaties op met reeksen als De zoon van de Arend. De hoofdpersonages zijn overtuigend uitgewerkt, al ogen sommige gelaatsuitdrukkingen hier en daar wat ruw.
Alle lof voor Lauwert om deze pageturner, bijna tien jaar na de oorspronkelijke uitgave, opnieuw onder de aandacht te brengen.
De Veteraan is een meeslepende en intrigerende graphic novel die geschiedenis en spanning op knappe wijze combineert. Absoluut een aanrader. (HV)
Van de pot gerukt avontuur
Het laatste huis net voor het bos
Jean-Blaise Djian / Régis Loisel
Standaard
170 pagina’s
Verschenen op 12/02/2026
Met Het laatste huis net voor het bos leveren Loisel en Djian een ronduit knotsgek verhaal af. Samen laten ze hun fantasie volledig los in een avontuur dat alle kanten opgaat. Het ene moment frons je de wenkbrauwen, het andere lig je in een deuk van het lachen. Het scenario zit bovendien vol seksuele toespelingen, voor sommigen misschien op het randje, voor anderen gewoon heerlijk ongefilterd.
Wij hebben ons zonder veel weerstand laten meevoeren in de absurde logica van dit verhaal en beleefden er een bijzonder amusante leeservaring aan. Laat je overigens niet misleiden door titel en cover: dit is geen klassieke thriller of griezelverhaal.
De openingspagina’s ademen nog een warme, bijna nostalgische retro-sfeer van Parijs, maar al snel slaat het verhaal een compleet andere richting in. Het laatste huis net voor het bos blijkt een zonderlinge plek, gelegen in een overwoekerd achttiende-eeuws park, een ideale setting voor een uit de hand gelopen vertelling.
Daar woont de compleet geschifte familie De Carmolan, omringd door een bizar rariteitenkabinet en zelfs vleesetende planten. De aartslelijke zoon Pierrot is door zijn losbandige moeder Yvette met voodoo betoverd: in zijn eigen ogen is hij een onweerstaanbare Adonis, terwijl de werkelijkheid een heel stuk minder flatterend is.
Alsof dat nog niet volstaat, heeft moeder Yvette haar echtgenoot, kolonel Louis-Eugène De Carmolan, na diens overspel omgetoverd tot een sprekend borstbeeld. Wanneer ze vervolgens de prostituee Mimi, een look a like van Pierrots geliefde paspop Lola, inhuurt als verjaardagscadeau, ontspoort de situatie volledig.
In het tweede deel doen de auteurs er nog een flinke schep zwarte humor bovenop. Naast de erotische escapades van Mimi en Yvette zorgen stuntelige inbrekers en overijverige politieagenten voor een bijna vaudeville-achtige sfeer. Daarbovenop komen nog een klopjacht à la Graaf Zaroff en een séance met zwarte magie. Voor sommigen misschien wat veel van het goede, maar het past perfect binnen de anarchistische toon van het verhaal.
Toch krijgt dit uitzinnige avontuur een verrassend warme ontknoping, wanneer Pierrots dochtertje erin slaagt het hart van haar grootmoeder te raken. Want hoe absurd alles ook is: uiteindelijk blijkt liefde de rode draad in deze dolle rit.
Volgens ons blijven Loisel en Djian net binnen de grenzen, al zullen de meningen ongetwijfeld verdeeld zijn. Niet iedereen zal dit album weten te smaken. Wat wel duidelijk is: de auteurs denken volledig “out of the box” en trekken zich weinig aan van conventies. De ironische ondertoon en het zichtbare plezier waarmee dit verhaal gemaakt is, spatten van elke pagina.
De losse, vrije tekenstijl van Loisel is opnieuw een schot in de roos. Hij bewijst nog maar eens wat een klasbak hij is. Bij elke herlezing vallen nieuwe details op en worden de lachspieren opnieuw geprikkeld.
En wie had gedacht dat deze strip ook nog je culinaire interesse zou aanwakkeren? Een Paris-Brest taart zou er bij en na het lezen zeker ingaan.
Tot slot: liefhebbers van zwart-witwerk doen er goed aan ook de monochrome editie te bekijken.
Het laatste huis net voor het bos is een schaamteloos absurd, gedurfd en vaak hilarisch album dat zich niets aantrekt van regels en net daarom zo blijft hangen. (HV)
Op de tonen van Chopin
Ballade voor Sophie
Filipe Melo / Juan Cavia
Lauwert uitgeverij
320 pagina’s
Verschenen op 30/01/2026
Lauwert Uitgeverij weet ze telkens weer te vinden, de pareltjes. Met “Ballade voor Sophie” brengen ze een indrukwekkende vertaling van maar liefst 320 pagina’s van het Portugees-Argentijnse topduo Filipe Melo en Juan Cavia. Het resultaat is een bijzonder gelaagd en emotioneel verhaal dat internationaal al tal van prijzen wist te verzamelen.
Deze literaire graphic novel over twee top-pianisten verweeft moeiteloos een hele reeks thema’s: introspectie en afgunst, roem en hoogmoed, romantiek en vergankelijkheid. De muziek van Frédéric Chopin speelt daarbij een belangrijke rol en onderstreept de melancholische sfeer van het verhaal. Wij zochten een aantal stukken uit het boek op en bundelden ze in een Spotify-lijstje, een aanrader om tijdens het lezen op de achtergrond te laten spelen en meteen in de juiste stemming te komen.
De graphic novel bestaat uit vijf hoofdstukken, telkens vanuit het perspectief van een van de hoofdpersonages. Centraal staat Julien Dubois, een ooit gevierd pianist die zich na een teleurstellende carrière heeft teruggetrokken uit het openbare leven. Dubois gaat gebukt onder enkele traumatische gebeurtenissen uit zijn verleden. Verbitterd en ontgoocheld leeft hij als een kluizenaar, tot de jonge stagiaire-journaliste Adeline Jourdan zijn vertrouwen weet te winnen. Hij wil met zichzelf in het reine komen en doet zijn levensverhaal uit de doeken aan Adeline.
Via een reeks flashbacks krijgen we zicht op zijn carrière en zijn worsteling met schuldgevoelens. Eén gebeurtenis blijkt daarbij bepalend: tijdens een pianowedstrijd voor jonge talenten moet hij het opnemen tegen de briljante Frédéric Simon, een naam die duidelijk een knipoog is naar Chopin. Door manipulatie van zijn moeder wint Dubois de wedstrijd onterecht. Het schuldgevoel dat daaruit voortvloeit, zal hem zijn hele leven achtervolgen.
De levenspaden van Dubois en Simon kruisen elkaar nadien nog meermaals, telkens in het voordeel van Dubois. Een hartstochtelijke relatie met Simons vrouw maakt de situatie alleen maar complexer. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Dubois door zijn dominante moeder en haar partner omgeschoold tot een wereldberoemde pianist in het populaire genre. Zelf kan hij hiermee maar moeilijk leven en blijft Simons werk bewonderen, maar slaagt hij nooit in een eigen meesterwerk te componeren.
Wanneer blijkt dat Adeline over uitzonderlijk pianotalent beschikt, raakt Dubois diep ontroerd.
De auteurs gebruiken zwevende piano’s als een krachtige metafoor voor genialiteit en artistieke inspiratie.
Pas in het laatste deel wordt de betekenis van de titel duidelijk. Op zijn ziekbed ontdekt Adeline haar ware band met Dubois en vindt ze in een afscheidsbrief de compositie Ballade voor Sophie. De muze heeft haar werk gedaan!
Naast de twee hoofdpersonages brengt Melo een reeks kleurrijke bijrollen tot leven. Zo is er de clochard Vlo, die Dubois letterlijk van de straat raapt, en Hubert Triton, de minnaar van Dubois’ moeder, die later zijn nietsontziende leraar en manager wordt. Triton wordt afgebeeld met de kop van een steenbok, een treffend symbool voor iemand die koste wat het kost de top wil bereiken.
De tekeningen van Juan Cavia ogen modern en doen denken aan invloeden uit manga en animatiefilms. De meeste pagina’s zijn opgebouwd in drie stroken, wat het verhaal overzichtelijk houdt en uitnodigt om verder te lezen. Cavia speelt bovendien subtiel met kleurgebruik: warme tinten begeleiden de gesprekken tussen Adeline en Julien, terwijl koele blauwtinten de moeizame relatie met zijn moeder benadrukken. De drugsverslaving van Julien wordt dan weer verbeeld in een psychedelische dubbelpagina die visueel sterk beklijft.
“Ballade voor Sophie” is een ontroerende en meeslepende literaire graphic novel. Een indrukwekkende klepper die zowel muzikaal als visueel blijft nazinderen. Absolute topklasse. (HV)
Klassieke western nog steeds springlevend
We zijn ooit de stripwereld binnen getuimeld via de avonturen van Blueberry en sindsdien hebben we een blijvende zwak voor het western-genre. Het is dan ook logisch dat we de belevenissen van Durango al jaren met veel plezier volgen.
Met “Oro Maldito” bewijst Yves Swolfs opnieuw dat hij een absolute autoriteit is binnen het western-genre. Voor het scenario van deze nieuwste Durango-aflevering trekt hij alle registers open. Het verhaal zit vernuftig in elkaar en blijft spannend tot de laatste pagina. “Oro Maldito” is het vervolg op album 18 “Gegijzeld” uit 2021. Om helemaal met het verhaal mee te zijn, is het aangewezen om eerst dit deel te lezen.
Het vervloekte goud, “Oro Maldito”, bevat alle ingrediënten van een klassieke western: een ontvoering van de zoon van een rijke Amerikaanse zakenman, een mysterieuze schatkaart, een onvindbare Spaanse goudschat, Mexicaanse revolutionairen, corrupte federale officieren, malafide wapensmokkelaars, een meisje van lichte zeden en Yaqui-indianen die het geheim van de schat bewaken. Uiteraard ontbreekt het ook niet aan actie en kruitdamp.
Te midden van al deze verwikkelingen laveert revolverheld Durango als een soort engelbewaarder van de ‘goeden’. Gewapend met zijn trouwe Mauser C96 voelt hij zich in de Sonora-woestijn als een schorpioen in zijn natuurlijke habitat: steeds klaar om toe te slaan. In zijn gekende no-nonsense stijl weet hij ook deze opdracht tot een goed einde te brengen.
Naast het sterke scenario verdient ook het tekenwerk van Iko een woord van lof. Met zijn gedetailleerde tekeningen slaagt hij erin een broeierige western-sfeer neer te zetten. Hoewel “Oro Maldito” nog maar zijn derde bijdrage aan de reeks is, heeft hij het genre duidelijk in de vingers. Ruwe woestijnlandschappen, expressieve gezichten, sfeervolle dorpszichten en knallende actiescènes: het komt allemaal overtuigend tot leven.
De kers op de taart blijft uiteraard de indrukwekkende cover van meester Swolfs zelf.
Als westernfan hebben we ons met dit album een uurtje heerlijk kunnen ontspannen. Na maar liefst 45 jaar blijft deze reeks springlevend. Het eerste Durango-album verscheen in 1981, waarbij Swolfs tot en met deel 13 zowel scenario als tekeningen verzorgde. Voor de delen 14 tot 16 nam Thierry Girod het tekenwerk over, en inmiddels is het dus aan Iko om de visuele lijn verder te zetten.
“Oro Maldito” is een klassieke western zoals we die graag lezen: spannend, sfeervol en vol actie. Na al die jaren blijft Durango een vaste waarde binnen het genre. Hopelijk moeten we deze keer geen vijf jaar wachten op het volgende avontuur. (HV)
Indrukwekkende historische saga
De gebroeders Rubinstein
6 Duitse Gründlichkeit
Luc Brunschwig / Étienne Le Roux / Loïc Chevalier
Daedalus
72 pagina’s
Verschenen op 20/03/2026
“De gebroeders Rubinstein” vertelt het aangrijpende levensverhaal van het Joodse broederpaar Salomon en Mozes Rubinstein. De reeks volgt hun lot van 1927 tot 1948, in een wereld die steeds verder afglijdt naar chaos en waanzin, doorspekt met tragedie maar ook met uitzonderlijke ontmoetingen.
Scenarist Luc Brunschwig, bekend van onder meer de reeks Holmes, weet de persoonlijke geschiedenis van de broers knap te verweven met historische feiten. Het is duidelijk dat er grondig historisch opzoekwerk werd verricht. Zo wordt onder meer aandacht besteed aan de Duitse inval in Polen en later in Rusland. Historische figuren zoals Frank Capra, maar ook leiders van de opstand in het vernietigingskamp Sobibor zoals Leon Feldhendler en Aleksandr Pechersky, passeren de revue.
Hoewel sommige belevenissen van de Rubinsteins niet altijd even geloofwaardig overkomen, weet dit album toch te ontroeren en een overtuigend tijdsbeeld neer te zetten. Het leest als een sterke historische roman in stripvorm.
Bij aanvang van “Duitse Gründlichkeit” hebben de broers al een indrukwekkend parcours afgelegd. De rode draad in dit zesde deel is de voorbereiding en uitvoering van de opstand in Sobibor in oktober 1943. Mozes werkt er als kapper en weet voorlopig zijn eigen leven en dat van zijn assistente Klara te redden. Stap voor stap ontdekken we hoe hij in het kamp terechtkwam en hoe hij uiteindelijk uitgroeit tot een van de drijvende krachten achter de opstand.
Ondertussen probeert zijn broer Salomon, nog steeds een succesvol filmregisseur in Hollywood, het spoor van Mozes terug te vinden. Al twee jaar heeft hij niets meer van hem vernomen. Hij huurt de Duitse privédetective Werner Gunther in, een naam die mogelijk een knipoog vormt naar het personage Bernie Gunther uit de romans van Philip Kerr.
Via Gunther verneemt Salomon dat Mozes zich ooit in de Oost-Poolse stad Białystok bevond, waar hij getuige was van de oorlogsmisdaden van het Duitse leger. In de hoop dichter bij zijn broer te komen, neemt Salomon dienst in het Amerikaanse leger als cameraman voor de propagandadienst. In die hoedanigheid legt hij onder meer de bevrijding van het Italiaanse stadje Dragoni vast.
Naast de gruwelen van oorlog en kampen is er in dit verhaal ook ruimte voor warmte en menselijkheid. De broederliefde tussen Salomon en Mozes blijft een constante factor, net als de tedere relatie tussen Salomon en zijn blinde vrouw en de hechte vriendschap tussen Mozes en Klara.
De ontsnapping uit Sobibor verloopt echter niet zoals gepland. Mozes wordt gedwongen Klara achter te laten en moet alleen zijn weg zoeken. Zal hij uit handen van de Duitsers blijven? En zullen de broers elkaar ooit terugzien? Vragen genoeg om reikhalzend uit te kijken naar het volgende deel.
Visueel maken de auteurs gebruik van verschillende verteltechnieken. Filmfragmenten en talrijke flashbacks wisselen elkaar af en geven het verhaal extra dynamiek. Het tekenwerk van Étienne Le Roux en Loïc Chevalier is daarbij onberispelijk en ondersteunt het historische karakter van het verhaal.
Gezien de huidige geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten blijft deze reeks bijzonder relevant. Brunschwig draagt het album op aan alle onschuldigen, Israëliërs en Palestijnen. De slachtoffers van de waanzin van de mens sinds de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023.
Naar ons gevoel is dit zesde deel een van de sterkste afleveringen uit de reeks. De makers houden de lezer voortdurend op het puntje van de stoel in een tragisch maar tegelijk ontroerend verhaal. Wie deze reeks nog niet kent, hoeft niet te twijfelen: ze is meer dan de moeite waard.
“Duitse Gründlichkeit” bevestigt nogmaals de kracht van deze indrukwekkende historische saga. Spannend, aangrijpend en bijzonder actueel. Een reeks die blijft nazinderen.
Weetje: ondertussen beslaat de reeks al 452 pagina’s, en het goede nieuws is dat er nog eens 216 pagina’s in het vooruitzicht liggen. (HV)
Degelijke cyberthriller
IRL In real life
Mark Eacersall / Henri Scala / Jérôme Savoyen
Lauwert uitgeverij
204 pagina’s
Verschenen op 27/03/2026
Met IRL voegt Lauwert Uitgeverij opnieuw een sterk album toe aan haar fonds. Deze eigentijdse graphic novel combineert een meeslepend scenario met fris, dynamisch tekenwerk en voelt daardoor bijzonder hedendaags aan.
De meermaals bekroonde scenaristen Mark Eacersall en Henri Scala (gelauwerd op het festival van Festival International de la Bande Dessinée d’Angoulême) brengen een geloofwaardig en spannend verhaal, al had de ontknoping wat ons betreft iets origineler gemogen.
Centraal staat Roxane Blanc, een middelbare studente die via het dark web bitcoins probeert te verdienen om haar droom, een wereldreis, waar te maken.
Het dark web is een afgeschermd deel van het internet dat niet via klassieke zoekmachines toegankelijk is. Gebruikers opereren er anoniem, communiceren onder deknamen en aliassen en maken gebruik van gespecialiseerde browsers zoals Tor Browser.
Wanneer Roxane voor een lucratieve opdracht ingaat op een ontmoeting IRL, “in real life”, overtreedt ze haar eigen veiligheidsregels. Wat volgt, is een kettingreactie van gebeurtenissen die haar leven volledig ontwricht. De transactie blijkt een valstrik van een criminele klant, die haar vervolgens doxt en haar identiteit onthult. Plots staat ze niet alleen onder druk van haar belager, maar komt ze ook in het vizier van de cyberpolitie.
In paniek zoekt Roxane hulp bij haar leverancier. Wanneer ook haar naasten geviseerd worden, smeden ze samen een plan om hun tegenstander uit te schakelen. Met de politie op hun hielen ontspint zich een zenuwslopend kat-en-muisspel dat uitmondt in een spannende en verrassende climax.
Naast een onderhoudende thriller biedt IRL ook een inkijk in een minder zichtbare kant van onze samenleving. De werking van het dark web en het bijhorende jargon worden op een toegankelijke manier verwerkt in het verhaal. Tegelijk is dit ook een coming-of-age verhaal: Roxane wordt abrupt uit haar virtuele cocon gerukt en geconfronteerd met de harde realiteit. Ze moet de gevolgen van haar keuzes alleen dragen en maakt een versnelde overgang naar volwassenheid door.
Het tekenwerk van Jérôme Savoyen sluit perfect aan bij het verhaal. De manga-geïnspireerde tekenstijl zorgt voor dynamiek en expressieve personages. De keuze voor een sobere paginaopbouw met gemiddeld zes kaders per pagina creëert rust en overzicht, wat het leesritme ten goede komt.
IRL is een degelijke en eigentijdse cyberthriller die vooral een jongvolwassen publiek zal aanspreken, maar ook oudere lezers weet te boeien. Een toegankelijk en spannend album dat perfect kan dienen als instap in het genre. Misschien is dit wel een ideaal album om jongeren aan de graphic novels te krijgen. (HV)
Ruige western met een hoek af
Skinwalker
Gabriel Katz / Steven Dhondt
Standaard uitgeverij
96 pagina’s
Verschenen op 12/02/2026
Na het succes van Wanted, goed voor plaats 28 in de Stripspeciaalzaak Top 100 van 2024, blijft Steven Dhondt het western-genre trouw. Samen met scenarist Gabriel Katz kiest hij opnieuw voor een verhaal met een hoek af. Skinwalker is een ruige western waarin horror en fantasy op overtuigende wijze met elkaar worden vermengd.
De auteurs vinden een sterk evenwicht tussen spanning, actie en griezel. Het horror-aspect blijft beheerst en overheerst nooit het verhaal. Ze nemen bovendien rustig de tijd om hun personages en setting uit te bouwen. Pas na een kwart van het album, de explosieve openingspagina’s buiten beschouwing gelaten, barst het geweld echt los. Net als in Wanted steunt ook dit verhaal vooral op een klein aantal zorgvuldig uitgewerkte personages.
Centraal staat Diane Mc Lane, een operazangeres op haar retour, die onverwacht een landhuis in Montana erft van een voormalige bewonderaar. In de loop van het verhaal evolueert ze van mondaine diva tot geharde overlever van het Wilde Westen. Voor haar bescherming huurt ze Paul Warren in, een wat sullige revolverheld die al snel gevoelens voor haar ontwikkelt. Ook zijn nichtje Jo/sephine reist mee, een jonge scherpschutter die worstelt met haar vrouw zijn in deze ruwe mannenwereld, maar sneller schiet dan haar schaduw.
Eenmaal aangekomen in Montana blijkt de erfenis echter eerder een wraakactie van een afgewezen minnaar dan een geschenk. Het landhuis ligt nabij een afgelegen pioniersstadje waar mysterieuze Skinwalkers rondwaren. Al snel kruist het drietal hun pad met deze bloeddorstige wezens uit de legendes van de Native Americans. De Skinwalkers zijn angstaanjagende mutaties tussen mens en dier, een kruising tussen weerwolf, beer en raaf en bovendien vrijwel ongevoelig voor kogels.
Bij het tekenen van deze gedrochten toont Steven Dhondt zich op zijn sterkst. De grimmige horror-elementen liggen hem duidelijk uitstekend.
Via een Indiaanse sjamaan ontdekken de hoofdpersonages langzaam het geheim achter de Skinwalkers. Samen met een zelfverzekerde gangster trekken ze uiteindelijk naar een afgelegen sanatorium om de vloek te doorbreken en definitief af te rekenen met de monsters.
De auteurs slagen erin de oude Indiaanse mythologie geloofwaardig in hun western-universum te verwerken. Zodra het gezelschap op pad trekt, stijgt de spanning pagina na pagina. Gelukkig blijft er tussen alle dreiging en geweld ook ruimte voor humor. Vooral de onderlinge dynamiek tussen Diane en Paul, en de scherpe dialogen tussen Jo/sephine en haar oom, zorgen geregeld voor een glimlach.
Visueel zet Dhondt een bijzonder sfeervol album neer. Het ijzige landschap van Montana, de groezelige western-stadjes en het sinistere sanatorium versterken voortdurend het dreigende karakter van het verhaal. Het warme oranje-okerkleurige palet sluit daar perfect bij aan. De luchtige paginaopbouw met een beperkt aantal kaders zorgt bovendien voor een aangenaam leestempo en geeft de prenten voldoende ademruimte.
Hoewel fantasy en horror normaal niet meteen onze favoriete genres zijn, hebben we Skinwalker met veel plezier gelezen. Net als Wanted laat ook dit album duidelijk ruimte voor een mogelijk vervolg.
Skinwalker is een sfeervolle en verrassend geslaagde mix van western, horror en fantasy. Ruw, spannend en visueel sterk uitgewerkt, een gedurfde western met tanden. (HV)
Maatschappelijke relevante graphic novel
Na de storm
Jean Cremers
Lauwert uitgeverij
192 pagina’s
Verschenen op 23/04/2026
Met “Na de storm” levert Jean Cremers een bijzonder aangrijpend en eigentijds verhaal af dat nog lang blijft nazinderen. Een indrukwekkende prestatie van de amper dertigjarige Luikenaar. Deze maatschappelijk relevante graphic novel belicht thema’s als partnergeweld, de ongemakken van het ouder worden en de impact van Alzheimer op zowel patiënt als directe omgeving.
Voor dit veelzijdige drama putte Cremers uit zijn eigen familiale ervaringen. Net als bij het gelauwerde “De open zee” liet hij zich inspireren door de verwoestende overstromingen in de provincie Luik van juli 2021.
Dit derde deel van zijn watertrilogie draait rond de 47-jarige Hélène. Om aan het fysieke en psychische geweld van haar man te ontsnappen, zoekt ze onderdak bij haar ouders. Wanneer de waterbom losbarst, raakt ze opgesloten in het overstroomde ouderlijke huis. Daar wordt ze niet alleen geconfronteerd met haar eigen trauma’s, maar ook met de wanhoop van haar vader, die zijn vrouw langzaam ziet verdwijnen in dementie.
Vader en dochter delen elkaars angst en onzekerheid. Ondanks haar aftakelende geest voelt Hélènes moeder feilloos het verdriet van haar dochter aan. Wanneer een tweede stormgolf het huis volledig overspoelt en zelfs de bovenverdieping onder water loopt, verdwijnen haar ouders spoorloos. Werden ze meegesleurd door het water, of kozen ze er bewust voor zich niet langer te verzetten? Hélène blijft achter met pijnlijke onzekerheid.
Cremers gebruikt de storm op treffende wijze als metafoor voor de innerlijke strijd van zijn personages en hun zoektocht naar bevrijding. Om zichzelf te redden vlucht Hélène uiteindelijk naar het dak, waar ze steun vindt bij een al even geïsoleerde buurman. Hun ingetogen gesprekken werken louterend en vormen het begin van een mogelijke nieuwe start.
Een opvallend detail is de kat van de buurman, die symbool lijkt te staan voor het overlevingsinstinct van de personages, een kleine maar geslaagde vondst.
Naast de zware thematiek blijft “Na de storm” ook een verhaal over liefde, genegenheid en het belang van luisteren naar elkaar. Zonder grote woorden weet Cremers veel emotie op te roepen.
Visueel kiest hij voor een heel eigen, grillige tekenstijl waarin beelden vaak meer zeggen dan dialogen. Tekstballonnen worden spaarzaam gebruikt, waardoor de emoties des te harder binnenkomen. De zachte aquarel-inkleuring versterkt de melancholische sfeer van het verhaal. Dankzij de luchtige paginaopbouw en het beperkte aantal kaders leest deze graphic novel van bijna tweehonderd pagina’s opvallend vlot.
Dat dit verhaal maatschappelijk relevant is, staat buiten kijf. Volgens cijfers van VRT NWS werden in België in 2025 gemiddeld 185 dossiers van huiselijk geweld per dag geregistreerd, terwijl één op de drie mensen ooit met een vorm van partnergeweld geconfronteerd wordt.
“Na de storm” is geen eenvoudige lectuur, maar wel een bijzonder krachtige. Onze kennismaking met Jean Cremers maakte voldoende indruk om meteen op zoek te gaan naar de andere delen van zijn trilogie. “De open zee” is gelukkig nog verkrijgbaar, al wacht het eerste deel, “Vague de froid”, voorlopig nog op een Nederlandstalige vertaling.
Een kleine kanttekening toch: tegenover de Franstalige editie (€23,95) lijkt de Nederlandstalige versie met haar prijskaartje van €39,95 aan de dure kant.
“Na de storm” is een ontroerende en maatschappelijk relevante graphic novel die emoties en actualiteit op indrukwekkende wijze weet te combineren. Een beklijvende leeservaring van een auteur om in de gaten te houden. (HV)
Achter de schermen van de macht
De gorilla’s van de Generaal 1 September’59
Julien Telo / Xavier Dorison
Casterman
104 pagina’s
Verschenen op 12/03/2026
Wanneer er een nieuw album verschijnt van Xavier Dorison, is het altijd uitkijken geblazen. De auteur van reeksen als Beestenburcht, 1629 en Undertaker waagt zich deze keer aan een politieke thriller die ons meeneemt naar het Frankrijk van 1959, achter de schermen van de pas opgerichte Vijfde Republiek.
Op het eerste gezicht lijkt dat misschien geen onderwerp waar de gemiddelde Vlaamse lezer meteen warm voor loopt, maar deze op historische feiten gebaseerde fictie weet toch moeiteloos te boeien. Dorison serveert een verhaal vol geheimzinnige spanning, scherpe dialogen en subtiele humor, waarin geschiedenis en fictie naadloos in elkaar overvloeien.
Na jaren van politieke instabiliteit verschijnt Charles de Gaulle in 1958 terug op het politieke toneel om de Algerijnse crisis te bezweren en “La France” opnieuw op de rails te krijgen. Een jaar later wordt hij de eerste president van de nieuwe Vijfde Republiek. Tegen die historische achtergrond volgen we vier lijfwachten, de zogenaamde “gorilla’s”, die instaan voor zijn bescherming. Vier mannen wier levens in het teken staan van de bescherming van hun “baas”. De vier bodyguards zijn gebaseerd op echte figuren en vormen het hart van het verhaal. In deze eerste aflevering krijgen ze elk uitgebreid de kans zich te profileren. Het zijn stoere kerels met hun eigen onzekerheden, emotionele littekens en menselijke tekortkomingen. Tekenaar Julien Telo slaagt er uitstekend in om ieder personage een eigen smoel en karakter te geven.
De oude garde: de Corsicaan Ange Santoni, de Berber Alain Zerf en de imposante voormalige bokser Georges Bertier hebben hun eigen ouderwetse routines en gedragen zich als veredelde buitenwippers. Hun wereld wordt grondig door elkaar geschud wanneer “De Kanunnik”, de mysterieuze rechterhand van De Gaulle, besluit de veiligheidsdienst te moderniseren. Hij stelt Maxime Milan aan als nieuwe chef van de Gorilla’s. De komst van Milan verstoord de groepsdynamiek. De bij het FBI opgeleide kapitein maakt met zijn nieuwe methodes de anciens behoorlijk nerveus. Wanneer Milan de opdracht krijgt om het drietal te evalueren, is het wantrouwen binnen de groep zeer groot. Toch groeien de mannen langzaam naar elkaar toe wanneer ze tijdens gevaarlijke opdrachten op elkaar aangewezen blijken.
Dorison schetst overtuigend het zenuwslopende klimaat waarin de lijfwachten moeten opereren. Elke publieke verschijning van De Gaulle houdt risico’s in, zeker omdat de president zelf weinig rekening houdt met veiligheidsprotocollen. Hij improviseert geregeld en verandert zijn planning op het laatste moment. Bovendien weigert hij zich te laten afschermen, wat soms tot komische situaties leidt.
Door de ogen van de Gorilla’s krijgen we tegelijk een inkijk in het dagelijkse leven rond De Gaulle en het Frankrijk van eind jaren vijftig. Het verhaal is strak opgebouwd in vijf hoofdstukken en eindigt met de beroemde televisietoespraak uit 1959 waarin de president alludeert op Algerijnse onafhankelijkheid. Achteraan voorziet het album bovendien extra historische duiding.
Visueel levert Julien Telo indrukwekkend werk af. Zijn tekeningen ogen filmisch, gedetailleerd en dynamisch. Sterke contrasten en uitgewerkte composities versterken de sfeer van spanning en nostalgie. Vooral de indrukwekkende prent van het Élysée springt in het oog. Ook het grotere album-formaat sprak ons aan.
Tijdens het lezen moesten we geregeld denken aan Frederick Forsyth’s klassieker “The Day of the Jackal”, eveneens gebaseerd op een aanslag op president De Gaulle, later succesvol verfilmd en zelfs recent (2024) in een televisieserie gegoten.
Hoewel dit toch vooral een Frans verhaal is, vinden we het toch een verrijking voor onze collectie. We kijken uit naar de twee volgende aangekondigde delen.
Xavier Dorison en Julien Telo leveren met “September ’59″ een bijzonder sfeervolle en intelligente politieke thriller af. Spannend, historisch onderbouwd en visueel indrukwekkend, een sterke start van een veelbelovende reeks. (HV)
Wie de duivel ten dans vraagt, kan de muziek niet kiezen.
De helden van Amoras 3 Cross Road Blues
Willy Vandersteen / Kristof Berte / Charel Cambré
Standaard uitgeverij
48 pagina’s
Verschenen op 21/05/2026
Als blues-liefhebber waren we meteen geprikkeld door de titel Cross Road Blues. We waren benieuwd welke richting het derde deel van De helden van Amoras zou uitgaan, maar vooral nieuwsgierig naar het werk van de nieuwe scenarist Kristof Berte, bekend van onder meer De vorsten van Onderland en Jommeke. Dit album komt immers niet langer uit de pen van Marc Legendre.
Na één leesbeurt waren we al overtuigd: Berte blijkt een meer dan waardige opvolger.
Met Cross Road Blues brengt hij een eigentijdse avonturenstrip die alle vertrouwde ingrediënten van het Suske en Wiske-universum bevat. Zoals de titel al doet vermoeden, liet hij zich inspireren door het leven van blueslegende Robert Johnson. Daarnaast vormt ook de eeuwenoude Faust-sage een belangrijke inspiratiebron.
Het verhaal draait rond Bobby Blues Mukendi, een jonge bluesgitarist met meer ambitie dan talent. Hij kruist het pad van Jerom, die een flexi-job heeft als buitenwipper in het bruine bluescafé Ruby Monday. Die naam is overigens een leuke knipoog naar Ruby Tuesday van The Rolling Stones en Stormy Monday van Albert King.
Wanneer Bobby zich enkele weken later plots ontpopt tot een verbluffende gitaarvirtuoos en een indrukwekkende versie van Cross Road Blues speelt, gonst het van de geruchten. Volgens de stamgasten heeft hij zijn ziel verkocht aan de duivel tijdens een mysterieuze ontmoeting aan een spoorwegovergang, helemaal zoals zijn grote voorbeeld Robert Johnson.
Wanneer Jerom dit verhaal aan de familietafel vertelt, zijn Suske en Wiske meteen geïntrigeerd. Hun nieuwsgierigheid brengt hen op het spoor van Dr. Joseph Marlowe, een schimmige wetenschapper die zich specialiseert in neurologische experimenten en versnelde hersenprocessen. De naam Marlowe verwijst duidelijk naar Christopher Marlowe, auteur van een van de bekendste versies van het Faust-verhaal.
Bobby blijkt een van diens proefpersonen te zijn geworden. Samen met Jerom proberen Suske en Wiske hem uit de handen van de malafide dokter te redden. Dat blijkt echter geen eenvoudige opdracht, want wie de duivel ten dans vraagt, kan de muziek niet kiezen, het treffende motto van dit album.
Het verhaal sluit naadloos aan bij de sfeer van de vorige delen. De personages blijven trouw aan hun bekende karaktertrekken. Suske en Wiske zijn nog steeds even ondernemend en eigenzinnig, terwijl Lambik zich zoals vanouds verliest in grootspraak, droomt van een carrière als blues-ster en zich druk maakt over een bord stoofvlees. Tante Sidonia krijgt opnieuw de nodige zenuwaanvallen en zelfs Schanulleke speelt een cruciale rol in de ontknoping.
Visueel blijft het werk van Charel Cambré een plezier om naar te kijken. Zijn zwierige tekenstijl geeft het verhaal vaart en energie. De groezelige cafédecors, de flitsende actiescènes en de sfeervolle nachtbeelden versterken de bluesy sfeer van het album. Het overwegend okerbruine kleurenpalet past perfect bij de rokerige ambiance van de cafés en muziekclubs.
Wie goed kijkt, ontdekt bovendien enkele leuke knipogen naar Antwerpen. Zo scheuren Suske en Wiske met hun scooter langs herkenbare locaties zoals de stationsbuurt en de Roma.
Het verhaal eindigt geheel in stijl, met een heerlijke prent van een B.B. King-lookalike en een indrukwekkende muurschildering van Bobby Blues.
De eerste samenwerking tussen Kristof Berte en Charel Cambré is zonder meer geslaagd. Cross Road Blues combineert avontuur, humor en blues-mythologie tot een onderhoudend geheel dat perfect aansluit bij de vorige delen van de reeks. De continuïteit lijkt verzekerd. Wat ons betreft mag de volgende aflevering er snel aankomen.
En nog een tip: zet bij het lezen gerust een goed blues-playlistje op. Het verhoogt de sfeer alleen maar. (HV)
Slowburn historische western
Apache Junction Boek 6 Dead end
Peter Nuyten
Arboris
72 pagina’s
Verschenen Op 22/04/2026
Met Dead End, voorlopig het zesde en laatste deel van de reeks Apache Junction, levert Peter Nuyten opnieuw een sterke en doordachte western af. Zoals in de vorige albums verweeft hij historische feiten op subtiele wijze met fictie. Ditmaal staan de laatste dagen van de vrijheidsstrijd van de Chiricahua-Apachen centraal, verweven met de lotgevallen van Roy Clinton, een gedeserteerde halfbloed, en Ann Bentley met haar twee kinderen.
Nuyten tekent niet alleen het album, maar verzorgt ook het scenario. Daarbij toont hij zich opnieuw een uitstekend kenner van de geschiedenis van het Amerikaanse Westen. Je zou hem bijna een echte “Apacholoog” noemen. Het western-genre heeft voor hem duidelijk nog weinig geheimen. Alle klassieke ingrediënten zijn aanwezig: indianen, soldaten, premiejagers, deserteurs, uitgestrekte woestijnlandschappen en een voortdurende strijd om te overleven.
Toch kiest Nuyten niet voor een opeenstapeling van vuurgevechten en spectaculaire confrontaties. Dead End is eerder een slowburn verhaal waarin de spanning langzaam wordt opgebouwd. Het tempo ligt lager, waardoor de personages en hun motieven alle ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.
Het verhaal volgt twee verhaallijnen. Enerzijds is er de jacht op de legendarische Apache-leider Geronimo. Kapitein Harris, een veteraan van de Apache-oorlogen, leidt een maandenlange zoektocht door de Sierra’s. Ondanks alle inspanningen lijkt Geronimo ongrijpbaar, tot een patrouille hem eerder toevallig weet te vatten.
Anderzijds volgen we Roy Clinton en de familie Bentley, die in handen zijn gevallen van de verraderlijke Mexicaanse premiejager Safón. Dankzij de tussenkomst van een groep Apache-vrouwen, aangevoerd door Nes-chila, Clintons voormalige geliefde, die nog steeds gevoelens voor hem koestert, weten ze aan hun lot te ontsnappen.
Door beide verhaallijnen te combineren schetst Nuyten een overtuigend beeld van de erbarmelijke omstandigheden waarin de opgejaagde indianenstammen moesten overleven. De historische achtergrond vormt meer dan louter decor; ze geeft het verhaal extra gewicht en geloofwaardigheid.
De afwisseling tussen de twee verhaallijnen verloopt niet altijd even vloeiend. Af en toe vraagt het verhaal wat extra aandacht van de lezer om de draad weer op te pikken. Ook enkele dialogen voelen hier en daar wat stroef aan. Gelukkig doet dat weinig afbreuk aan de algemene kwaliteit van het album.
Visueel blijft Apache Junction een genot voor liefhebbers van realistische western-strips. Nuyten tekent expressieve personages met markante gezichten. Vooral de karakterkop van kapitein Harris, de getergde blik van Geronimo en de sinistere tronie van Safón blijven hangen. Zijn tekenstijl vertoont bovendien duidelijke invloeden van de klassieke western-school. Vooral Roy Clinton roept geregeld herinneringen op aan Blueberry.
De uitgestrekte landschappen, stoffige nederzettingen en ruige berggebieden dragen sterk bij aan de authentieke sfeer van het verhaal. Hier toont Nuyten opnieuw zijn vakmanschap als verteller én tekenaar.
Dead End is een rustige maar meeslepende western die geschiedenis en fictie op overtuigende wijze samenbrengt. Peter Nuyten bevestigt nogmaals dat Apache Junction tot de betere realistische westernreeksen van de Lage Landen behoort. Wat ons betreft hoeft het verhaal van Roy Clinton en Ann Bentley nog lang niet afgelopen te zijn. Wie zich nog meer wil verdiepen in de geschiedenis van de Apachen, vindt zijn gading in het extra dossier. (HV)
Sulla vita, over het leven
Come Prima
Alfred
Lauwert uitgeverij
224 pagina’s
Verschenen op 27/02/2026
Come Prima vervolledigt de Italiaanse trilogie van de Franse tekenaar/scenarist Alfred. Van zijn hand verscheen eerder Senso (2023) en Maltempo (2025). Uitgeverij Lauwert heeft echt het beste voor het laatst gehouden. Come Prima, geïnspireerd op Alfreds persoonlijke band met Italië, is een intieme roadtrip waarbij twee broers Fabio en Giovanni diep in elkaars ziel roeren. Een universeel verhaal “sulla vita”, over het leven.
Het verwondert ons dan ook niet dat deze graphic novel in 2014 de Fauve D’or, prijs voor het beste album op het festival van Angoulême, heeft gewonnen.
Bijzonder is dat Come Prima eigenlijk het eerste deel is van het drieluik maar als laatste uitgebracht in het Nederlands. Origineel verscheen het album in 2013. We hebben er dus 13 jaar op moeten wachten, maar het was het wachten meer dan waard!
De titel zegt eigenlijk alles. De Italiaanse uitdrukking Come Prima betekent letterlijk “als voorheen” of “zoals vroeger”. De vlag dekt hier de lading helemaal. Doorheen het verhaal groeit bij de twee broers het verlangen naar een verloren verleden en de geborgenheid van hun jeugd steeds meer.
Toch gaat dit album over veel meer dan nostalgie alleen. Het is een verhaal over familiale spanningen, gemiste kansen, moeilijke keuzes en de moeizame weg naar verzoening.
De jongste broer, Giovanni, vindt na tien jaar zijn wat aan lager wal geraakte broer, Fabio, terug in Frankrijk. Deze verdient er de kost als tweederangs bokser.
Giovanni overtuigt zijn oudere broer om samen de urne van hun vader naar hun geboortedorp in Toscane terug te brengen. Wat volgt is een onvervalste roadtrip door Zuid-Frankrijk en Toscane. Onderweg proberen de broers met vallen en opstaan met zichzelf, hun vader en elkaar in het reine te komen. In een authentieke met naar voren opendraaiende deuren FIAT cinquecento beleven ze een tumultueuze reis. Italiaanser kan niet
Langzaam komen de verborgen littekens van beide mannen aan de oppervlakte. De relatie met hun vader vormt daarbij de rode draad. Vooral Fabio heeft het lastig om de stap naar verzoening te zetten. Hij krijgt daarvoor onverwacht hulp van een gedumpte hond, die symbool staat voor zijn geweten en zijn zoektocht naar vergeving.
Flashbacks zonder woorden brengen ons geregeld terug naar het Italië van hun jeugd. Fabio kiest er voor om toe te treden tot de zwarthemden van Mussolini en Giovanni spiegelt zich aan zijn grote broer. Deze terugblikken voegen extra diepgang toe aan het verhaal en maken duidelijk hoe het verleden nog altijd doorwerkt in het heden.
Niet alles aan dit verhaal is kommer en kwel. Alfred zorgt met enkele goed uitgewerkte situaties voor een komische noot. Wanneer hun FIAT 500 wordt gestolen, krijgen ze hulp van een inboorling met een hoek af. Ze ontmoeten ook een pater met een hoog Don Camillo-gehalte. Deze luchtige momenten zorgen voor een welkom evenwicht.
Alfred tekent in een unieke grafische stijl, knappe aquarellen met vetkrijt-accenten. Hij werkt meestal met sobere lijnen, zachte eenvoudige kleuren die het melancholische in het verhaal versterken. Hij past zijn kleuren aan naargelang het gebeuren. De terugblikken op vroeger krijgen een totaal ander kleurenpalet dan de rest van het album. De confrontatie tussen Giovanni en zijn geliefde krijgt een opvallend witte klemtoon. De prenten van de Zuidfranse en Toscaanse landschappen weten ons te raken.
Onverwacht krijgt deze familiestory toch een happy end. Zonder sentimenteel te worden schenkt Alfred zijn personages de mogelijkheid om vrede te vinden met zichzelf en met elkaar.
We hebben echt genoten van Come Prima, één van de toppers van dit jaar! Een verhaal dat raakt zonder grote woorden nodig te hebben.
We begrijpen volkomen dat Editions Delcourt het origineel ter gelegenheid van hun 40 jaar bestaan opnieuw uitbracht. Een absolute aanrader. HV)
Alleen de mens kan zich boven tegenspoed verheffen om schoonheid te creëren
De Pilaren van de Aarde
1. De droom van de bouwmeester
Didier Alcante / Steven Dupré / Ken Follett
Standaard uitgeverij
104 pagina’s
Verschenen op 21/05/2026
Met de stripbewerking van “De Pilaren van de Aarde” hebben scenarist Didier Alcante en tekenaar Steven Dupré een bijzonder ambitieuze uitdaging aangenomen. Het omzetten van een roman van ruim duizend pagina’s naar een stripreeks is allesbehalve vanzelfsprekend. Op basis van dit eerste deel mogen we echter concluderen dat de auteurs uitstekend uit de startblokken zijn geschoten.
Sinds zijn verschijning in 1989 groeide “The Pillars of the Earth” uit tot een wereldwijd fenomeen. De historische roman van Ken Follett verkocht meer dan 28 miljoen exemplaren en kreeg doorheen de jaren diverse adaptaties, waaronder een televisieminiserie, een bordspel, een videogame en een musical. Nu is er dus ook een stripversie. In totaal zijn zes delen gepland.
Dat is geen geringe onderneming. Steven Dupré werkt gemiddeld vier dagen aan één afgewerkte pagina, waardoor een album meer dan een jaar productietijd vergt. Goede moed, Steven! Momenteel werkt de tekenaar al aan het vierde deel, terwijl de eerste drie albums in het Frans reeds verschenen zijn.
Het verhaal speelt zich af in het Engeland van de twaalfde eeuw, tijdens de woelige periode die bekendstaat als The Anarchy. Tegen de achtergrond van burgeroorlog, politieke intriges en machtsstrijd volgen we verschillende personages wier levens met elkaar verweven raken rond één grote droom: de bouw van een kathedraal.
Didier Alcante koesterde al jarenlang de wens om Folletts meesterwerk te adapteren. Zijn passie voor het verhaal ging zelfs zo ver dat hij het ooit aan zijn vrouw voorlas tijdens haar zwangerschap. Voor de historische onderbouw deed hij bovendien een beroep op Nicolas Ruffini-Ronzani, professor middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Namen. Volgens de makers wil deze strip niet enkel het literaire werk vertalen, maar er ook de kracht van het beeld aan toevoegen.
In “De droom van de bouwmeester” worden de fundamenten gelegd voor het verdere verhaal. We maken kennis met het fictieve Kingsbridge en de belangrijkste protagonisten. Tom Builder trekt met zijn gezin door het land op zoek naar werk en droomt obsessief van een kathedraal te bouwen. Prior Philip van Gwynedd probeert de abdij van Kingsbridge opnieuw aanzien te geven, terwijl Aliena, de dochter van graaf Bartholomew, haar plaats zoekt in een wereld vol politieke spanningen.
Tegenover deze personages staan de onvermijdelijke antagonisten. Vooral William Hamleigh, die uit is op wraak nadat Aliena hem afwijst, laat meteen zijn ware aard zien. Ook Waleran Bigod, een sluwe en ambitieuze geestelijke, speelt een belangrijke rol in de intriges die zich langzaam ontvouwen. Geloof, ambitie, liefde, verraad en macht vormen de kern van het verhaal.
Nu de pionnen op het schaakbord zijn geplaatst en de eerste conflicten zich aandienen, ligt de weg open voor het echte avontuur. Dit eerste deel smaakt dan ook nadrukkelijk naar meer.
Alcante doseert zijn verhaal zorgvuldig en laat de beelden regelmatig het werk doen. De pagina’s worden niet overladen met tekst, waardoor het verhaal een aangenaam ritme behoudt. Een subtiel vleugje erotiek geeft het geheel extra kleur zonder ooit gratuit te worden.
Steven Dupré bewijst opnieuw waarom hij tot de sterkste tekenaars van zijn generatie behoort. Wie zijn reeks “Kaamelott” kent, weet dat hij zich thuis voelt in een middeleeuwse setting. Kingsbridge komt indrukwekkend tot leven dankzij sfeervolle decors, sterke personage-uitdrukkingen en knap opgebouwde scènes. De openingspagina met de galg zet meteen de toon, terwijl de grote dubbelpagina’s bijzonder veel indruk maken.
Ook Ken Follett zelf, die het voorwoord schreef, toont zich enthousiast over deze adaptatie. Hij benadrukt hoe literatuur en beeldverhaal elkaar hier versterken en wijst op het centrale thema van zijn werk: alleen de mens kan zich boven tegenspoed verheffen om schoonheid te creëren.
Liefhebbers van historische strips en romans hoeven niet te twijfelen. En wie opziet tegen een roman van duizend pagina’s, vindt in deze zesdelige stripreeks een toegankelijk alternatief. Alles wijst erop dat “De Pilaren van de Aarde” een van de grote historische stripreeksen van de komende jaren kan worden.
Wij kijken alvast reikhalzend uit naar deel twee. En eerlijk gezegd kregen we na het lezen meteen zin om Folletts oorspronkelijke roman nog eens uit de bibliotheek te halen.(HV)
Bijbelse sciencefiction
De Maanwandelaar
Simon Spruyt
Le Lombard
200 pagina’s
Verschenen op 21/05/2026
Na de succesvolle en heerlijk absurde reeks De Ruiterlijke Confessies van Dragon Dragon verandert Simon Spruyt zijn penseel van schouder. Met “De Maanwandelaar” levert hij een ambitieuze graphic novel af waarin historische fictie, filosofie, religie en sciencefiction op een verrassend natuurlijke manier samenvloeien. Het resultaat is een origineel en gelaagd verhaal dat ondanks zijn zware thema’s bijzonder toegankelijk blijft.
Voor deze graphic novel keert Spruyt terug naar de bakermat van onze beschaving. Het verhaal speelt zich af rond 2000 voor Christus, in de wereld van de Mesopotamische en Egyptische culturen. Inspiratie vond de auteur onder meer in het Bijbelboek Genesis en in de roman “Jozef en zijn broers” van Thomas Mann. Toch wordt dit geen klassieke Bijbelse hervertelling. Spruyt voegt er een sciencefictionlaag aan toe die het verhaal een geheel eigen identiteit geeft.
Centraal staat Avram, de aartsvader Abraham uit de Bijbelse traditie, die met zijn stam op zoek is naar een veilige plek om zich te vestigen. Zijn tocht naar het beloofde land Kanaän vormt de ruggengraat van een verhaal over macht, geloof, liefde, verraad en het verlangen naar een betere toekomst.
De invalshoek is echter bijzonder origineel. Het verhaal opent wanneer een buitenaardse observator het contact met zijn interstellaire thuisbasis verbreekt. Een tweede waarnemer wordt naar de aarde gestuurd om zijn lot te achterhalen. Deze verschijnt in de gedaante van Gashansun, een priesteres van de godin Ishtar uit de Babylonisch-Assyrische mythologie.
Tijdens haar zoektocht komt ze terecht in Shechem, het huidige Nablus op de Westelijke Jordaanoever, waar ze kennismaakt met Avram en zijn nomadische gemeenschap. Haar opdracht is strikt observerend: ze mag de ontwikkeling van de menselijke beschaving niet beïnvloeden. Dat blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan.
Via haar voortdurende gesprekken met een monitor in de ruimte ontstaat een interessante wisselwerking tussen afstandelijke observatie en menselijke betrokkenheid. Regelmatig wordt Gashansun eraan herinnerd het zogenaamde zelfbeschikkingsprotocol niet te schenden. Vooral de omgang met slavernij en geweld roept bij haar vragen op.
Deze dialogen zorgen niet alleen voor een vleugje humor, maar bevatten ook een aantal scherpe filosofische bedenkingen. Zinnen als “Ontvoogding door onderwijs is een beproefde methode” of “Elk lichaam is een uniek kruispunt in tijd en ruimte” blijven nog lang nazinderen.
Wanneer Avram besluit zich nabij Beth El (huis van God) te vestigen, komt het verhaal in een stroomversnelling terecht. De gebeurtenissen rond zijn dochter Dinah en de prins van Shechem leiden tot spanningen, politieke onderhandelingen en uiteindelijk een bloedige confrontatie. Ook de Egyptische farao raakt betrokken in de machtsstrijd. Tegelijk groeit de spanning rond de buitenaardse observatoren, die steeds meer verstrikt raken in het lot van de mensen die ze eigenlijk enkel zouden mogen observeren.
Naast het sterke verhaal is vooral het visuele luik indrukwekkend. Het artwork van Spruyt behoort zonder twijfel tot het mooiste dat hij tot nu toe heeft afgeleverd. De tekeningen zijn duidelijk geïnspireerd op Mesopotamische reliëfs, Oud-Egyptische kunst en archeologische vondsten. Sommige pagina’s ogen haast als museumstukken.
Net als in “De Tamboer van Borodino” uit 2021werkt de auteur met ecoline, aangevuld met potlood. Voor de woestijnlandschappen kiest hij zachte aardetinten, okergeel en warme bruintonen. Die kleuren contrasteren prachtig met het opvallende blauw dat geregeld opduikt en de pagina’s extra diepte geeft. Het resultaat is een graphic novel die niet alleen leest als een verhaal, maar ook bewonderd kan worden als een kunstwerk.
Dat begint al bij de bijzonder sterke cover, die meteen de toon zet. Ook de schutbladen, geïnspireerd op de beroemde Standaard van Ur, tonen hoeveel zorg en historisch onderzoek in dit project zijn gekropen.
Met “De Maanwandelaar” kiest Simon Spruyt voor een ongewoon onderwerp en een gedurfde combinatie van genres. Die gok pakt uitstekend uit. Deze graphic novel biedt avontuur, filosofische reflectie en visuele pracht in één pakket. Bovendien is dit zo’n boek dat bij een tweede of derde lezing alleen maar rijker wordt.
Een indrukwekkende en bijzonder originele graphic novel die bewijst dat historische verhalen en sciencefiction perfect samengaan.
Een sterke vrouw in overlevingsmodus
Ada
Michaël Olbrechts
Oogachtend
198 pagina’s
Verschenen op 04/06/2026
2026 lijkt een grand cru jaar te worden voor de Belgische strip. Na sterke albums van Steven Dhondt, Jean Cremers, Kristof Berte Simon Spruyt en Steven Dupré is het nu de beurt aan Michaël Olbrechts om uit te pakken met een beklijvende graphic novel.
Met Ada brengt hij een boeiend historisch verhaal dat zich net als zijn voorgaand succes uit 2023 “Galapagos” afspeelt op een desolaat eiland. Dit tweede deel van Olbrechts eilanden trilogie is eveneens gebaseerd op waargebeurde feiten. Ada is een vertelling over intermenselijke relaties en -spanningen, over grootspraak en bedrog, over discriminatie van minderheidsgroepen, over gedwongen assimilatie, maar vooral over een sterke vrouw in overlevingsmodus en de liefde voor haar zoon.
In september 1921 wordt Ada Blackjack in Alaska gerekruteerd als naaister op de Crawford-poolexpeditie naar het ruwe Wrangel Island in de Noordelijke IJszee.
De jonge Inuk is geen ontdekkingsreiziger, maar een wanhopige moeder die met de premie van 50 dollar per maand hoopt haar zieke zoontje te redden. Aan boord blijkt dat ze de enige Inuit-vrouw is. Wat begint als een prestigieuze onderneming om Wrangel Island op te eisen voor de Britse Kroon, verandert al snel in een strijd tegen de meedogenloze natuur én tegen de spanningen binnen de groep. Wanneer het beloofde bevoorradingsschip niet opdaagt, nemen drie expeditieleden de wanhopige beslissing om via Siberië hulp te zoeken. Ze verdwijnen voorgoed. Ada blijft achter in het basiskamp met de zieke Lorne Knight. Wanneer die aan scheurbuik overlijdt, vindt ze troost bij haar kat Victor, symbool van de wil om te overleven. Het ontembare verlangen om haar zoon weer te zien, helpt haar om alle ontberingen te trotseren en na 23 maanden wordt ze eindelijk gered. Bij haar terugkeer wacht haar veel media-aandacht. Ondanks haar bekendheid krijgt ze niet het beloofde loon, maar kan ze wel de tuberculosebehandeling voor haar zoon betalen.
Olbrechts toont ons de erbarmelijk levensomstandigheden waarmee de bemanning moest afrekenen. Zo hebben de meeste mannen last van “cabine fever”, wordt Ada overvallen door “Hysteria Siberiana”, een geestelijke aandoening bij gebrek aan zonlicht en is honger een constant gegeven. Hij neemt de tijd om de karakters van de verschillende actoren te schetsen. Ada is het duupje dat weet te overleven, Crawford de verzoenende expeditieleider, Knight en Maurer de mannen van de harde lijn, Galle de naïeve ziel, Stefansson de wereldvreemde gladjanus die de expeditie in de steek laat en Noice de opportunistische lefgozer.
Via zorgvuldig opgebouwde flashbacks krijgen we ook inzicht in Ada’s jeugd, haar huwelijk en de keuzes die haar uiteindelijk naar Wrangel Island brachten. Achterin het boek staan foto’s van de echte hoofdpersonages en licht de auteur toe hoe het hen verder vergaat.
De tekenaar spendeert veel aandacht en zorg aan het decor. De locaties zijn prima uitgewerkt, mooie vergezichten, sprekende landschappen brengen de lezer in de juiste mood. We hebben gesmuld van de duikende walrussen, van een stoomtrein in de Canadese wildernis en het stadszicht van New York. Het warme tekenwerk zet tijd en emoties knap in de verf. Ook de wisselende pagina opbouw versterkt het geheel. De onheilspellende cover en de zeer verzorgde uitgave, een pluim voor uitgeverij Oogachtend, nodigen uit tot lezen.
Met Ada bevestigt Michaël Olbrechts zijn talent om lezers mee te pakken op een ontroerende vertelling. Sprokkels en Brokkels zijn fan! We verwachten Ada hoog in de lijstjes eind 2026!
Laat deel drie van de eilanden trilogie, dat zich zal afspelen op de Schotse St-Kilda archipel maar komen.
En nog een kleine bekentenis: wij lazen dit boek in de hittegolf van juni ’26. Het bracht ons alleszins de nodige mentale verkoeling. (HV)
Zo word je schilder van het Wilde Westen
Remington 1885
Josep Maria Polls
Fornier Sagar
Standaard uitgeverij
112 pagina’s
Verschenen op 12/03/2026
“Remington 1885” is een atypische western: een fictief verhaal met een biografische inslag, gebaseerd op historische feiten en personages. Verwacht geen album vol wapengekletter, maar een diep menselijk verhaal over idealen, twijfel, innerlijke strijd, liefde, trouw en de zoektocht naar jezelf.
Centraal staat Frederic Remington (1861-1909), de Amerikaanse kunstenaar die wereldberoemd werd met zijn schilderijen en illustraties van het Wilde Westen. Hij verhief de cowboy tot hét icoon van een legendarisch tijdperk en wilde het land van de indianen vastleggen voordat de oprukkende beschaving het voorgoed zou veranderen. Vooral Geronimo, het legendarische opperhoofd van de Apachen, fascineerde hem. Voor Remington belichaamde hij de laatste adem van het ongetemde Wilde Westen.
Het verhaal speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw, bij het prille begin van Remingtons carrière. Het verwijst naar een reis die hij in 1881 ondernam naar het ruige Arizona. Als jonge illustrator droomt hij ervan het leven aan de “South Frontier” in beeld te brengen en zijn tekeningen gepubliceerd te krijgen in Harper’s Weekly.
Hij sluit zich aan bij het 10de Cavalerieregiment, de beroemde Buffalo Soldiers, dat de jacht op Geronimo heeft geopend. Tijdens een zandstorm wordt Remington echter door de Apachen gevangengenomen. Tijdens zijn gevangenschap groeit zijn bewondering voor hun cultuur en manier van leven. Dankzij Maria, een Apache-vrouw die door Ierse kolonisten werd opgevoed, weet hij deze beproeving te overleven.
Door Remingtons ogen ontdekken we zowel de ongerepte schoonheid van Arizona als de erbarmelijke leefomstandigheden van de Apachen in het San Carlos-reservaat, door velen omschreven als veertig hectare hel. Zijn tekeningen leggen de wereld om hem heen tot in de kleinste details vast.
Hoewel de ontmoeting met Geronimo fictief is, spreekt ze sterk tot de verbeelding. Geronimo eist dat Remington zijn portret tekent. Pas na een hallucinerende spirituele ervaring is de kunstenaar daartoe in staat. Op dat moment beseft hij dat hij zijn ware artistieke roeping heeft gevonden.
Een tweede verhaallijn belicht Remingtons persoonlijke leven. Wanneer hij verliefd wordt op Maria, komt hij tot de conclusie dat zijn huwelijk mislukt is. Maar als Maria haar man trouw blijft, komt Remington tot inkeer en gaat terug naar zijn vrouw.
De tekenstijl van Fornier Sagar is een bijzonder aangename kennismaking. Vooral de paginagrote illustraties van de psychedelische trip, de voedselbedeling in het reservaat en de Indiaanse pueblo behoren tot de absolute hoogtepunten van het album. Ook de keuze om de Apachen-taal weer te geven met symbolen en karakters geeft het verhaal extra authenticiteit.
Sagar weet bovendien de geest van Remington overtuigend in zijn tekenwerk te verwerken. Is Remington een dromer, een chroniqueur of allebei? Naast de historische realiteit krijgt ook de verbeelding alle ruimte. Daardoor zien we het Wilde Westen niet alleen zoals het was, maar vooral zoals een kunstenaar het beleefde.
Als western-liefhebbers zijn we blij dat we via dit album ook de man achter de iconische schilderijen van het Wilde Westen beter hebben leren kennen. Remington 1885 biedt een originele invalshoek binnen het genre en is een aanrader voor iedereen die houdt van westerns én historische verhalen met een artistieke insteek. Voor wie zich nog meer in Remington wil verdiepen is er achteraan in het album een dossier voorzien met schetsen en extra duiding. Het loont ook de moeite eens te grasduinen in de collectie van Frederic Remington.
Nog een weetje: in 2001 verscheen ook een album van Lucky Luke waarin Frederic Remington een belangrijke rol speelt. Op scenario van Bob de Groot tekende Morris “De kunstschilder”, zijn voorlaatste album. In 2019 verscheen daarvan een heruitgave. (HV)
De oceaanreus die de VS dichterbij WOI bracht
De grote scheepsrampen 1 Lusitania
Jean-Yves Delitte
Standaard uitgeverij
56 pagina’s
Verschenen op 26/05/2026
Wie Jean-Yves Delitte zegt, zegt maritieme geschiedenis. De Belgische auteur en tekenaar heeft in de loop der jaren een indrukwekkende reputatie opgebouwd als specialist van historische schepen. Niet alleen in de stripwereld, maar ook daarbuiten geniet hij aanzien als officieel schilder van de Belgische Marine, lid van de Academie voor Maritieme Kunsten en Wetenschappen en Ridder in de Leopoldsorde. Stripliefhebbers kennen hem onder meer van Black Crow, Belem en de langlopende reeks De Grote Zeeslagen. Navarino, verschenen op 25 juni, is de nieuwste in deze reeks. Met De grote scheepsrampen slaat hij een nieuwe koers in. Het eerste deel is gewijd aan de ondergang van de Lusitania, een scheepsramp die mee de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog bepaalde.
De RMS Lusitania werd in 1906 te water gelaten als het grootste en snelste passagiersschip ter wereld. De oceaanlijner van de Cunard Line groeide uit tot een symbool van luxe en snelheid en stak 202 keer de Atlantische Oceaan over tussen Liverpool en New York. In oorlogstijd krijgt dit bijzondere schip van 240m lang speciale militaire voorzieningen waaronder een geheime ruimte om munitie en oorlogsmateriaal te vervoeren, een detail dat later nog voor heel wat controverse zal zorgen.
Ondanks waarschuwingen van de Duitse ambassade dat Britse schepen een legitiem doelwit zijn geworden, vertrekt de Lusitania in mei 1915 in volle duikboten-oorlog opnieuw richting Europa. Voor de Ierse kust wordt het schip opgemerkt door de Duitse onderzeeër U-20 onder bevel van Walther Schwieger. Eén torpedo volstaat. Achttien minuten later is de oceaanreus verdwenen in de golven. Van de 1.962 opvarenden laten 1.198 het leven, onder wie 128 Amerikanen. De verontwaardiging die daarop volgt, draagt ertoe bij dat de publieke opinie in de Verenigde Staten zich steeds nadrukkelijker tegen Duitsland keert.
Delitte kiest ervoor om dit historische drama vanuit drie invalshoeken te vertellen. We volgen de Britse diplomatie, waar de geheime militaire lading een belangrijk discussiepunt vormt. Aan boord beleven we de ramp door de ogen van kapitein Turner en zijn bemanning, terwijl we tegelijk meekijken met kapitein Schwieger en de bemanning van de U-20. Die afwisseling houdt het verhaal levendig en toont hoe dezelfde gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven beleefd werd.
Zoals we van Delitte gewend zijn, primeert de historische nauwkeurigheid. Hij reconstrueert de feiten zorgvuldig en verwerkt ook de blijvende discussies rond de ondergang van de Lusitania. Zo wijst hij onder meer op het ontbreken van een vlag en het feit dat het schip al langer op de Duitse doelwittenlijst stond. Het verhaal wordt bovendien ingekaderd door een hedendaagse expeditie naar het wrak, een vondst die het historische relaas een eigentijdse toets geeft.
Het zijn echter vooral de tekeningen die indruk maken. Delitte bewijst opnieuw waarom hij als dé maritieme tekenaar van het Europese striplandschap wordt beschouwd. De schepen, machinekamers, havens en gebouwen zijn met een bijna documentaire precisie uitgewerkt. Vooral de grote panoramische prenten van de Lusitania in volle glorie, de aanval van de U-20 en de dramatische ondergang behoren tot de absolute hoogtepunten van het album. Minder overtuigend blijven de personages. De gezichten missen soms expressie en vertonen onderling weinig onderscheid, waardoor enkele personages in elkaar overvloeien.
Achteraan is opnieuw een verzorgd historisch dossier opgenomen, waarin de evolutie van de grote passagiersschepen wordt geschetst en extra achtergrondinformatie over de Lusitania wordt meegegeven. Het vormt een mooie aanvulling op het stripverhaal.
Met Lusitania levert Jean-Yves Delitte opnieuw een historisch onderbouwd album af waarin feiten en spanning elkaar mooi in evenwicht houden. Het scenario is degelijk opgebouwd, maar het is vooral het indrukwekkende tekenwerk dat deze eerste aflevering van De grote scheepsrampen naar een hoger niveau tilt. Voor liefhebbers van maritieme geschiedenis én realistische historische strips is dit zonder meer een aanrader. (HV)
De liefde, Brugge en de legende van koning Arthur
Bergbloempje
Jean-Claude Servais / Gérard Dewamme
BD Must
64 pagina’s
Verschenen op 29/04/2026
Voor Ginevra
Jean-Claude Servais
BD Must
64 pagina’s
Verschenen op 0406/2026
Sinds jaar en dag is Jean-Claude Servais één van onze favoriete tekenaars. Zijn werken hebben een uniek plaatsje in onze collectie. De pret kon niet op wanneer we vernamen dat uitgeverij BD Must een aantal vergeten pareltjes uitbracht. Het begon met onuitgegeven werk van JC Servais en dan volgden “Bergbloempje” en “Voor Ginevra”.
Van deze albums zijn er telkens maar 300 exemplaren gedrukt in zwartwit waarvan 50 met een ex-libris en genummerde prent.
“Bergbloempje” is een uniek album getekend in 1988 in kleur op scenario van Gérard Dewamme. Ze werkten ruim 10 jaar samen aan o.a. “Bosliefje”. “Bergbloempje” was hun laatste creatie. Het is een intiem drama dat in deze versie nog meer kracht krijgt door de zwartwit tekeningen.
Alles draait rond Lionel Tardieu, een rijke koloniaal die in Saigon een dubbelzinnige relatie heeft met “Bergbloempje”, een kind waarvoor hij veel genegenheid koestert. In 1930 keert hij terug om het nalatenschap van zijn overleden vader te beheren. Hij trouwt wat halsoverkop met een jongere vrouw, die zijn zoon begeerde. Een huwelijk gedoemd om te mislukken. Heimwee naar Vietnam, zijn obsessie voor “Bergbloempje” en de moeilijke vader zoon relatie doen hem naar de drank grijpen en besluiten om terug te keren naar Indochina. Dewamme schetst hier een pakkend familiedrama. Een verhaal over onbereikbare liefde, jaloezie, verraad en verslaving. Met een visionair betoog kondigt hij de eindigheid van de kolonisatie aan.
Servais is hier weer op zijn best als hij vrouwelijk schoon mag tekenen. Knap idee om het oude Brugge als decor te gebruiken. De gedetailleerde tekeningen van de stadszichten geven dit verhaal een duidelijke meerwaarde. We zien o.a. de Bonifacius-brug op de cover en verder in het album het standbeeld van Jan Van Eyck aan de Spiegelrei en het hoogaltaar in de St-Annakerk. De schutbladen tonen ons de torens van Brugge. “Bergbloempje” is een zwartwit kunststukje!
“Voor Ginevra”, getekend in 1984 en 1985, is een verhaal geïnspireerd op de legende van koning Arthur en de ridders van de ronde tafel, het klassieke Keltische heldenepos over ridderlijkheid, magie en verraad.
Jean-Claude Servais brengt de beroemde legende in drie hoofdstukken tot leven. In hoofdstuk 1 is de hoofdrol voor Merlijn de tovenaar en het zwaard Excalibur. Arthur wordt koning, huwt met Guinevere en op Camelot wordt de orde van de ridders van de ronde tafel gesticht. Hoofdstuk 2 vertelt over Lancelot van het meer en zijn geheime relatie met Guinevere, Parcival en de heilige graal. In hoofdstuk 3 wordt Guinevere gered van de brandstapel en eindigt de rivaliteit tussen Lancelot en koning Arthur met de dood van deze laatste.
De poëtische tekenstijl van Servais is hier opnieuw verbluffend. De nauwkeurige tekeningen zijn puur en verfijnd. Het zwartwit past perfect bij de mythische sfeer van het verhaal. Als toemaatje krijgen we 6 bonuspagina’s van Servais en de middeleeuwse wereld met prenten uit zijn tweeluik Godfried van Bouillon.
Uitgeverij Arboris bracht “Voor Ginevra” in kleur uit in 1994.
“Bergbloempje” en “Voor Ginevra” zijn juweeltjes, exponenten van de fijne lijn en de surplus van zwartwit. Nogmaals een bevestiging van de klasse van Jean-Claude Servais.
Als BD Must nog dergelijke schatten van onder het stof kan halen, laat maar komen.(HV)
Engelse trilogie 1 Iron lady
Michel en Bea Constant
Lauwert uitgeverij
72 pagina’s
Verschenen op 16/07/2026
De titel “Iron Lady” staat bij velen voor Margaret Thatcher. Dit eerste deel van de Engelse trilogie van Bea en Michel Constant draait echter niet om de voormalige premier van het Verenigd Koninkrijk, maar haar geest waart wel doorheen het verhaal.
In deze graphic novel staan drie jeugdvrienden Abby, Donald en Owen centraal. Ze groeiden op in de vroege jaren 1980 in een Engels arbeidersmilieu dat hard getroffen werd door het “Thatcherisme”. Het is de tijd van de grote mijnstakingen en algemene sociale achteruitgang van de werkende klasse. De tijd van het idee dat burgers zelf voor hun inkomen en toekomst moeten zorgen, zonder veel hulp van de overheid.
Plaats van gebeuren: het kustplaatsje Kingsdown aan de zuid-oost kust van het graafschap Kent.
Het verhaal begint op 8 april 2013, de dag van het overlijden van Margaret Thatcher. Dit gebeuren bevrijdt Donald en zet hem aan om na 30 jaar zijn twee jeugdvrienden met een smoes naar hun geboortedorp te lokken. Zijn grote wens is om samen momenten van vroeger te herbeleven. Een hele reeks flashbacks toont hoe hun vroegere vriendschap onder druk kwam te staan. De rode draad doorheen hun jonge leven is een iconische Norton Manx. De vrienden zijn bezeten om deze weerbarstige motorfiets aan de gang te krijgen. In al zijn stugheid dopen ze hem hun “Iron Lady”. Het gesleutel en het racen met de Norton Manx staat symbool voor koppigheid, vrijheid en doorzettingsvermogen.
Ze besluiten te vechten tegen de uitzichtloosheid die het stadje in haar greep heeft. Vriendschap en het verlangen naar een betere toekomst staan voorop. Abby komt met een lumineus idee. Samen met nog wat kennissen uit de pub beginnen ze een ecocamping. Het drietal dwingt de corrupte burgemeester, die meer heil ziet in een golfterrein, de nodige vergunningen af te leveren.
De geest van Thatcher heeft haar werk gedaan. Eigen initiatief loont. De ecocamping staat voor de wederopstanding van hun regio.
In het begin komt het verhaal wat verwarrend binnen. Even het kopje erbij houden, maar geleidelijk valt alles in de plooi en wordt je als lezer uiteindelijk meegenomen in een sociaal feelgoodverhaal.
De auteurs weten de sfeer van de eighties prima weer te geven. Zo herkennen we de heropleving van de Mods en ontbreekt de popmuziek van het moment niet. Bij het lezen van dit album hoort een muzieklijstje met de hits van The Clash, The Kinks, The Stranglers en andere Eagles.
Vanzelfsprekend hoort er bij een Engels verhaal een portie humor. Zo is er de leuke gimmick van een vriendin die lijdt aan het de la Tourette syndroom en te pas en te onpas haar mening geeft.
De tekenstijl van Michel Constant is sober met een fijne lijn. De aangezichten zijn expressief wanneer het moet, de decors degelijk uitgewerkt. Het verfijnd kleurenpalet ondersteunt de melancholie in het verhaal. Dit tragikomisch verhaal ademt Brits.
De “Iron Lady” is alvast een veel belovende start van deze Engelse trilogie, een tijdsdocument over gewone mensen, hun beslommeringen en hun hoop op een betere toekomst. Vooruit is de weg!
Een zeer aangename kennismaking met het Belgische koppel Constant dat toch al een hele tijd meedraait in de stripwereld , maar die we nu pas via Lauwert uitgeverij mochten ontdekken.
Deel 2 Lady Jane komt er eind september aan. (HV)
Vrouwen in Iran, leven, vrijheid?
De lijnen die mijn lichaam tekenen
Mansoureh Kamari
Standaard uitgeverij
200 pagina’s
Verschenen op 12/03/2026
“De lijnen die mijn lichaam tekenen” is het aangrijpende en grimmige relaas van de eerste 22 jaar van het leven van de Iraanse kunstenares Mansoureh Kamari.
Om aan de systematische onderdrukking van de vrouw te ontsnappen ontvluchtte Kamari in 2006 haar vaderland.
Met deze graphic novel probeert ze met zichzelf in het reine te komen en de demonen uit het verleden achter haar te laten. Een aanklacht tegen de vernedering van de vrouwen in Iran.
Het verhaal wisselt scènes uit het verleden, in grijstinten, af met scènes uit het heden, in roze tinten.
In Parijs poseert Kamari als naaktmodel in een kunstacademie. Tijdens deze sessie modeltekenen glijden haar gedachten af naar haar jeugd in Teheran. We krijgen een autobiografisch verhaal dat start wanneer ze op 9-jarige leeftijd voor haar Jashn-E Taklif, de overgang van meisje naar vrouw, een ceremoniële hoofddoek krijgt. Volgens de Islamitische wetten van Iran worden vrouwen vanaf 9 jaar als volwassen beschouwd. Volwassen vrouwen worden in de eerste plaats onderworpen aan de almacht van de vader en bij uitbreiding van alle mannen.
Kamari vertelt het verhaal van de onbezorgde kindertijd met haar broertje tot ze als jonge artieste vernederd wordt. Ze deelt een aantal oude littekens met de lezer gaande van seksuele intimidatie in de pubertijd tot de traumatische dood van haar 15-jarige nichtjes die in de dagen van Iraanse revolutie verkracht en geëxecuteerd werden omdat ze kritische pamfletten bij zich droegen. Karami’s haat tegen het regime groeit met het verhaal mee. Ze deelt ook de pijn die haar moeder onder het juk van haar vader lijdt.
Om aan alle ellende te ontsnappen, trekt ze zich terug in een bubbel en laat haar fantasie de vrije loop. Ze vindt rust in films en tekenen. Zo ontdekt ze haar tekentalent, maar omdat ze vrouw is, krijgt ze nergens een kans om haar gave te tonen.
De eerste keer seks als ongetrouwde vrouw vindt ze het dapperste dat ze ooit in haar leven heeft gedaan. Het bezorgt haar de belediging “Doktar kharâb”, slet in het Nederlands. Deze scheldwoorden prijken in Iraanse kalligrafie op de cover.
Met de lijnen, de striemen op haar lichaam, die ze tekent, probeert ze haar verleden te aanvaarden en haar angsten te trotseren.
Ondanks de 200 pagina’s en het choquerende thema leest deze graphic novel als een trein. Je wordt als het ware meegezogen in deze pageturner. De prenten zijn meestal sober van tekst. Kamari bezit de kunst om in haar realistische stijl de tekeningen voor zich te laten spreken. Subliem tekenwerk! Het is weer zo’n verhaal dat je meerdere keren moet lezen. En elke keer kruipt het een beetje meer onder je vel.
Met deze aanklacht tegen de discriminatie van de vrouwen in Iran treedt ze in de voetsporen van Marjane Satrapie, wereldbekend van de bestseller Persepolis. “De lijnen die mijn lichaam tekenen” is beslist geen Persepolis 2.0, maar mag er zeker naast staan. Het werk van Kamari is een voorbeeld van hoe de 9de kunst kan bijdragen tot het verwerken van angsten en naweeën uit het verleden. Haar getuigenis heeft ons diep geraakt en verwondert dat er anno 2026 nog dergelijke vrouwonterende toestanden bestaan. Onze kijk op mensen die hun land ontvluchten is weer een beetje scherper gesteld.
Dit boek is ook een eerbetoon aan de beweging “Vrouw, Leven, Vrijheid” ontstaan in 2022 en een ode aan de activiste Narges Mohammadi, laureate van de Nobelprijs voor de vrede in 2023. (HV)
Een thriller vol van verlangen
Saudade
Vincent Turhan
Lauwert uitgeverij
168 pagina’s
Verschenen op 27/03/2026
Wie bij het lezen van de titel een bitterzoet verhaal verwacht, zal achteraf moeten vaststellen dat de vlag de lading niet helemaal dekt. In Saudade weet Vincent Turhan een verhaal over verlangen, liefde en zelfreflectie te vermengen met een krimi pur sang. Het hunkeren naar liefde en vervlogen tijden staat in schril contrast met het brute geweld van een gangsterbende. Saudade is een thriller van het zuiverste water. Het verhaal wordt heel filmisch gebracht, een ode aan de cinema.
In een kleine Portugese badplaats baten Alma en haar man Rio een bioscoop uit. De liefde voor de zevende kunst heeft hen samengebracht. Het mislukken van een filmproductie maakt een einde aan hun droom. Alma vlucht in de uitbating van een aftandse cinema die ze nieuw leven wil inblazen, terwijl Rio zich daarbij weinig betrokken voelt en verlangt naar de creatieve tijd van vroeger. De wonde tussen het koppel is nog vers en de spanning in hun relatie voelbaar. Alma krijgt hulp van Luz en Scardo die beiden stiekem verliefd zijn op elkaar. In de buurt plannen twee corrupte agenten en twee geduchte boeven een overval op de plaatselijke bank. De kraak loopt uit de hand en eindigt in een bloedbad. Het wordt bloedstollend als de ene gangster de andere probeert uit de weg te ruimen. De buit, een aanzienlijke hoop cash, wordt verstopt in de filmzaal. Wat volgt, is een gewelddadige afrekening tussen de criminelen en de agenten, waarbij Luz en Sardo, Alma en Rio ook betrokken raken. Tussendoor draait er in de bioscoop een retro-film, “Saudade”, die iedereen raakt, ook de zwaarste misdadiger. Ondanks alle ellende vinden Alma en Rio elkaar terug en krijgt het verhaal nog een verrassend einde.
Turhan gebruikt een viertal verhaallijnen en weet de spanning pagina na pagina op te bouwen. De lezers krijgen een driedubbele portie saudade. Alma en Rio verlangen terug naar hun leven als regisseur en cameraman, Luz en Scardo naar elkaar en in de film overwint de liefde.
De tekenstijl van Turhan heeft ons aangenaam verrast. De combinatie van geschilderde taferelen en het fijne tekenwerk is zeer geslaagd. Hij speelt met kleuren naargelang de sfeer van het moment. Het verhaal begint met twee openingspagina’s in schitterend blauw, die meteen de film in the picture zetten. De prenten wisselen af tussen zwartwit, de geprojecteerde film, en een ruim kleurenpalet voor de rest van het verhaal. De prachtige zee- en stadsgezichten bezorgen ons zo waar een zuiders vakantiegevoel. De actiescènes zijn heftig en stuwen het verhaal naar een climax. Saudade is een meeslepende graphic novel, een goed uitgewerkt leesbaar verhaal.(HV)
Wat is uw mooiste mislukking?
Meneer Apothéoz
Julien Frey / Dawid
Lauwert uitgeverij
120 pagina’s
Verschenen op 18/08/2026
“Meneer Apothéoz” is een tragikomische graphic novel met in de hoofdrol de antiheld Théo Apothéoz, een jonge man uit een familie van 12 stielen, 13 ongelukken. Een familie waarop, sinds hun aankomst in Frankrijk, een vloek rust om van de ene in de andere mislukking terecht te komen.
Aanvankelijk berust Théo in zijn toestand en neemt hij geen initiatief om de ban te breken. Hij voelt zich gedoemd ook te falen en praat zichzelf een minderwaardigheidscomplex aan. Op zijn dertigste leeft hij van alledaagse klusjes en woont hij bij zijn alcoholverslaafde vader in een sjofel appartementje in het rurale Frankrijk. Sinds zijn jeugd is hij verliefd op Camille, de kruideniersdochter, maar uit schrik een blauwtje te lopen, laat hij haar gaan.
Wanneer zijn vader sterft en hij Antoine Pépin, een pseudo schrijver, ontmoet, komt er stilaan verandering in Théo’s mindset. Antoine gelooft niet in de vloek op de familie Apothéoz en wil hem helpen om de vicieuze cirkel van mislukken te doorbreken. De schrijver dringt er bij Théo op aan om Camille zijn liefde te verklaren. De veroveringstocht loopt echter niet zoals gepland en kent zelfs een luguber intermezzo. Maar uiteindelijk leidt het zoveelste falen toch tot een succes. Camille en Théo vinden elkaar en verlaten hun geboortestreek voor ‘het begin van een nieuw begin’ op het eiland Agormas, waar de familie Apothéoz vandaan kwam. De cirkel is rond.
Het verhaal wisselt voortdurend van stemming. Het ene moment heb je medelijden met het hoofdpersonage of erger je je aan zijn hoog “losergehalte”. Het andere moment kan de pret niet op als hij door een oude dame wordt opgevreeën. Nog verder gaat het de macabere kant op. Deze scènes deden ons zowaar aan de serie RIP denken.
Al is het scenario hier en daar bij het haar getrokken, zijn het toch de verrassende plotwendingen die je als lezer bij de zaak houden.
De auteurs besteden veel aandacht aan het decor. Het verhaal ademt de sfeer van het Franse platteland. De openingspagina zet meteen de warme toon.
De licht karikaturale tekenstijl van Dawid is meer dan voortreffelijk. Hij schildert prachtige aquarellen in overwegend bruin en oker voor overdag en blauw en grijs voor ’s avonds. De gedetailleerde prenten van het dorpsplein, de kruidenierswinkel (achtercover) en de boekhandel zijn pareltjes.
Naast een aanmoediging om niet in ellende te blijven hangen, doet “Meneer Apothéoz” de lezer reflecteren over existentiële vragen als: “Wat is slagen in het leven? Graag zien?” Of “Wat is het echte leven?” “Wat is uw mooiste mislukking?”
“Meneer Apothéoz” was voor ons een zeer aangename leeservaring, een knap getekende eigenzinnige komedie met een donker randje. Bij Lauwert hebben ze duidelijk een neus om dergelijke pareltjes op de kop te tikken en te vertalen. “Monsieur Apothéoz” verscheen al in 2023 bij edities Glénat. (HV)
Onderhoudende oorlogsstrip
Saboteuses V Bokser
Jean-Claude Van Rijckeghem / Thomas Du Caju
Silvesterstrips
56 pagina’s
Verschenen op 11/06/2026
In “Bokser”, het voorlaatste deel van de Tweede Wereldoorlog-serie “Saboteuses”, gaat het duo Van Rijckeghem Du Caju door op het elan van de vorige twee cycli. Opnieuw breien ze een meeslepend vervolg aan de belevenissen van Naald en co, vrouwelijke SOE agenten (Special Operations Executive). De “Saboteuses” moesten achter de vijandige linies het vuile werk opknappen. Moorden, ontvoeringen en aanslagen zijn toegestaan om de Duitse oorlogsmachine te saboteren en de invasie van de geallieerden voor te bereiden.
Na de dood van hun collega Muis (zie deel 4) hebben de nog actieve leden van het netwerk, Naald en Bokser, het moeilijk in Parijs. Ondanks dat Naald haar handen vol heeft met haar pasgeboren baby, wilt ze terug actief veldwerk doen. Ze gaat achter “Kameleon”, de verrader van Muis, aan. Bij een routinecontrole wordt ze opgepakt, gefolterd en geconfronteerd met “Kameleon”, maar weet ze toch te ontsnappen. Op aanraden van Bokser duikt ze onder in Normandië.
In dit deel komen we te weten hoe Bokser bij de SOE werd ingelijfd, hoe ze Naald’s kind in veiligheid weet te brengen, hoe een Gestapo agent haar ontmaskert en ze in Duitse handen valt. Op het einde van deze episode zorgen de auteurs nog voor een verrassende plotwending door Schnaps, het Franse verzetshulpje uit deel 5, terug in stelling te brengen.
Zoals gewoonlijk sluit Van Rijckeghem af met een reeks cliffhangers. Hoe loopt het af met Bokser? Ziet Naald haar baby en familie terug? Komt Schnaps op tijd om Naald te helpen dubbelspion Kameleon te ontmaskeren? Vragen genoeg om nu al uit te kijken naar de grote finale in deel VI Schnaps
“Saboteuses” is tezelfdertijd spannend en ontspannend met prima uitgewerkte karakters. Zo wordt Naald neergezet als een ongeleid projectiel die haar eigen agenda bepaalt. Terwijl Bokser zich strikter voegt naar de richtlijnen uit Londen. Maar beiden zijn toch harde tantes.
De auteurs houden een hoog verteltempo aan met op gepaste tijd een plotwending om de lezers scherp te houden.
Om helemaal mee te zijn met het verhaal is het aangewezen om de vorige afleveringen te (her)lezen.
Het tekenwerk blijft van hoge kwaliteit, volledig in de huisstijl van Du Caju, met de bekende Du Caju gezichten. De gedetailleerde tekeningen van gebouwen, vliegend – en rollend materieel zijn pareltjes. Het contrast tussen het overwegend oranje kleurenpalet en het gebruik van blauw zwarte tinten voor de avond- en nachtscènes geven het album extra sfeer.
Toch even vermelden dat er op pagina 26 een joekel van een taalfout staat. Aan de lezer om die te ontdekken. Waarschijnlijk is het foutje te wijten aan de vertaling. Saboteuses verschijnt immers eerst in het Frans in Zwitserland bij Éditions Paquet.
Dit kleine zetduiveltje heeft er ons echter niet van weerhouden om te genieten van een onderhoudende oorlogsstrip. Goed voor een uurtje ontspanning. (HV)
Een zalfje voor de lachspieren
Colt Bingers de rebel
Lionel Chouin / Pascal Josselin
Lauwert uitgeverij
108 pagina’s
Verschenen op 28/05/2026
Colt Bingers is een hilarische thriller, een zalfje voor de lachspieren, een knotsgekke absurde roadmovie waarin de Amerikaanse samenleving in haar hemd wordt gezet. Vooral het rurale Amerika, de politiek en het politie- en gerechtsapparaat moeten het ontgelden.
In een bij momenten van de pot gerukt verhaal is de hoofdrol voor Colt Bingers. Zijn accessoires: een grote zonnebril, een uit de kluiten gewassen Harley-Davidson en een knoert van een colt revolver maken hem het prototype van een macho flik. Wanneer zijn vrouw wordt vermoord door een éénoog met één been, blijft de dader onvindbaar en wordt de zaak geklasseerd. Hierop levert hij zijn politiepas in en start een zwerftocht door de VS op zoek naar de éénoog met één been die zijn vrouw vermoord heeft. Wat volgt is een heerlijke satire waarin éénogen met één been vallen als vliegen, maar ook een pak onschuldigen. De auteurs drijven de spot met een hele reeks Amerikaanse clichés, van de hillbilly’s en line dancers tot cable networks en tweederangs politieseries.
Ze slagen erin om enkele onvergetelijke karakters neer te zetten. Naast Colt Bingers is het genieten van een stelletje incompetente FBI agenten, die vervellen tot een soort kolderbrigade, en waarbij een stagiair nog de snuggerste lijkt. Ook het uitvergroten van enkele Amerikaanse archetypes spreekt ons aan.
In de loop van het verhaal groeit Bingers uit tot een cultfiguur die zelfs een eigen steunbeweging krijgt en belandt hij zowaar op een festival van éénogige éénbenigen. Te gek! Josselin verklapt pas helemaal op het einde waarom de moordenaar van Bingers vrouw onvindbaar blijft.
Deze graphic novel is een integrale bundeling van 18 hoofdstukken, waarvan de eerste negen verschenen in het Franse maandblad Fluide Glacial. Elke aflevering heef een eigen titel en begint met een summiere stand van zaken in Bingers queeste. Dit biedt de lezer de tijd om alles nog eens te herbeleven.
Het scenario steekt vernuftig in elkaar en het verteltempo vertraagt zelden. De ietwat ruige karikaturale tekenstijl past perfect bij deze knotsgekke parodie, bij wijlen doet het ons denken aan The Simpsons. Het gebruik van vale kleuren zorgt voor een zekere somberte. De decors versterken de Amerikaanse sfeer. Death Valley, groezelige koffiebars en – wegrestaurants, het verpauperde platteland passeren de revue.
Achteraan het album gunnen de auteurs de lezers een blik achter de schermen van Colt Bingers en steken ze in een interview de draak met zichzelf.
Kolder, die boeit van begin tot einde, schrijven is niet simpel. Wel Lionel Chouin en Pascal Josselin zijn er in geslaagd!
Colt Bingers is één van de betere humoristische strips die we dit jaar gelezen hebben! (HV)
Magisch kunstwerk met dubbele bodem
Berenvel
Ken Broeders
Uitgeverij L
48 pagina’s
Verschenen op 16/06/2026
Net als bij zijn laatste twee topalbums “De adem van de duivel” en “Tarare” haalt Ken Broeders voor zijn nieuwste terug een oud verhaal van onder het stof. Deze keer vindt hij inspiratie in de magie van de sprookjes. Hij neemt ons mee in het universum van de gebroeders Grimm en kiest voor het ons minder bekende “Berenpels”. Als meesterverteller bewerkt hij het sprookje in zijn geheel eigen stijl tot Berenvel.
De interpretatie van Broeders sluit nauw aan bij de originelen van Grimm. Het is een sprookje met een duister randje, bij momenten angstaanjagend en bloederig. Zaken die in veel versies weggelakt worden.
Het verhaal situeert zich in de vroege 17de eeuw, de tijd van de musketiers. Een veteraan musketier, na een oorlog op de dool, sluit een pact met de duivel. Hij mag zich zeven jaar niet wassen. Zijn haar, baard en nagels niet knippen en moet zich kleden met een ruw, stinkend berenvel, van een beer die hij zelf gedood heeft. In ruil daarvoor zal hij voor de rest van zijn leven rijk zijn en krijgt hij een beurs die zich dagelijks opnieuw vult met goudstukken. Als het niet lukt is zijn ziel voor de duivel. Ondanks dat hij arme mensen helpt, wordt hij door zijn weerzinwekkend voorkomen overal beschimpt en weggejaagd. Stilaan vervreemdt hij van de mensenwereld. Wanneer hij de gokschulden van een vader van drie dochters vereffent, bloeit er iets tussen de jongste dochter Lotte en Berenvel. Ze doen elkaar de belofte om op elkaar te wachten.
Na zeven jaar wint Berenvel het van de duivel en vervelt hij in een knappe jonge prins. De prins keert terug naar Lotte en ze leefden nog …
Zoals het in een sprookje hoort, druipt de bloeddorstige duivel af.
Ken Broeders geeft zijn persoonlijke touch en een dubbele bodem aan het verhaal door niet te beginnen met “Er was eens …” en er nog een moraliserend einde aan te breien. Zo toont de duivel zich een slechte verliezer en zadelt hij de mensheid met een nieuwe uitdaging op. Kan de mens weerstaan aan de smartphone? Is het een tuig van de duivel?
Nu de discussie over het gsm-gebruik bij jongeren een hot topic is, wint deze graphic novel aan relevantie. Het lezen van Berenvel zou bij tieners een perfect uitgangspunt kunnen zijn voor het opstarten van een debat. Kan je weerstaan aan de lokroep van je mobiele telefoon?
Het grafisch werk van de auteur is subliem: prachtige prenten met karakterkoppen om van te smullen. Een kleurenpalet dat de lezer meeneemt in de feeërieke wereld van Grimm.
Naast het magische kunstwerk van de tekenaar onthouden we ook dat innerlijke schoonheid het haalt van het uiterlijke en dat de aanhouder wint.
Berenvel is nu niet meteen een sprookje om aan de kleinsten voor te lezen, maar is een aanrader voor tieners, ouders, grootouders en opvoeders in het algemeen. Weer zo’n album om strips bij jongeren in te leiden. (HV)
De kroniek van een aangekondigde ondergang
Ann Bonny De wolvin van de Caraïben Boek 2
Franck Bonnet
Standaard uitgeverij
78 pagina’s
Verschenen op 03/09/2026
Ann Bonny is het verhaal van een onafhankelijke vrouw die tot de verbeelding spreekt van iedereen die op zijn vrijheid gesteld is. Dit is het verhaal van een vrouw die weigert zich te schikken naar de geldende maatschappelijke conventies van haar tijd, die lak heeft aan de autoriteit van haar vader, haar man, de koning en de Kerk.
Franck Bonnet, die zich liet inspireren door “A General history of the robberies and Murders of the most notorious pirates” van Daniel Defoe uit 1724, laat in het midden of Ann Bonny echt bestaan heeft of niet, maar brengt ze zo waarheidsgetrouw mogelijk tot leven.
De auteur gaat door op het elan van boek 1. Hij bewijst nogmaals dat hij de kunst om een meeslepend piratenepos te tekenen helemaal beheerst. Dit album heeft alles wat een piratenverhaal hebben moet: ruige grof gebekte zeeschuimers, sabelgekletter, kanongebulder, groezelige zeemanskroegen en pittige zeeslagen. Tussen dit alles weet de vrijgevochten Ann Bonny zich staande te houden. Hij lardeert dit alles met een erotisch sausje. Op tijd en stond serveert hij een portie naakt. Misschien wel een beetje van het goede te veel. Naakt stimuleert wellicht de verkoop.
Bonnet weet het scenario goed op te bouwen en er door onverwachte plotwendingen de spanning in te houden. De herhaling van enter- en plunder-scènes maken het soms wat lang uitgesponnen.
Boek 2 is de kroniek van een aangekondigde ondergang van Ann Bonny en haar kornuiten.
Samen met Jack Rackham, de mythische kaper, schuimt ze de Caraïbische zeeën af, nog steeds op de vlucht voor haar man en de Britse gouverneur, die beiden een beloning uitvaardigden voor wie Ann Bonny terugbrengt naar Nassau. Bij een zoveelste entering ontmoet ze de gerenommeerde piraat Mary Read met wie ze een wilde gepassioneerde romance beleeft. Wanneer ze in een hinderlaag lopen van de Britse Navy worden ze gevangen genomen. De bemanning wordt opgeknoopt. Mary en Ann, beiden zwanger, worden gespaard. Mary overleeft het gevangenschap niet en over Annes uiteindelijke lot spreekt Bonnet zich niet uit.
Visueel is dit tweeluik echt vakwerk. De klassieke soms wat sensuele tekenstijl is van topniveau. Als lid van de “Académie des Arts & Sciences de la mer” leeft hij zich uit in gedetailleerde scheepstekeningen. Met steeds wisselende paginaopbouw en knap uitgewerkte karakterkoppen houdt de tekenaar de lezer bij de les.
Met Ann Bonny De wolvin van de Caraïben Boek 2 bevestigt Franck Bonnet dat hij een meester is in het piraten-genre. Wij hebben dit klassieke piratenepos heel graag gelezen. Een aanrader!
Misschien het ideale moment om zijn andere succesreeksen “Piraten van Barartaria en USS Constitution” te (her)lezen.(HV)
Warning! Life begins at 50
Marcie Het kantelpunt
Cati Baur
Lauwert uitgeverij
144 pagina’s
Verschenen op 24/09/2026
De perimenopauze is niet meteen het meest voor de hand liggende onderwerp om te verwerken in een graphic novel. De Franse auteur Cati Baur brengt dit beladen thema in een luchtig detective verhaal. Ze slaagt er in om deze overgangsfase in het leven van een vrouw, waar nog steeds een taboe rond hangt, schalks op papier te zetten. Op een vermakelijke manier laat ze de typische klachten zoals stemmingswissels, opvliegers, slecht slapen en concentratieverlies aan bod komen.
Marcie, 49 en een half, is een alleenstaande moeder die zich om niet op te vallen bij haar tweede naam Caroline laat noemen. Ondanks dat ze zich door haar leeftijd onzichtbaar voelt in de massa, doet ze ook geen moeite om gezien te worden. Haar minder verzorgde uiterlijk oogt nogal flets en banaal. We zouden dit zeker niet veralgemenen naar alle vrouwen van 45+. In het verhaal evolueert ze van grijze muis tot een kleurrijke vrijgevochten vrouw.
Wanneer haar werkgever haar contract niet vernieuwd, verandert haar leven.Ze gaat aan de slag als straatenquêteur. Bepaalde enquêtevragen zetten niet alleen Marcie aan het denken over haar eigen situatie, maar doen ook de lezer reflecteren. Op aanraden van haar dochter gaat ze voor een oude droom. Onder de naam Marcie Bangor solliciteert ze bij een privédetective. Ze leeft op als ze haar eerste bescheiden opdracht, een hondendiefstal, kan oplossen. Tijdens haar speurwerk is ze getuige van de val van een jonge Amerikaanse vrouw uit een flatgebouw. De politie denkt aan zelfmoord, Marcie aan moord of een ongeval. De ouders van het meisje vragen haar de ware reden te achterhalen. Het onderzoek brengt Marcie en haar dochter naar New York. Hier gooit ze de middelmaat van zich af en wordt ze zo waar een hipster. Ze maakt kennis met het werk van de Amerikaanse fotografe Francesca Woodman. Terug in Parijs herleeft Marcie in haar job. Cati Baur geeft hier een wat rare kronkel aan het scenario en de zaak kent een onverwachte afloop.
De eenvoudige klare tekenstijl, doet ons denken aan het werk van de Engelse Posy Simmonds. De volledig op I-pad getekende prenten zijn zeer expressief. De sobere inkleuring past bij het geheel.
Dit feelgood misdaadverhaal is eigenlijk een oproep aan de vrouwen om de ongemakken van de pre-menopauze hun leven niet te laten bepalen, maar hun meest flamboyante mantel uit te halen en waardig de middelbare leeftijd in te stappen. De auteur illustreert dit credo met het inspirerende gedicht, “Warning, when I am old I shall wear purple”, van de bekende Engelse dichteres Jenny Joseph.
Is Marcie dan alleen voor vrouwen? Beslist niet! Het is een uniseksverhaal voor volwassenen. Als man hebben we deze lichte satire met de glimlach gelezen en met de pagina nam het begrip en sympathie voor Marcies situatie toe. Dit verhaal, doorspekt met fijne humor, is zeer herkenbaar en komt per leesbeurt meer binnen.
De enquêtevragen die in de loop van het verhaal gesteld worden, zorgen voor interactie met de lezer. Bijna automatisch projecteer je het gevraagde op je eigen toestand. De universele vraag, “Haalt u voldoening uit wat u doet?”, waarmee het album begint en eindigt laat de lezer mijmerend achter.
Nu Marcie haar kantelpunt achter de rug heeft, zijn we benieuwd welke kant haar leven uitgaat? We kijken uit naar deel 2 van deze trilogie. (HV)